Voorbereiding

Voor elke stagedag contacteren de studenten de mentoren van de stageschool. Er kunnen verschillende mentoren zijn: de klastitularis, de zorgleerkracht en de bijzondere leermeesters zoals de bewegingsleerkracht. Observaties gebeurden in Praktijk1. Uiteraard mag er extra geobserveerd worden. De student maakt de nodige afspraken met de mentoren inzake lessenrooster, lesonderwerpen en lesvoorbereidingen.

Belangrijk voor de studenten:

  • Hou waar mogelijk rekening met elementen die afkomstig zijn uit de beginsituatie die je in kaart hebt gebracht in Praktijk1.
  • Gebruik het stagerooster voor de actieve stage en vul het volledig en correct in. Wees specifiek over de les. Geef telkens het leergebied en de specifieke lesinhoud op. Elke stagedag (4) betreft een VM bestaande uit 4 lessen van 50minuten en een NM met participerende observatie.
  • De leergebieden waarvoor je lessen mag uitwerken, met lesonderwerpen opgegeven door de mentor zijn: taal, wiskunde, wero, muzo en godsdienst.
    Duid activiteiten aan die je zelf niet geeft of die op schoolniveau georganiseerd worden: deze gelden niet als actieve stage. Je kan deze mee begeleiden maar dan moeten er nog lessen extra gepland worden.
  • Geef eventuele wijzigingen altijd en tijdig door aan alle betrokken partijen, nl. leergroepbegeleider en bezoekende vakdocent.

Belangrijk voor de mentoren:

  • De onderwerpen voor de lessen van de didactische stage worden gegeven door de stagementoren. Volgens afspraak met de mentor(en) halen de studenten de lesonderwerpen op. De leergebieden waaruit onderwerpen worden bepaald zijn: taal, wiskunde, wero, muzo en godsdienst.
  • Bij het opgeven van de lesonderwerpen vragen we om: het leergebied, de lesduur, het lesonderwerp (nieuwe leerstof of herhaling), het handboek (auteur, titel, plaats en datum van uitgave, bladzijden), eventueel toelichtingen, suggesties en te gebruiken media te vermelden voor de student. Geef bij de opgave van een handboek ook de druk en het jaartal op, want enkel de titel kan misleidend zijn. De meeste handboeken kan de student raadplegen in het (nieuwe) leercentrum op onze campus of online. Sommige worden echter frequent gevraagd, zodat je wel goed kan helpen door een handboek uit de klas te laten gebruiken of eventueel een kopie mee te geven van de nodige bladzijden.
  • Meld aan de studenten welke materialen op de school of in de klas aanwezig zijn, wat de leerlingen kunnen meebrengen, zodat de kosten voor de studenten tot een minimum kunnen beperkt blijven.
  • Moeilijke opgaven als ‘werk een project uit over… ’ worden best vermeden. Studenten van het eerste jaar werken geen hoeken- of contractwerk uit; dit komt in het 2de opleidingsjaar aan bod.