Voorbereiding

Er is in de stageplanning één dag vrijgemaakt om in de klas waarin de student stage zal lopen te observeren.

Waar hij participerend kan observeren, doet hij dit. Het geeft vaak een beter beeld van de beginsituatie van de kinderen. Tijdens deze dag vragen de studenten ook naar hun lesonderwerpen voor de komende momenten teamteaching, maar ook voor de effectieve stage zodat zij vanaf deze momenten kunnen starten met hun voorbereidend werk.

Studenten starten graag tijdig met hun voorbereidend werk. Zij maken tijdens dit observatiemoment ook afspraken over de aanpak en hun rol tijdens de lesdagen teamteaching.

Observatiedagen studenten met een reguliere planning:

Stage tweede graad: dinsdag 8 oktober 2024 (voormiddag observatie/namiddag participerende observatie)

Stage derde graad: dinsdag 28 januari 2025 (voormiddag observatie/namiddag participerende observatie)

Stage eerste graad: donderdag 3 april 2025 (voormiddag observatie/namiddag participerende observatie)

Op deze observatiedag meldt de student zich eerst aan bij de directie.

Bij een eerste contact stelt de student zich kort voor.

Eens in de klas kan de student de observatieopdracht uitwerken en in gesprek gaan met de mentor over het klasgebeuren, de manier van orde houden, instructies geven,… 

De student laadt het observatieverslag op in LINK voor de aanvang van de stage en uiterlijk na de momenten teamteaching onder de naam: NAAM.VOORNAAM_Observatieopdracht_in_de_stageklas_xx_xx_202x”

 

Er zijn per stageperiode een aantal momenten van teamteaching met de stagementor. (Zie stageplanningen voor de diverse stagetrajecten.)

De dagen voorafgaand aan de effectieve stageperiode vervult de student aanvankelijk de rol van assistent en op een gegeven kantelmoment voorafgaand aan die effectieve stageperiode wordt de klasleerkracht (voor drie lesmomenten) assistent van de student. De rol (zie planning) die de mentor of student inneemt, zal voor aanvang en tijdens de stage duidelijk besproken moeten worden.

De lesonderwerpen worden door de mentor opgegeven en zeker ook besproken met de student.

De voorbereidingen van de teamteachingsmomenten worden tijdig doorgegeven aan de mentor (in onderling overleg). (formulier lesvoorbereiding)

We vragen aan de studenten met een reguliere planning in de tweede graad om tijdens het tweede moment van teamteaching of tijdens de stage, het leerarrangement dat ze voorbereidden op de campus onder begeleiding van leergroepbegeleiders en vakdocenten, aan te bieden in de stageklas.

De lesvoorbereidingen van de teamteachingsdag waarvoor de student zelf de verantwoordelijkheid draagt, worden ook opgeladen in LINK/OneDrive voor aanvang van deze dag.

Wanneer een dag teamteaching niet kan doorgaan dan wordt deze dag in onderlinge afspraak opnieuw gepland en wordt dit moment ook ingehaald. 

 

De mentor is verantwoordelijk voor het opgeven van de lesonderwerpen en het stagerooster (eventueel in samenspraak met de student). Wanneer er teamteaching gepland staat, zullen er duidelijke afspraken moeten gemaakt worden op inhoudelijk en organisatorisch vlak (geven instructie, rol bij teamteaching, begeleiding …)

Wanneer de student deze onderwerpen krijgt, kijkt hij meteen gericht na of hij zich de lesactiviteiten concreet kan voorstellen. De student vraagt eventueel meer uitleg en spreekt (wanneer nodig) af hoe het teamteachen kan verlopen en stelt daarbij de nodige inhoudelijke en organisatorische vragen.

Bij heel wat onderwerpen, vooral dan wiskunde en Nederlands, is het nodig om heel goed te weten of het nieuwe leerinhouden betreft dan wel of het over verwerkings- of oefenopdrachten gaat.

 

De studenten geven tijdens het eerste teamteachingsmoment een briefje gericht aan de ouders, mee aan de leerlingen van hun stageklas.

Hierin stelt de student zich voor en geeft hij aan dat hij gedurende vijf dagen in de klas van de zoon of dochter stage komt lopen. Eventuele taken vanuit de hogeschool kunnen beknopt toegelicht worden.

Dit briefje wordt per stageperiode in LINK opgeladen.

 

De leergroepen stagevoorbereiding* en stagenawerking worden op elkaar afgestemd.

We geven hieronder de informatie over het verloop van de leergroep ‘stagevoorbereiding’.

Leergroep stagevoorbereiding*

Tijdens de leergroep stagevoorbereiding* werken de studenten vier lesblokken op school, samen met hun medestudenten van de leergroep.

Deze dag wordt ook sterretjesdag* genoemd.

Aan elke stageperiode gaat een voorbereidingsperiode vooraf. Tijdens deze leergroep ‘stagevoorbereiding’ zijn de studenten met een regulier stagetraject steeds aanwezig op de campus:

  • donderdag 14 november 2024*
  • dinsdag 25 februari 2025*
  • woensdag 30 april 2025*

Per stageperiode is er één leergroep/sterretjesdag voorzien.

De studenten werken die dag op de campus waar ze samen met hun medestudenten van de leergroep in een gereserveerd lokaal aan de voorbereidingen werken. Hierbij kunnen de studenten elkaar ook ondersteunen.

Deze leergroep/sterretjesdagen worden ook ingevuld met een coachingsgesprek met de leergroepbegeleider over het weekrooster, de voorbereidingen en andere aan stage verbonden aspecten.

Bepaalde vakdocenten bieden deze dag ook een inhoudelijke sessie aan. Het volgen van deze sessies is verplicht. 

De studenten contacteren deze dag ook voldoende de aanwezige vakdocenten en spreken deze aan over hun voorbereidend werk.

Op de andere voorbereidingsdagen zijn de studenten vrij om thuis of op de campus te werken.

TIP: Vraag tijdig hulp aan de leergroepbegeleiders en vakdocenten om te ondersteunen bij het voorbereiden. Spreek zelf af wanneer je docenten online of op de campus kan contacteren.

De voorbereidingen worden met zorg opgemaakt. Vaardigheden die de student EBA LO doorheen semester 1 en 2 heeft geleerd, worden ook nu goed ingezet.

Ook nu formuleert de student doelstellingen met zorg, omschrijft hij de voorkennis van de leerlingen, raadpleegt hij eindtermen en leerplannen en werkt hij degelijke reflecties vooraf uit.

De student werkt tijdens de stageperiode een reflectie per stagedag uit in MyCompass in de rubriek ILearn. De student kan deze reflectie ook delen met de mentor. 

De reflecties per dag en de globale reflectie na de stage worden verwerkt in het MyCompass van de studenten. 

Document: Kijkwijzer sjabloon lesvoorbereiding

Document: Handleiding MyCompass

De student bezorgt het volledig en correct ingevulde stagerooster aan de leergroepbegeleider door dit te posten in Link en OneDrive. Dit wordt 1 week voor aanvang van de stage gepost maar ook gemaild naar de bezoekende vakdocent en leergroepbegeleider.

Dit stagerooster mag altijd vroeger doorgestuurd worden. De student gebruikt daarbij het sjabloon van de hogeschool. Zorg daarbij dat alles op 1 pagina past en concretiseer ook de lesonderwerpen. Start met de eerste lesdag (ook al is dit woensdag) om het stagerooster in te vullen. Afwijkende data moeten duidelijk aangegeven worden (fluo).

Het correcte stagerooster wordt op de aangegeven momenten ook opgeladen in het stageprogramma, Link. Gebruik het aangeboden sjabloon.

Wanneer het stagerooster niet op 1 bladzijde wordt aangeboden dan wordt dit teruggestuurd met de vraag om het te herwerken.

 

De student bevraagt zich tijdens de contacten met de stageschool welke eisen gesteld worden aan het invullen van de schoolagenda van de leerlingen. De studenten volgen hier de aanwijzingen van de mentor.

De student houdt rekening met de planvaardigheden van de leerlingen.

Eventueel kunnen ze zelf ook een huiswerkopgave of lesopdracht voorzien. De studenten stellen ook vragen over een digitaal aanbod, platform, …

In je stagemap zitten de volgende gegevens:

  • voorblad met alle identificatiegegevens: stageperiode/ student/ mentor/leergroepbegeleider/stageschool/ hogeschool
  • stagerooster (volledig ingevuld)
  • schutblad per stagedag
  • voorbereidingen, bordschema’s en ingevulde werkbladen in chronologische volgorde (géén bladen uit handleidingen)
  • op vraag van de mentor kan je de reflecties per stagedag vanuit het MyCompass toevoegen aan de map (printscreen)

De stagemap met voorbereidingen is de hele stage ter inzage achteraan in de klas in functie van de stagebezoeken.
Het welslagen van een stage hangt grotendeels af van een goede voorbereiding: duidelijke en overzichtelijke lesschema’s, degelijke en vooraf ingevulde werkbladen, overzichtelijke bordschema’s, goede observaties tijdens de contacten met school en stageklas…

Ook MyCompass moet voor, tijdens en na de stage bijgewerkt worden. Wanneer de mentor vraagt om jouw MyCompass te bekijken dan kan je jouw talenten, droom, uitdagingen en reflecties delen of er een print-screen van nemen en toevoegen aan je stagemap. Op die manier kan de mentor goed volgen en coachen.

 

Stage lopen in een lagere school vraagt heel wat voorbereidingswerk.
Om de kosten voor onze planeet én voor jezelf zo laag mogelijk te houden, vragen we dat je de onderstaande punten in acht neemt.

  • Print de lesvoorbereidingen indien mogelijk recto verso (of zorg voor een verkleinde weergave). Je kan de voorbereidingen ook printen op gerecycleerd papier.
  • Gebruik geen plastic mapjes om de lesvoorbereidingen of observatieverslagen op te bergen.
  • Print de volledige bladzijde niet opnieuw voor kleine wijzigingen. Verbeter of vul aan met balpen.
  • Start niet elke lesfase op een aparte bladzijde. Beperk de witruimtes.
  • Print zelfgemaakte werkbundels niet in kleur. Print indien mogelijk recto verso. Voorzie geen voorblad waar alleen een tekening op staat.
  • Wanneer je een digitaal bord ter beschikking hebt: gebruik dit zeker om tekeningen, foto’s, … in kleur te tonen. Print niet nodeloos tientallen tekeningen.

Elke student dient binnen de stage de lessen R.K.-godsdienst te verzorgen op basis van het leerplan. Studenten die omwille van het levensbeschouwelijk karakter van hun stageschool niet aan deze verwachting kunnen voldoen, melden dit na het eerste contact met de stageschool aan hun leergroepbegeleider en de docent godsdienst van de opleiding.

In samenspraak wordt nagegaan op welke manier de student een vervangtaak doet in het kader van de stage. Centraal in deze vervangtaak staat een christelijk-levensbeschouwelijke thematiek die op een open en verruimende manier didactisch wordt uitgewerkt en zo mogelijk ook gerealiseerd, met respect voor en in overeenstemming met het levensbeschouwelijk karakter van de stageschool.

 Sommige studenten kiezen voor het GMC-traject en maken afspraken met de mentor over hun bijdrage aan de lessen R.K.-godsdienst of spreken af met een medestudent om eventueel te wisselen van klas.
  • Maak tijdens de observatiedag duidelijke afspraken met je mentor. Volgende aspecten kunnen hier ter sprake komen:
    • al dan niet begeleiden van de leerlingen naar de klas
    • kopiëren
    • gebruik van materiaal
    • vergoeding voor aangekocht materiaal
    • invullen klasagenda
    • klasschikking
    • ochtend- en avondgebed
    • geld ophalen
    • plaats waar je kan eten
    • …
  • Laat voor de stage nog iets van je horen, indien er veel tijd ligt tussen de laatste observatie- of contactdag en de eigenlijke stage.
  • Wees steeds tijdig aanwezig (minstens een kwartier voor het begin van de lessen).
  • Ga aan het begin en op het einde van de stage bij de directeur langs. Als er nog medestudenten op dezelfde school staan, probeer dan samen te gaan.
  • Groet ook alle andere personen die je ontmoet op school (toekomstige collega’s, ouders,…). 
  • Indien je kopieën mag nemen op school, breng dan tijdig je originelen naar je mentor (niet de dag van de stage zelf).
  • Ook andere materialen, media of lokalen dien je tijdig aan te vragen (TV, computer, klokjes, materiaal voor muzische opvoeding, turnzaal,…).
  • Beperk telefonisch contact met je mentor zoveel mogelijk.
  • Loop 1 toezicht per stageperiode.
  • Spreek je mentor en de bezoekende docenten aan met mevrouw of meneer – zeker in het bijzijn van derden.
  • Informeer je over de geldende school- en klasregels en hou je daaraan. Lees er het schoolreglement van je stageschool op na. We denken daarbij aan regels in verband met kledij, gsm, piercings, snoepen, roken, petjes,… Bedenk dat je een voorbeeldfunctie vervult.
  • Draag je verantwoordelijkheid van bij het binnenkomen op de school tot op het moment dat je ze verlaat.
  • Spreek altijd AN op school, ook tegen je medestudenten.