Voorbereiding

Voor de aanvang van de stage eerste leerjaar heeft de student op de hogeschool een module eerste leerjaar gevolgd waarin we aandacht besteden aan de overgang van de kleuterschool naar het eerste leerjaar, aanvankelijk lezen, schrijven en rekenen, ervarend en ontdekkend leren in wereldoriëntatie, muzisch werken en godsdienst voor leerlingen van het eerste leerjaar en de specifieke klasorganisatie.

Vanuit de opleiding willen we stimuleren dat de basisschool een geheel vormt en niet de optelsom is van een kleuterschool en een lagere school. Een afstuderende kleuteronderwijzer moet zicht hebben op de werking van de lagere school, een afstuderende onderwijzer moet zicht hebben op de werking van de kleuterschool. Zo kunnen de studenten hun eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod.

Tijdens de observatieweek van deze stage observeert de student minstens een halve dag (voormiddag) in de derde kleuterklas.

(Indien aan de stageschool geen kleuterschool verbonden is, dan observeert  hij in de kleuterschool van waaruit de leerlingen van het eerste leerjaar worden gerekruteerd.)

Algemene doelstellingen van de observatie in september (drie halve dagen):

  • De beginsituatie van de leerlingen zo goed mogelijk leren kennen.
  • De gebruikte methode van aanvankelijk rekenen, lezen en schrijven bestuderen.
  • Het didactisch verloop van de lessen lezen, rekenen en schrijven observeren en noteren (fasering, didactische werkvormen, leermiddelen, woordgebruik…).

Lees meer over de doelstellingen van de participerende observatie. 

De student post deze observatieverslagen in LINK. Een print ervan komt in de stagemap.

Hier vind je de opdrachtenfiche voor deze observatieopdracht. 

Tijdens de observatiedag…lees meer…

De lesonderwerpen worden door de mentor(en) opgegeven. Er kan een thema of een project uitgewerkt worden. De student geeft alle lessen van het lessenrooster. Voor lezen en rekenen vragen wij de studenten rekening te houden met de individuele verschillen en dus vooral individualiserend te werken. Voor het inoefenen van aanvankelijk lezen en rekenen zullen zij eventueel didactisch materiaal maken (leermiddelen voor individueel of klassikaal gebruik) aansluitend bij de lees- of rekenmethode.

De bibliotheek van de hogeschool bezit ongeveer alle methodes (handboeken) die gebruikt worden in de scholen. Toch vragen wij de mentor, indien mogelijk, een exemplaar ter inzage mee te geven aan de student.

Onze studenten maken, al dan niet in opdracht van de stagementor, heel wat werkbladen voor de leerlingen (oefeningen, teksten, kaarten, individualisatiefiches,…). De student overlegt met de mentor wat en wanneer in de stageschool kan gekopieerd worden.

De student in de derde opleidingsfase gebruikt het weekrooster in Scoodle en vult het volledig en correct in.  Een print van dit weekrooster komt in de stagemap.

Hij geeft eventuele wijzigingen altijd én tijdig door aan alle betrokken partijen nl. praktijkpedagoog,  bezoekende vakdocent en mentor.

Hij post het stagerooster minstens een week voor het begin van de stage in LINK en bezorgt het ook via mail aan de praktijkpedagoog en de bezoekende vakdocent.

De voorbereiding gebeurt thuis of in de hogeschool. Indien nodig kunnen de studenten de stageschool contacteren om verdere uitleg bij hun stageopdrachten te vragen of om nog enkele lesmomenten bij te wonen.  Tijdens de voorbereidingsweek bespreken de studenten  met de praktijkpedagoog het verloop van de voorbereidingen en hun Kompas (MyCompass).

Studenten van het derde jaar bereiden alle lessen voor in een digitale agenda binnen Scoodle (www.scoodle.be).

Dit is een heel toegankelijk programma dat de studenten veel praktische voordelen biedt. Ook tijdens hun latere loopbaan als leerkracht kunnen de studenten dit programma gebruiken. 

De student volgt voor het invullen van de Scoodle-agenda de richtlijnen die tijdens de contactmomenten hierover werden meegegeven.  De diverse stappen van het leerproces moeten duidelijk aangegeven worden.

Hier vind je de handleiding om met Scoodle aan de slag te gaan. 

Hier vind je meer afspraken over de voorbereidingen en de stagemap. Lees meer…

De student geeft aan de leerlingen een briefje mee voor de ouders waarin hij zijn  stage aankondigt en zichzelf kort voorstelt.

Voor de aanvang van de stage plant de student een oefenmoment. Tijdens oefenmomenten krijgen de studenten de kans om competenties in te oefenen, te verbreden en om te experimenteren. Zo leren ze ook voor aanvang van de stage de leerlingen en de klasorganisatie kennen. Deze momenten worden niet beoordeeld.