Fase 2

Beginsituatie en situering

In de eerste opleidingsfase werkte de student aan de basiscompetentie als ‘inhoudelijk expert’. Hij of zij verwierf een aantal basisvaardigheden van een leraar: leren observeren, een degelijke instructie geven en het stellen van gerichte vragen. Hij / zij heeft ervaren wat het betekent om enthousiast en voldoende leidinggevend voor de klas te staan. Hij / zij leerde een les ontwerpen waarbij hij / zij de leerlingen zoveel mogelijk aanzet tot activiteit. Deze competenties worden meegenomen naar de tweede opleidingsfase.

In de tweede opleidingsfase werkt de student vooral aan de basiscompetenties ‘de leraar als begeleider van onderwijsleerprocessen, als organisator, inhoudelijk expert en als opvoeder’. Zijn of haar functioneren als leerkracht in de klas in relatie met leerlingen staat centraal. De hoofddoelstelling is om effectief leren te realiseren bij leerlingen. De mate waarin hij / zij betrokkenheid van leerlingen kan realiseren is een belangrijk criterium doorheen de stageperiodes.

In de loop van het jaar bouwt hij / zij aan houdingen, kennis en vaardigheden die nodig zijn om steeds meer activerend te kunnen lesgeven: van sterk leerkrachtgestuurde activiteiten naar activiteiten waar de zelfstandigheid van de leerling centraal staat.

  

Opbouw

Concreet ziet het stagecurriculum voor een modeltraject er zo uit:

Studenten algemene vakken en plastische opvoeding

Stage 4

26-30/10/20

(OBSERVATIE)

9-13/11/20

(ACTIEF)

16-20/11/20

(ACTIEF)

20/11/20  NM supervisie

Stage 5

8/3-12/03/21

(ACTIEF)

4/3/21 NM: practicum hogeschool (voorbereiding stage 5)

12/3/21  NM supervisie

 Stage 6

19/04-30/04/21

(ACTIEF)

30/4/21  NM supervisie

Brusselse context

4u / week / vak

Geen stage op vrijdagnamiddag (supervisie 20/11)

TSO-BSO

6u / week / vak

Geen stage op vrijdagnamiddag (supervisie 12/3)

1ste en 2de graad ASO

6u / week / vak

Geen stage op vrijdagnamiddag (supervisie 30/4)

Voor stage 5: De student  plant zelf observatie-uren in de twee weken voorafgaand de stage op lesvrije ogenblikken (weken 22 februari tot en met 5 maart). De bedoeling is dat hij/zij de klassen leert kennen waar hij/zij zal lesgeven.

 

Studenten LO-vak (stage voor het tweede onderwijsvak)

De student zorgt in samenspraak met de stageschool dat de stage-uren verdeeld zijn over TSO-BSO-ASO

Stage 4

26-30/10/20

(OBSERVATIE)

9-13/11/20

(ACTIEF)

 

Stage 5

8/3-12/03/21

(ACTIEF)

 

Stage 6

 19/04-30/04/21

(ACTIEF)

Eerste en tweede graad ASO en/of TSO-BSO

Geen stage op maandagvoormiddag (oefenles) 

6u / week / algemeen vak

Eerste en tweede graad ASO en/of TSO-BSO

Zelfde stageschool stage 4-6; 11 maart geen stage: Sportprikkels op campus

 6u actief lesgeven algemeen vak

Eerste en tweede graad ASO en/of TSO-BSO

Zelfde stageschool stage 4-5

 Min. 6 uur per week algemeen vak

De stagiair LO-AV voert voor stage 4, 5 en 6  de opdrachten uit die verbonden zijn aan het algemeen vak (AV) van hun keuze. Dit volgens de leidraad en met de evaluatie en begeleiding voor elke stage beschreven op deze stagewebsite BaSO-Brussel.

Doelen en competenties

In de tweede opleidingsfase  maakt de student kennis met verschillende basiscompetenties: ‘de leraar als begeleider van onderwijsleerprocessen, als organisator, inhoudelijk expert en als opvoeder. De kerncompetenties concretiseren de verwachtingen per opleidingsfase. Naast de algemene kerncompetenties zijn er ook vakgerichte competenties.