Doel

De actieve stage in het eerste leerjaar duurt twee weken tijdens de maanden september-oktober, zodat de student de didactiek van het aanvankelijk rekenen, lezen en schrijven leert toepassen.

De student plant de lessen in overleg met de stagementor. Hij voorziet in het weekrooster ruimte voor de speelleerplekken die ontwikkeld werden in de module eerste leerjaar.

De student besteedt bijzondere aandacht aan het aanvankelijk lezen, rekenen en schrijven. Tijdens de observatie- en voorbereidingstijd bestudeert hij daarvoor grondig de handleidingen. 
Voor rekenen en lezen houdt hij rekening met individuele verschillen en probeert hij gedifferentieerd te werken.

De specifieke doelen van de stage eerste leerjaar vind je hier.

Het is de bedoeling om de stagiair meer zelfstandigheid te geven in de hele organisatie van het klasgebeuren: de opstelling van het week– en lessenrooster, het inbouwen van tussendoortjes, de inkleding van de klas, de remediëring, de klasschikking, het verbeterwerk, opgeven van huistaken voor de leerlingen, invullen agenda van de leerlingen, het overnemen van de toezichten en het invullen van het aanwezigheidsregister.

Op het einde van de opleiding dient de student te functioneren als startbekwaam leraar.

Meer info over de te verwerven vaardigheden en attitudes in het derde opleidingsjaar leest u hier.