In elk semester zijn er verschillende observatiemomenten gepland, waarop de student de stageklas kan observeren. Deze observatiemomenten staan vermeld in de planning van Praktijk 3 Brede basiszorg (zie ‘Planning’).
Op deze observatiedagen meldt de student zich eerst aan bij de directie. Bij een eerste contact stelt de student zich kort voor. Eens in de klas kan de student de observatieopdracht (aan de hand van kijkwijzers en een afstemmingsdocument) uitwerken en een gesprek voeren met de mentor.
Van de studenten wordt ook verwacht dat zij op een laagdrempelige en speelse manier kennismaken met de leerlingen van de klas. De mentor voorziet hiervoor 15-20 minuten tijdens de eerste observatiedag.
De kijkwijzers worden inhoudelijk ingevuld vanuit de verschillende opleidingsonderdelen binnen de hogeschool, vnl. vanuit de theoretische kaders uit de lessen Praktijk 3 Brede basiszorg. De kijkwijzers vormen de brug naar de klaspraktijk.
De studenten posten de kijkwijzers in LINK. De deadline voor het posten van de kijkwijzer in LINK staat telkens vermeld op de kijkwijzer.
Waar de student participerend kan observeren, doet hij/zij dit. Het geeft vaak een beter beeld van de beginsituatie van de leerlingen.
Tijdens het observatiemoment overloopt de student het verloop van de teamteachingsdagen (TT-dagen). De aanpak van deze TT-dagen verschilt per moment (zie ‘Planning’).
De mentor bepaalt in overleg met de student het stagerooster en de lesonderwerpen. Daarbij is het belangrijk dat er ook voldoende ruimte blijft voor het integreren van de theoretische inzichten die de student tijdens deze periode moet toepassen (aandacht voor differentiatie, EDI,…).
De data waarop de mentor de lesonderwerpen doorgeeft aan de student, staan vermeld in de stageplanning (zie ‘Planning’).
Van zodra de student de lesonderwerpen ontvangt, kijkt hij/zij na of de lesactiviteiten duidelijk en haalbaar zijn. Indien nodig vraagt de student extra toelichting.
Het is belangrijk om te weten of het om nieuwe leerinhouden gaat, of eerder om verwerkings- of oefenopdrachten.
Van zodra de student de lesonderwerpen heeft ontvangen, kan hij/zij starten met zijn voorbereidend werk voor de momenten teamteaching en de stage. Studenten krijgen hun lesonderwerpen graag enkele weken voor aanvang van de stage, zodat ze zich grondig kunnen voorbereiden.
Tijdens het tweede observatiemoment krijgen de leerlingen een briefje mee naar huis, gericht aan hun ouders. Hierin stelt de student zich kort voor en vermeldt de student dat hij/zij gedurende het schooljaar een aantal dagen stage zal lopen in de klas van hun zoon of dochter. Eventuele opdrachten vanuit de hogeschool of het thema van de stage kunnen hierin beknopt worden toegelicht.
Het briefje wordt per stageperiode opgeladen in LINK, uiterlijk de dag na het tweede observatiemoment.
De lessen worden zorgvuldig voorbereid door de student.
Wanneer de student vragen heeft voor de vakdocenten of leergroepbegeleider, moedigen wij hen aan om tijdig hulp te vragen. Een gerichte mail met een concrete vraag bij een onderdeel van de lesvoorbereiding kan al veel verduidelijken. Ook de documenten Leidraad bij het maken van een lesvoorbereiding en de Vakdidactische praktijkgids bieden hierbij steun.
Daarnaast organiseren we verplichte coachings- en voorbereidingsmomenten, waarop de leergroepbegeleiders en vakdocenten aanwezig zijn.
De studenten werken meestal thuis aan hun voorbereidingen, maar ze kunnen ook gebruik maken van het Atrium op de campus.
De student formuleert in zijn lesvoorbereidingen duidelijke doelstellingen, beschrijft de beginsituatie van de leerlingen, raadpleegt de minimumdoelen en leerplandoelen (zie ‘Algemene info’ > ‘Algemeen’ > ‘Gebruik van de nieuwe minimumdoelen en leerplannen’) en werkt de leer- en onderwijsactiviteiten uit. De student werkt zowel vooraf als achteraf degelijke reflecties uit (zie ‘Reflecteren’).
Bij de lesvoorbereidingen voorziet de student alle relevante bijlagen: zelf ingevulde werkblaadjes, bordschema’s, gebruikte prenten, huistaken,…
De lesvoorbereidingen worden per stagedag digitaal opgeladen in OneDrive, uiterlijk drie lesdagen vóór de eerste stagedag. Ze worden dus niet langer toegevoegd aan de papieren stagemap.
Voor de bijlagen wordt wél nog een papieren map voorzien. Onder ‘structuur van de digitale stagemap met de lesvoorbereidingen en de map met bijlagen’ staat vermeld welke documenten daarin thuishoren.
De student vult het stagerooster volledig en correct in, gebruikt hiervoor het sjabloon van de hogeschool en laadt het op in LINK. Daarnaast wordt het rooster ook per e-mail bezorgd aan de leergroepbegeleider en de bezoekende docent, uiterlijk één week vóór de start van de stage. Uiteraard mag dit ook vroeger worden doorgestuurd.
De student zorgt ervoor dat het stagerooster netjes op één pagina past en dat de lesonderwerpen zo concreet mogelijk zijn uitgewerkt. De student vult het rooster steeds in vanaf de kolom van de eerste lesdag (ook al valt die bv. op een donderdag). Eventuele afwijkende data moeten duidelijk worden aangegeven, bij voorkeur in kleur.
De student deelt alle lesvoorbereidingen via een gedeelde OneDrive-map met de mentor, de leergroepbegeleider en de bezoekende docent.
De leergroepbegeleider bezorgt de link naar de OneDrive-map aan de student en de bezoekende docent. De student deelt de map vervolgens met de mentor.
De student bezorgt de lesvoorbereidingen ruim op voorhand vanuit de gedeelde OneDrive-map.
Alle digitale lesvoorbereidingen worden uiterlijk drie lesdagen vóór de start van de stage aan de mentor bezorgd. Zo heeft de mentor voldoende tijd om de documenten na te lezen en eventuele aanpassingen voor te stellen. Daarbij worden ook afspraken gemaakt over wanneer de student de nagelezen voorbereidingen terugkrijgt en verdere feedback kan ontvangen.
Op de eerste stagedag van elke periode (de tweedaagse stage in november, de driedaagse stage in december en vijfdaagse stage in maart) staan in de OneDrive-map alle oorspronkelijke en aangepaste lesvoorbereidingen klaar tot en met de laatste stagedag.
Voor de tweedaagse en driedaagse stageperiode zijn alle bijlagen vanaf de eerste stagedag fysiek beschikbaar in de map.
Voor de vijfdaagse stageperiode zitten alle bijlagen voor de eerste drie stagedagen op de eerste stagedag in de map. De materialen voor de laatste twee stagedagen worden uiterlijk bij de start van de vierde stagedag aan de map toegevoegd.
Alle lesvoorbereidingen en bijlagen blijven gedurende de hele periode beschikbaar in de OneDrive-map en map met bijlagen.
De reflecties per dag worden ook in de map met bijlagen doorheen de stageperiode per stagedag toegevoegd.
Daarnaast maakt de student op de stageschool actief kennis met het hele schoolteam: leraren, directie, opvoedend, administratief en technisch personeel. De student zoekt hierbij bewust contact en probeert deze relaties positief te onderhouden. Het langdurige contact met de school biedt bovendien de kans om de werking van het schoolteam van dichtbij te ervaren.
Tijdens de contacten met de stageschool informeert de student naar de afspraken rond het invullen van de schoolagenda van de leerlingen. Daarbij volgt de student steeds de richtlijnen van de mentor en houdt de student rekening met de zelfregulerende en leervaardigheden van de leerlingen.
Indien passend kan de student ook zelf een huiswerkopgave of lesopdracht voorzien.
De digitale stagemap (OneDrive) wordt vooraf gestructureerd door de leergroepbegeleider. De student plaatst de lesvoorbereidingen vervolgens in de passende map.
De lesvoorbereidingen zijn gedurende de hele stageperiode raadpleegbaar in de gedeelde OneDrive.
De student bezorgt de wifi-code van de stageschool aan de bezoekende docenten.
De (papieren) map met bijlagen dient als volgt gestructureerd te worden:
- Voorblad met alle identificatiegegevens: stageperiode, student, mentor, leergroepbegeleider, stageschool, hogeschool en wifi-code van de stageschool.
- Stagerooster, volledig ingevuld.
- Zelf ingevulde werkbladen en bijlagen (bv. bordschema’s), in chronologische volgorde.
- (Dagelijkse) reflecties achteraf. Deze worden dagelijks aangevuld, zodat de mentor het leerproces van de student goed kan volgen en coachen.
Enkele tips voor de map met bijlagen:
- Voorzie schutbladen per dag, voor een duidelijke structuur.
- Werk ecologisch: print recto-verso, beperk plastic mapjes, druk geen overbodige zaken af. Kleine wijzigingen mogen netjes met een balpen worden aangebracht in plaats van opnieuw af te drukken.
De map met bijlagen blijft gedurende de hele stage achteraan in de klas ter inzage voor stagebezoeken.
Elke student verzorgt tijdens de stage de lessen R.K.-godsdienst volgens het geactualiseerde leerplan. Studenten die, vanwege het levensbeschouwelijke karakter van hun stageschool, deze lessen niet kunnen geven, melden dit na het eerste contact met de school aan hun leergroepbegeleider en de docent godsdienst van de opleiding. In overleg wordt dan bekeken hoe de student een vervangtaak kan uitvoeren.
Bij deze vervangtaak staat een christelijk-levensbeschouwelijk thema centraal, dat op een open en verruimende manier didactisch wordt uitgewerkt en, waar mogelijk, ook gerealiseerd. Dit gebeurt steeds met respect voor en in overeenstemming met het levensbeschouwelijke karakter van de stageschool.
Sommige studenten volgen een GMC-traject (Geïntegreerd Meersporencurriculum). Meer informatie hierover is terug te vinden bij ‘stagedocumenten’.