Fase 1

Beginsituatie en situering

De student stapt de opleiding Educatieve Bachelor Secundair Onderwijs in met verschillende eigen onderwijservaringen.

In de eerste opleidingsfase verkent hij/zij deze ervaringen vanuit een ander perspectief, dat van de leerkracht. 

Hij/zij maakt kennis met verschillende basiscompetenties: leraar als begeleider van leer – en ontwikkelingsprocessen, opvoeder,  organisator en inhoudelijk expert.

De student zet zijn eerste stappen in de didactische practica. Hij/zij leert er in een practicumgroep (campus) verschillende basisvaardigheden. Deze vaardigheden oefent hij/ zij verder in een zelf gekozen stageschool tijdens 3 stageperiodes; een initiatiestage, een eerste en een tweede instapstage. De student observeert, participeert, geeft zelfstandig les en wordt begeleid door mentoren en stagebegeleiders (practicumbegeleiders en vakdocenten).

Doelen en competenties

In de eerste opleidingsfase  maakt de student kennis met verschillende basiscompetenties: leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen, opvoeder,  organisator en inhoudelijk expert.  We streven een aantal LUK’s (leeruitkomsten) na die gekoppeld zijn aan de opleidingsspecifieke leerresultaten (OLR’s) van Odisee.  Die leeruitkomsten zijn vertaald in gedragsindicatoren die een leraar duidelijk moet hebben verworven bij het einde van de eerste opleidingsfase. De te bereiken gedragsindicatoren worden weergegeven in het begeleidingsformulier. Naast deze algemene gedragsindicatoren voor een leraar zijn er ook vakgerichte competenties per opleidingsfase.