In de derde opleidingsfase van de Bachelor Kleuteronderwijs heeft de student op onze hogeschool een module eerste leerjaar gevolgd waarin we aandacht besteden aan de overgang van de kleuterschool naar het eerste leerjaar, aanvankelijk lezen, schrijven en rekenen, ervarend en ontdekkend leren in wereldoriëntatie, muzisch werken en godsdienst voor leerlingen van het eerste leerjaar en de specifieke klasorganisatie. Ze hebben speelleerplekken leren ontwikkelen waarbij het klassikaal werken doorbroken wordt.
Studenten die instromen uit een andere hogeschool hebben al dan niet specifieke voorkennis over het eerste leerjaar.
Observatie in het eerste leerjaar:
Algemene doelstellingen van de observatie:
- De beginsituatie van de leerlingen zo goed mogelijk leren kennen.
- De gebruikte methode van (aanvankelijk) rekenen, lezen en schrijven bestuderen.
- Het didactisch verloop van de lessen lezen, rekenen en schrijven observeren en noteren (fasering, didactische werkvormen, leermiddelen, woordgebruik…).
Lees meer over de doelstellingen van de participerende observatie.
De student post het observatieverslag in LINK. Een print ervan komt in de stagemap.
De opdrachtenfiche vindt de student op Toledo.
Tijdens de observatiedag…lees meer…
De lesonderwerpen worden door de mentor(en) opgegeven. Er kan een thema of een project uitgewerkt worden. De student geeft alle lessen van het lessenrooster en voorziet ook indien mogelijk speelleerplekken in de weekplanning. Voor lezen en rekenen vragen wij de studenten rekening te houden met de individuele verschillen en dus vooral individualiserend te werken. Voor het inoefenen van lezen en rekenen zullen zij eventueel didactisch materiaal maken (leermiddelen voor individueel of klassikaal gebruik) aansluitend bij de gevolgde lees- of rekenmethode.
Het leercentrum van de hogeschool bezit ongeveer alle methodes (handboeken) die gebruikt worden in de scholen. Meestal wordt met digitale methodes gewerkt. Indien nodig kan de mentor een papieren exemplaar ter inzage meegeven aan de student.
Onze studenten maken, al dan niet in opdracht van de stagementor, werkbladen voor de leerlingen (oefeningen, teksten, kaarten, individualisatiefiches,…). De student overlegt met de mentor wat en wanneer in de stageschool kan gekopieerd worden.
De student in de derde opleidingsfase gebruikt het weekrooster in Scoodle en vult het volledig en correct in. Een print van dit weekrooster komt in de stagemap.
Hij geeft eventuele wijzigingen altijd én tijdig door aan alle betrokken partijen nl. leergroepbegeleider, bezoekende vakdocent en mentor.
Hij post het stagerooster minstens een week voor het begin van de stage in LINK en bezorgt het ook via mail aan de leergroepbegeleider en de bezoekende vakdocent.
De stagevoorbereiding start met een leergroepbijeenkomst i.f.v. de stage eerste leerjaar (groepscoaching).
Indien nodig kunnen de studenten de stageschool contacteren om verdere uitleg bij hun stageopdrachten te vragen of om nog enkele lesmomenten bij te wonen.
Tijdens de voorbereidingsweek bespreken de studenten met de leergroepbegeleider het verloop van de voorbereidingen en hun persoonlijke leerdoelen (MyCompass) in een individueel coachingsgesprek.
Studenten van het derde jaar bereiden alle lessen voor in een digitale agenda binnen Scoodle (www.scoodle.be).
Dit is een heel toegankelijk programma dat de studenten veel praktische voordelen biedt. Ook tijdens hun latere loopbaan als leerkracht kunnen de studenten dit programma gebruiken.
De student volgt voor het invullen van de Scoodle-agenda de richtlijnen die tijdens de contactmomenten hierover werden meegegeven. De diverse stappen van het leerproces moeten duidelijk aangegeven worden.
Het stappenplan Scoodle vindt de student op Toledo.
Hier vind je meer afspraken over de voorbereidingen en de stagemap. Lees meer…
De student geeft aan de leerlingen een briefje mee voor de ouders waarin hij zijn stage aankondigt en zichzelf kort voorstelt.
Vóór de start van de actieve stage plant de student een volledige dag teamteaching met de mentor. De rol van de student en mentor wordt vooraf besproken. Als de student als assistent fungeert, dan ondersteunt hij de mentor en hoeft hij geen voorbereidingen te maken. Als de student de rol van lesgever heeft, dan bereidt hij de lessen voor. Tijdens de lesrealisatie is de klasleerkracht dan assistent. Wij adviseren om beide rollen over de dag heen evenwichtig te verdelen.
Via het teamteachen krijgt de student de kans om competenties in te oefenen, te verbreden en om te experimenteren. Zo leert hij ook voor aanvang van de stage de leerlingen en de klasorganisatie kennen. Deze lesmomenten worden niet beoordeeld.