Realisatie

Algemene afspraken

Voor de aanvang van de stage neemt de student nog eens contact met de mentor, zeker  indien er veel tijd ligt tussen de laatste observatie- of contactdag en de eigenlijke stage.

De student is steeds tijdig aanwezig (minstens een kwartier voor het begin van de lessen).

 Mocht de student niet (of niet tijdig) aanwezig zijn, dan verwittigt hij de mentor (of de school, indien hij de mentor niet kan bereiken), het secretariaat van de hogeschool, de bezoekende vakdocent én de praktijkpedagoog.

Als de student afwezig is of de stagelessen om een andere reden niet kan geven, dan zullen de stagebegeleiders van de hogeschool, in samenspraak met mentoren en student, zoeken naar andere geschikte data. 

Meer afspraken m.b.t. realisatie …

De student in de derde opleidingsfase neemt de volgende taken van de mentor over:  lees meer…

We willen als hogeschool inzetten op een omgeving waar geen ruimte is voor grensoverschrijdend gedrag en waar dit – mocht het zich toch voordoen – ernstig genomen en aangepakt wordt. Lees meer…

We verwachten dat de student tijdens de ingroeistage bijzondere aandacht besteedt aan differentiatie (binnenklasdifferentiatie, evaluatie, taken, …). Verder heeft hij ook aandacht voor kinderen met leerproblemen en voor hoogbegaafde kinderen. De student geeft in zijn digitale agenda duidelijk aan op welke manier hij zorgbreed werkt.

Specifieke opdrachten

De student maakt 6 halve dagen schoolactiviteiten mee. We verwachten dat de student minstens één personeelsvergadering, één MDO en één oudercontact mag bijwonen. Andere mogelijkheden zijn: pedagogische studiedag, sportdag, schoolreis, hulp bij schoolproject, viering of schoolfeest, volgen van bijzondere leermeester, inschakeling in zorgerbreding, brugdag kleuter-eerste leerjaar, brugdag zesde leerjaar – S.O., kangoeroeklas, … Deze activiteiten sluiten zoveel mogelijk aan bij de periode van de ingroeistage en worden uitgevoerd in de school waar de student zijn ingroeistage loopt.

De student houdt een overzicht bij van deze activiteiten en geeft aan het einde van de rit in een reflectie aan hoe hij als leerkracht gegroeid is binnen de functionele gehelen 6 tot 10 (zie: Gedragsindicatoren voor de leraar in opleiding volgens de basiscompetenties). De opdrachtenfiche voor deze reflectie vindt de student in LINK. 

Zie opdracht op Toledo, eventueel uit te voeren in ingroeischool.