stage 2de jaar

Stage neemt een centrale plaats in de opleiding van de leraar lager onderwijs in. De algemene doelstellingen en de evaluatie van Praktijk 3 en Praktijk 4 staan omschreven op de ECTS-fiche. 

De studenten van het tweede jaar afstandsonderwijs lopen stage zodat ze de de basisbekwaamheden voor de educatieve bacheloropleiding lager onderwijs kunnen verwerven.

De stage in het tweede jaar bestaat uit twee OPO’s: Praktijk 3: Brede basiszorg en Praktijk 4: Derde graad.

Praktijk 3: Brede basiszorg omvat ook het OPO Praktijk 3: Brede basiszorg voor zij-instromers en Praktijk 3: Brede basiszorg voor leraren.

Sommige studenten volgen de twee OPO’s en anderen volgen dit academiejaar enkel Praktijk 3: Brede basiszorg.

De studenten 2 EBA LO Afstand worden verdeeld over leergroepen en de leergroepbegeleider is hun eerste aanspreekpunt. 

De studenten van het tweede jaar afstandsonderwijs zoeken hun stageplaatsen zelf en plannen ook zelf hun stages in functie van de opleidingskalender, hun persoonlijke agenda en de mogelijkheden van de stagescholen.

De studenten krijgen de nodige begeleiding bij het voorbereiden van de stages. Tijdens de actieve stage krijgen de studenten per OPO (Praktijk 3 en Praktijk 4) twee stagebezoeken vanuit de hogeschool.

Naargelang het OPO waarvoor de studenten afstandsonderwijs zijn ingeschreven, is het leerjaar waarin zij stage moeten lopen en ook het observatie- en stagevolume anders.

Observeren:

Vóór elke stageperiode zijn er twee halve dagen observatie. Op dit moment leren de studenten de leerlingen kennen, krijgen ze zicht op het werksysteem van de klas en kunnen ze de beginsituatie van de leerlingen inschatten. Ze leren deze dagen ook de mentor van hun klas kennen.

Op deze momenten worden lesonderwerpen doorgegeven en kunnen er duidelijke afspraken gemaakt worden over het verloop van de stage. 

Teamteaching:

Bij Praktijk 3 – Afstand is er een dag voorzien waarop de studenten samen met hun mentor teamteachen (TT).

Die dag zijn de studenten voor twee lessen zelf verantwoordelijk (lesvoorbereiding + lesrealisatie + aangeven wat er verwacht wordt van de mentor).

Wanneer tijdens de stageweek blijkt dat teamteaching nodig is, kunnen de studenten samen met de mentor afspraken maken over hoe dit vormgegeven wordt aan de hand van de verschillende teamteachingsmodellen.

Reflecteren:

Per stagedag blikt de student terug op zijn didactisch en pedagogisch handelen.

Na een periode van twee + vijf stagedagen reflecteert de student globaal over zijn/ haar stage-ervaring en denkt na over de aanpak van mogelijke werkpunten tijdens een volgende stage.

De leergroepbegeleiders maken samen met de mentoren gebruik van de dagreflecties om de studenten te coachen, feedback te geven, reflectie uit te lokken en te motiveren.

De eindreflectie wordt door de leergroepbegeleider van de student als uitgangspunt genomen om de stage te bespreken. 

Praktijk 3: Brede basiszorg: De studenten lopen stage in de eigen klas, het tweede, derde of vierde leerjaar.

Praktijk 4: Derde graad: De studenten lopen stage in het vijfde of het zesde leerjaar.

Leergroepbegeleiders 2 EBA LO afstandsonderwijs:

  • Jasmin Callaert
  • Simon De Ridder
  • Els Jansegers
  • Lien Ooghe

Jaarcoördinatie 2 EBA LO afstandsonderwijs:

Els Jansegers – 053/72 71 81

Stagecoördinatie EBA LO afstandsonderwijs

Katrien Van Gerwen – 053/72 71 81