Voorbereiding

Voor elke stage contacteren de studenten de mentoren van de stageschool. Er kunnen verschillende mentoren zijn: de klastitularis, de zorgleerkracht en de bijzondere leermeesters zoals de bewegingsleerkracht. Elke stagiair observeert de beginsituatie van de leerlingen aan de hand van de voorziene observatiefiche. Verder maakt de student de nodige afspraken met de mentoren inzake lessenrooster, lesonderwerpen en lesvoorbereidingen.

Belangrijk voor de studenten:

  • Probeer de observatie ruim voor de actieve stage in te plannen, zodat je de verworven informatie kan gebruiken bij het maken van de lesvoorbereidingen. Vul de observatiefiche grondig en stop deze in de stagemap.
  • Gebruik het standaardlessenrooster voor de actieve stage en vul het volledig en correct in. Wees specifiek over de les. Geef telkens het leergebied en de specifieke lesinhoud op.
  • Duid activiteiten aan die je zelf niet geeft of die op schoolniveau georganiseerd worden: deze gelden niet als actieve stage. Je kan deze mee begeleiden maar dan moeten er nog bijkomende lessen extra gepland worden.
  • Geef eventuele wijzigingen altijd en tijdig door aan alle betrokken partijen, nl. praktijkpedagoog en bezoekende vakdocent.

Belangrijk voor de mentoren:

  • De onderwerpen voor de lessen van de didactische stage worden gegeven door de stagementoren. Volgens afspraak met de mentor(en) halen de studenten de lesonderwerpen op.
  • Bij het opgeven van de lesonderwerpen vragen we om: het leergebied, de lesduur, het lesonderwerp (nieuwe leerstof of herhaling), het handboek (auteur, titel, plaats en datum van uitgave, bladzijden), eventueel toelichtingen, suggesties en te gebruiken media te vermelden voor de student. Geef bij de opgave van een handboek ook de druk en het jaartal op, want enkel de titel kan misleidend zijn. De meeste handboeken kan de student raadplegen in de mediatheek van de campus. Sommige worden echter frequent gevraagd, zodat je wel goed kan helpen door een handboek uit de klas te laten gebruiken of eventueel een kopie mee te geven van de nodige bladzijden.
  • Meld aan de studenten welke materialen op de school of in de klas aanwezig zijn, wat de leerlingen kunnen meebrengen, zodat de kosten voor de studenten tot een minimum kunnen beperkt blijven.
  • Moeilijke opgaven als ‘werk een project uit over… ’ worden best niet aan eerstejaars gegeven. Studenten van het eerste jaar werken geen hoeken- of contractwerk uit, dit komt in het 2de opleidingsjaar aan bod.
  • De studenten krijgen in semester 1 nog geen contacturen godsdienst noch godsdienstdidactiek waardoor zij nog geen godsdienstlessen kunnen geven. Frans en wero-tijd komen eveneens nog niet aan bod in semester 1. Dit is wel het geval in semester 2. Gelieve hiermee rekening te houden bij het opgeven van de lesonderwerpen voor de stage.
  • De vakdidactische vaardigheden per semester vind je hier. Het is belangrijk hiermee rekening te houden. Ook aan bijzondere leermeesters wordt gevraagd om lesonderwerpen samen met deze van de mentor op te geven.