Stage 4

Stage 4 maakt deel uit van het OPO ‘Didactische stage 2’ en bestaat uit een observatiestage en een actieve stage in een stageschool in en rond de Brusselse agglomeratie.  De kennismaking met actief lesgeven tijdens de eerste opleidingsfase wordt in deze stage uitgebreid naar het kunnen opzetten van leercontexten waar doelgericht kan geleerd worden binnen een bepaald vakdomein in een diverse talige context.

De studenten zijn in groep aanwezig op de stageschool, observeren elkaar, doen samen stage verbredende activiteiten. Ze leggen er een sterke basis als ‘leraar als opvoeder’ en ‘leraar als begeleider van leer-en ontwikkelingsprocessen’.

In de eerste stageweek observeert de student van elk van zijn onderwijsvakken 6 uur. (LO-vak: 4 uur algemeen vak)

In de tweede en derde stageweek  geeft de student elke week 6 uur les van elk van zijn / haar onderwijsvakken.(LO-vak: totaal 10 uur AV)

Tijdens elke actieve stageweek observeert de student minimum twee lessen van zijn medestudenten, dus in totaal 4 geobserveerde lessen (zie document observatie-opdrachten stage 4). Dit geldt alleen voor studenten die het vak Leerlabo opnemen. Dit geldt niet voor LO-vak. 

De student werkt elke les taalontwikkelend uit en denkt na hoe hij ict-middelen kan aanwenden om de doelen te bereiken. 

Tijdens elke stageweek vervult de student minimum één stage verbredende activiteit  (mesotaak). In totaal heeft de student  minimum drie stage verbredende activiteiten (zie document  observatie-opdrachten stage 4).

De begeleiding van de stagelessen in de stageschool gebeurt door de mentoren van de stageschool.

Tijdens de contactweek nemen de mentor en student voldoende tijd om in gesprek te gaan over de lesonderwerpen van de actieve stage.

De student bezorgt de lesvoorbereiding drie werkdagen voorafgaand de eigenlijke les. De mentor kan feedback geven zodat de student de les zo optimaal mogelijk kan bijsturen.

Het is voor de student een meerwaarde wanneer de mentor mondelinge feedback geeft bij elke gegeven les op basis van de kerncompetenties .

Ook de feedback van medestudenten  biedt begeleidingskansen.

Tijdens de stage komen de verschillende stagebegeleiders (vakdidactici en pedagoog) een stageles volgen. Het doel hiervan is om in samenspraak met de mentor een beeld te krijgen van het groeiproces van de student als leraar en de werkpunten te bepalen voor volgende lessen. De lessen worden nabesproken met de student én de mentor.

De mentor geeft feedback over het gehele verloop van de stage aan de hand van het eindbeoordelingsdocument.

De stagebegeleiders van de hogeschool evalueren de stage in een tussentijdse stage-evaluatie op basis van:

  • Digitaal portfolio, in het bijzonder de lesvoorbereidingen
  • De feedbackverslagen van de mentoren
  • De algemene eindbeoordelingsdocumenten van de mentoren
  • De door hen zelf bijgewoonde stagelessen

De opleiding draagt de eindverantwoordelijkheid m.b.t. de stage-evaluatie.

Bij een onvoldoende of een nipt voldoende wordt op het einde van het eerste semester een tussentijds evaluatieverslag op het digitaal portfolio van de student geplaatst onder administratie en wordt de student uitgenodigd voor een gesprek.

De stagiair LO-AV voert voor stage 4  de opdrachten uit die verbonden zijn aan het algemeen vak (AV) van zijn/haar keuze. Dit volgens de leidraad hierboven beschreven.

De stageschool wordt gekozen door de stagiair en hoeft niet noodzakelijk in de Brusselse agglomeratie te zijn. De stageschool is dezelfde voor stage 4, 5 en 6 en is bij voorkeur een school waar de verschillende finaliteiten aanwezig zijn.

Periode: zie situering

Info over de stage LO op deze stagewebsite onder Fase 2: LO did. stage 2.1: stage 1.