Het uitgangspunt voor dit OPO Praktijk 3: Brede basiszorg is om alle leerlingen een brede basiszorg te geven. Onze studenten wordt gevraagd om in te zetten op brede zorgmaatregelen in de (stage)klas en daarbij de nieuwste inzichten over leren en ontwikkelen ondersteunen effectief in te zetten.
Daarom staan binnen het OPO Praktijk 3: Brede basiszorg twee invalshoeken centraal
- Inzichten uit de (digitale) didactiek
- Inzichten uit de pedagogiek
Bij elk van deze invalshoeken wordt ingezoomd op een aantal inhouden die op basis van wetenschappelijk onderzoek hun waarde bewezen hebben voor professionals die werken met kinderen, voor de brede klaspraktijk en meer bepaald voor de leraar lager onderwijs.
De inzichten over effectief lesgeven en (digitale) didactiek binnen brede basiszorg (OLR 4), én in positief klas- en gedragsmanagement (OLR 5) kunnen op stage effectief toegepast of ingezet worden. Een krachtige leraar combineert verschillende kwaliteiten: hij geeft gerichte feedback, werkt probleemoplossend, past expliciete directe instructie toe, houdt rekening met de noden en interesses van leerlingen, stemt af op hun leertempo en biedt ondersteuning én uitdaging. Deze elementen vormen de kern van krachtig lesgeven in diversiteit.
We willen dat onze studenten hun lestijd effectief benutten en inhoudelijk sterke lessen geven in warme, gestructureerde klasomgevingen.
De student bundelt alle materialen op een overzichtelijke en verzorgde manier (zie structuur papieren map met bijlagen en de digitale OneDrive-map met de lesvoorbereidingen – zie rubriek voorbereiden).
De gestructureerde map met bijlagen, inclusief stagerooster, ingevulde werkbladen en bordschema’s, wordt achteraan in de klas gelegd zodat de mentor en de bezoekende docenten alles vlot kunnen raadplegen. De OneDrive-map moet eveneens raadpleegbaar zijn voor de bezoekende docenten.
Op de eerste stagedag van de eerste tweedaagse stageperiode staan alle lessen, bijlagen en werkbladen in de digitale en/ of papieren map met bijlagen zichtbaar voor de eerste twee stagedagen.
Voor de laatste vijfdaagse stageperiode kunnen werkbladen of bijlagen uiterlijk op de derde stagedag nog worden toegevoegd. De definitieve lessen worden vanaf stagedag 1 raadpleegbaar.
De reflecties achteraf worden dagelijks bijgewerkt en opgenomen in de map met bijlagen.
Ten laatste drie lesdagen vóór de aanvang van de stage worden de voorbereidingen per stagedag opgeladen in OneDrive.
Alle voorbereidingen (voorbereidingen met feedback en de aangepaste voorbereidingen) blijven gedurende de hele stage en het volledige academiejaar te raadplegen in de OneDrive vanaf de eerste stagedag.
Tijdens Praktijk 3: BBZ zijn twee bezoeken van een docent voorzien: één van een vakdocent en één van de leergroepbegeleider.
De naam van de bezoekende vakdocent worden tijdig meegedeeld op Toledo Ultra.
Omdat de mentor de student voortdurend aan het werk ziet, kan hij/zij regelmatig waardevolle feedback geven. De student probeert deze feedback zoveel mogelijk mee te nemen in zijn/haar verdere lessen en activiteiten.
Wanneer de student het gevoel heeft te weinig feedback te krijgen, kan hij/zij actief om extra feedback vragen over de gegeven lessen of activiteiten.
Een handig hulpmiddel om feedback per les of stagedag te structureren, is het stageschrift. Dit wordt aan het begin van de stageweek door de student aan de mentor aangeboden in de vorm van een bestekmapje. Via het stageschrift kan de mentor aanbevelingen geven bij de geobserveerde lessen of activiteiten.
Het stageschrift is verplicht en blijft gedurende de stage achteraan in de klas ter inzage liggen. De sjablonen worden aan de studenten bezorgd door de hogeschool aan het begin van het academiejaar en worden doorheen het academiejaar aangevuld door de student.
Teamteaching starten: een goede voorbereiding
Starten met teamteaching vraagt een zorgvuldige voorbereiding. Dit geldt nog meer wanneer studenten teamteachen met hun mentor.
Tijdens de teamteachingsdag is de student verantwoordelijk voor het uitwerken van twee lessen nl. een les wiskunde en een les Nederlands. We vragen om een nieuwe lesinhoud aan te brengen.
De student neemt de verantwoordelijkheid voor het uitwerken van deze lessen (instructies geven, groepsverdeling voorzien, inbouwen differentiatie, aangepaste leermiddelen voorzien…) en het klashouden.
De mentor kan de student hierbij ondersteunen. Over de precieze rol en taakverdeling van de mentor worden duidelijke afspraken gemaakt.
Tegelijkertijd ondersteunt de student de mentor tijdens die TT-dag bij het realiseren van de overige lessen. De student kan hier bepaalde lesfasen uitwerken of begeleiden. De mentor blijft verantwoordelijk voor het verloop van de lessen. Het is belangrijk hierover vooraf duidelijke afspraken te maken.
Het schema teamteaching kan verheldering brengen en als basis dienen om afspraken te maken. (Bron: https://www.klasse.be/wp/wp-content/uploads/2025/02/Teamteaching_schema.pdf)
Enkele aanbevelingen voor een goede samenwerking:
Bereid de lessen samen voor en stem af wie welke taken op zich neemt en welke rol iedereen heeft.
Bespreek van tevoren welke vorm van teamteaching jullie gaan inzetten.
Bespreek de doelen en verwachtingen van het hele teamteaching-traject:
Hoe gaan jullie om met de diversiteit in de klas?
Wanneer en hoe bereiden jullie samen voor, en hoeveel tijd neemt dit in beslag?
Hoe wordt differentiatie in de klas vormgegeven?
Hoe verdelen jullie verantwoordelijkheden tijdens de lessen: gedeelde verantwoordelijkheid of blijft de mentor de eindverantwoordelijke?
Wie regelt welke materialen tijdens de voorbereiding?
Wie neemt welk deel van de instructie voor zijn/haar rekening?
Hoe geven jullie elkaar tussentijds signalen en hoe overleggen jullie tijdens de les?
Hoe spreken jullie over en tegen elkaar tijdens de les?
In welke mate mag er autonomie zijn om kleine wijzigingen in de lesvoorbereiding door te voeren tijdens de les?
Wie evalueert de les samen met de leerlingen aan het einde, en hoe gebeurt dit?
Hoe beoordelen jullie of de les effectief is geweest?
Wanneer en hoe reflecteren jullie over het verloop van de lessen?
De student meldt elke afwezigheid onmiddellijk aan het secretariaat van de hogeschool, de directeur en mentor van de stageschool, de leergroepbegeleider en de bezoekende vakdocent.
Afwezigheid wegens ziekte wordt gewettigd met een doktersattest. Indien een student om een andere reden niet aanwezig kan zijn of stagelessen niet kan geven, zoekt hij/zij in overleg met de leergroepbegeleider naar alternatieve data. Elk gemist stagemoment wordt op een ander moment ingehaald.
Inhaalmomenten voor of na de stageperiode:
- Activiteiten zoals sportdag, toneelvoorstelling, … die tijdens de stageperiode plaatsvinden, worden eveneens ingehaald. Tijdens de oorspronkelijke stageperiode neemt de student hier wel aan deel.
- De student informeert de leergroepbegeleider tijdig over alle aanpassingen en inhaalmomenten. Deze worden zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke stagedagen of stageweek gepland.