Doel

Realiseren van de gedragsindicatoren van de leraar in opleiding op doorgroeiniveau o.a.

  • Zelfstandig het lesprogramma voor een volledige lesweek (aansluitend) kunnen uitwerken en geven in een derde en vijfde leerjaar van de lagere school.
  • Autonoom en in het Standaardnederlands leerlingen bij hun leer- en ontwikkelingsproces begeleiden, rekening houdende met de totale persoonlijkheidsontwikkeling van de leerling. Vertrekkende vanuit de beginsituatie van de klasgroep en de individuele leerling en de eindtermen en leerplannen formuleert de student concrete doelstellingen en selecteert hij de passende leerinhouden, leermiddelen, werk- en groeperingsvormen, ondersteund door mediawijze ICT-toepassingen. De student kiest geschikte differentiatie-, evaluatie- en remediëringsmethodes.
  • Reflecties uitwerken over je aanpak in de klas om meer bewust te worden van het eigen leren en het leren van anderen.
  • Eigen functioneren bijsturen en innoveren aan de hand van een systematische en kritische reflectie op de eigen professionele praktijk vanuit relevante theoretische denkkaders en inzichten uit onderwijsonderzoek.
  • Bespreken van observatielessen volgens de basiscompetenties.
  • Standaardnederlands expressief hanteren in communicatie met leerlingen, directie, mentoren en docenten.
  • Een correcte spelling en zinsbouw hanteren.
  • Ouderbetrokkenheid stimuleren.
  • Aandacht hebben voor diversiteit.