Realisatie

Afspraken met mentor en stageschool

1.Stagerooster

  • Geef eventuele wijzigingen altijd én tijdig door aan alle betrokken partijen nl. praktijkpedagoog en bezoekende vakdocent.
  • Post het stagerooster minstens één week voor het begin van de stage in LINK en bezorg het ook via mail aan de praktijkpedagoog en de bezoekende vakdocent.
  1. Stagemap:
  • Bij het begin van elke stageweek is de agenda voor die week aanwezig.
    Je maakt tijdens de voorbereidingsperiode afspraken met de mentor(en) i.v.m. het indienen van agenda en legt deze afspraken schriftelijk vast.
  • Post de agenda in LINK vóór het begin van de stage.
  • Maak je digitale agenda met Scoodle.
  • In je stagemap zitten volgende documenten: observatieverslag, stageplanning, print MC , lessenrooster aangemaakt in scoodle, agenda, dagelijkse reflecties en ingevulde werkblaadjes.
  • De stagemap met het voorbereidend werk is de hele stage ter inzage achteraan in de klas in functie van stagebezoek.
  • Het welslagen van een stage hangt grotendeels af van een goede voorbereiding: duidelijke en overzichtelijke lesschema’s, degelijke en vooraf ingevulde werkbladen, overzichtelijke bordschema’s, goede observaties tijdens de contacten met school en stageklas…
  1. LINK:
  • In LINK post je alle gevraagde documenten.          
  1. Stageschrift:
  • Geef je stageschrift aan de mentor af, vóór het begin van de eerste les.
  1. Stagewebsite:
  1. Lessen R.K.-godsdienst:
  • Elke student dient binnen de stage de lessen R.K.-godsdienst te verzorgen op basis van het leerplan. Studenten die omwille van het levensbeschouwelijk karakter van hun stageschool niet aan deze verwachting kunnen voldoen, melden dit na het eerste contact met de stageschool aan hun praktijkpedagoog en de docent godsdienst van de opleiding. In samenspraak wordt nagegaan op welke manier de student een vervangtaak doet in het kader van de stage. Centraal in deze vervangtaak staat een christelijk-levensbeschouwelijke thematiek die op een open en verruimende manier didactisch wordt uitgewerkt en zo mogelijk ook gerealiseerd, met respect voor en in overeenstemming met het levensbeschouwelijk karakter van de stageschool.
  1. Evaluatieformulier:
  • Geef het evaluatieformulier dat je via LINK kan afdrukken en personaliseren bij het begin van de stage af, zodat de mentor weet welke aspecten hij moet beoordelen.
  • De mentor kan het formulier meegeven met jou op het einde van de stage of zo snel mogelijk opsturen naar de hogeschool. In dat geval dient hij de naam van de praktijkpedagoog op de omslag te vermelden.
  • Indien gewenst kan de mentor het evaluatiedocument digitaal invullen.
    In dat geval bezorgt hij het ingevulde document in PDF-formaat via mail aan de praktijkpedagoog. Een geprint exemplaar voorzien van een handtekening bezorgt hij via de student
  • Maak tijdens de observatiedagen duidelijke afspraken met je mentor. Volgende punten kunnen daarbij eventueel ter sprake komen:
    • al dan niet begeleiden van de leerlingen naar de klas
    • kopiëren
    • gebruik van materiaal
    • vergoeding voor aangekocht materiaal
    • invullen klasagenda
    • klasschikking
    • ochtend- en avondgebed
    • geld ophalen
    • plaats waar je kan eten
  • Laat voor de stage nog iets van je horen, indien er veel tijd ligt tussen de laatste observatiedag en de eigenlijke stage.
  • Geef een briefje mee aan de leerlingen gericht naar hun ouders waarin je je stage aankondigt en je jezelf kort voorstelt.
  • Mocht je niet (of niet tijdig) aanwezig zijn, verwittig dan je mentor (of de school, indien je je mentor niet kan bereiken), het secretariaat van de hogeschool, de vakdocent die je zou komen bezoeken én je praktijkpedagoog.
  • Als je afwezig bent of de stagelessen om een andere reden niet kan geven, dan zullen de stagebegeleiders van de hogeschool, in samenspraak met mentoren en student, zoeken naar andere geschikte data.
  • Wees steeds tijdig aanwezig (minstens een kwartier voor het begin van de lessen).
  • Ga aan het begin en op het einde van de stage bij de directeur langs. Als er nog medestudenten op dezelfde school staan, probeer dan samen te gaan.
  • Groet ook alle andere personen die je ontmoet op school (toekomstige collega’s, ouders,…)
  • Indien je kopieën mag nemen op school, breng dan tijdig je originelen naar je mentor (niet de dag van de stage zelf).
  • Ook andere materialen, media of lokalen dien je tijdig aan te vragen (TV, computer, klokjes, materiaal voor muzische opvoeding, turnzaal,…).
  • Beperk telefonisch contact met je mentor zoveel mogelijk.
  • Spreek je mentor en de bezoekende docenten aan met mevrouw of meneer – zeker in het bijzijn van derden.
  • Informeer je over de geldende school- en klasregels en hou je daaraan. Lees er het schoolreglement van je stageschool op na. We denken daarbij aan regels in verband met kledij, gsm, piercings, snoepen, roken, petjes… Bedenk dat je een voorbeeldfunctie vervult.
  • Draag je verantwoordelijkheid van bij het binnenkomen op de school tot op het moment dat je ze verlaa
  • Wie op de school wenst te filmen of te fotograferen, vraagt hiervoor vooraf toestemming aan de directie. In geen geval kunnen foto’s of filmpjes openbaar worden gemaakt of vertoond via digitale weg.
  • Na een activiteit ruim je alles zorgvuldig op.
  • Wees milieubewust! Wees zuinig met het materiaal dat je van je mentor mag gebruiken.
  • Zet aan het einde van de dag alle stoelen en tafels weer op hun plaats.
  • Zorg altijd voor een net bord.
  • Verlucht het lokaal, dit is tijdens coronatijden zeer belangrijk.

We willen als hogeschool inzetten op een omgeving waar geen ruimte is voor grensoverschrijdend gedrag en waar dit – mocht het zich toch voordoen – ernstig genomen en aangepakt wordt.

Aangezien grensoverschrijdend gedrag in elke situatie mogelijk is, is het nooit uitgesloten dat dit zich ook op je stageplaats voordoet.

Als iemand anders jouw persoonlijke grens overschrijdt is dit gedrag ongewenst. Het is dan belangrijk dit onmiddellijk en duidelijk in je communicatie aan te geven. Als de ander daar vervolgens geen rekening mee houdt spreken we van grensoverschrijdend gedrag. Dit is eveneens het geval als het gedrag vanuit de specifieke context of vanuit algemeen fatsoen ongepast is (pesten en cyberpesten, geweld, ongepaste aanrakingen, discriminatie…)

We adviseren je om elke situatie van grensoverschrijdend gedrag zo snel mogelijk te melden aan één van de vertrouwenspersonen van je campus en/of aan je stagebegeleider van de hogeschool. Zij kunnen je informatie en advies geven van hoe je met de situatie kan omgaan en hoe je grenzen kan stellen. Zij kunnen ook maatregelen nemen om te zorgen dat het grensoverschrijdend gedrag stopt. Zij zullen nooit stappen ondernemen zonder overleg met jou en zonder jouw expliciete toestemming.

Voor meer informatie omtrent mogelijke signalen van grensoverschrijdend gedrag en wat te doen in geval je ermee geconfronteerd wordt, verwijzen we naar http://stuvoplus.be/aalst/grensoverschrijdend-gedrag1

Stage lopen in een lagere school vraagt heel wat voorbereidingswerk.
Om de kosten voor onze planeet én voor jezelf zo laag mogelijk te houden, vragen we dat je  onderstaande punten in acht neemt.

 

  • Print de agenda indien mogelijk recto verso (of zorg voor een verkleinde weergave). Je kan de agenda ook printen op gerecycleerd papier.
  • Gebruik geen plastic mapjes om de lesvoorbereidingen of observatieverslagen op te bergen.
  • Print de volledige bladzijde niet opnieuw voor kleine wijzigingen. Verbeter of vul aan met balpen.
  • Start niet elke lesfase op een aparte bladzijde. Beperk de witruimtes.
  • Print zelfgemaakte werkbundels niet in kleur. Print indien mogelijk recto verso. Voorzie geen voorblad waar alleen een tekening op staat.
  • Wanneer je een digitaal bord ter beschikking hebt: gebruik dit zeker om tekeningen, foto’s, … te tonen. Print niet nodeloos tientallen tekeningen.
  • Lamineer enkel prenten/woordstroken… die je geregeld opnieuw gebruikt. Prenten die je één keer gebruikt hoef je niet te lamineren.
  • Ontwikkel materialen die multi-inzetbaar zijn. Maak bijvoorbeeld één groot spelbord of quizbord dat je voor verschillende activiteiten kan gebruiken.
  • Gebruik duurzame ingrediënten en materialen als je een kookactiviteit plant. Kies voor gezonde, seizoensgebonden producten en gebruik echte borden en bestek in plaats van wegwerpmaterialen. Vraag na welke materialen op school voorhanden zijn.

Stage Buitengewoon Onderwijs

De student spreekt goed af met de mentor hoe hij tijdens de stageweek zo actief mogelijk kan ingeschakeld worden.

In principe kunnen alle lessen van de onderwijzer(es) ASV overgenomen worden. Er kan worden afgesproken enkele andere opdrachten van bijzondere leermeesters op zich te nemen: bvb. lessen bewegingsopvoeding, creatieve expressie….

De stagiair draait volop mee in het schoolgebeuren:  bvb. ook bij begeleiding van sport en spel, bij de maaltijden. Hier kan de student zelf de nodige initiatieven nemen.

Indien de stageschool het wenselijk acht,  woont de student ook een klassenraad bij.

Zorgstage

De student spreekt goed af met de mentor hoe hij tijdens de stageweek zo actief mogelijk kan ingeschakeld worden.

In principe kunnen alle taken van de zorgleerkracht worden overgenomen.

De stagiair draait verder volop mee in het schoolgebeuren:  bvb. ook bij begeleiding van sport en spel, bij de maaltijden. Hier kan de student zelf de nodige initiatieven nemen.

Indien de stageschool het wenselijk acht,  woont de student ook een klassenraad bij.