Stagerealisatie

  • Toepassen van inzichten (digitale) didactiek en pedagogiek (Praktijk: 3 + Praktijk: 4) tijdens Praktijk 4: Derde graad. 

Onze studenten wordt gevraagd om in te zetten op brede zorgmaatregelen in de (stage)klas en daarbij de nieuwste inzichten over leren en ontwikkelen, en de klasorganisatie effectief in te zetten en daarbij rekening te houden met de specifieke kenmerken van de leerlingen in de derde graad. 

Daarom staan binnen het OPO Praktijk 4: Derde graad twee invalshoeken centraal

  1. Inzichten uit de (digitale) didactiek
  2. Inzichten uit de pedagogiek

Bij elk van deze invalshoeken wordt ingezoomd op een aantal inhouden die op basis van wetenschappelijk onderzoek hun waarde bewezen hebben voor professionals die werken met kinderen, voor de brede klaspraktijk en meer bepaald voor de leraar lager onderwijs. 

De inzichten over effectief lesgeven en (digitale) didactiek binnen brede basiszorg (OLR 4 – didactiek), én in positief klas- en gedragsmanagement in de derde graad (OLR 5 – pedagogiek) kunnen op stage effectief toegepast of ingezet worden. Een krachtige leraar combineert verschillende kwaliteiten: hij geeft gerichte feedback, werkt probleemoplossend, past expliciete directe instructie toe, houdt rekening met de noden en interesses van leerlingen van de derde graad, stemt af op hun leertempo en biedt ondersteuning én uitdaging. Deze elementen vormen de kern van krachtig lesgeven in diversiteit vanuit de eigenheid van de leerlingen van de derde graad. 

We willen dat onze studenten hun lestijd effectief benutten en inhoudelijk sterke lessen geven in warme, gestructureerde klasomgevingen.

In Praktijk 4: Derde graad kunnen ook de LUK’s van Praktijk 3: Brede basiszorg nog aangetoond worden. 

De student bundelt alle materialen op een overzichtelijke en verzorgde manier (zie structuur digitale stagemap – OneDrive en papieren map met bijlagen bij de rubriek voorbereiden).

De OneDrive-map met lesvoorbereidingen staat beschikbaar en de papieren map met bijlagen nl. stagerooster, ingevulde werkbladen en bordschema’s en andere bijlagen, wordt achteraan in de klas gelegd zodat de mentor en de bezoekende docenten alles vlot kunnen raadplegen.

Voor deze vijfdaagse stageperiode kunnen werkbladen of bijlagen uiterlijk op de derde stagedag nog worden toegevoegd aan de map met bijlagen. Alle digitale voorbereidingen en papieren bijlagen blijven gedurende de hele stage beschikbaar.

De reflecties achteraf worden dagelijks bijgewerkt. Ten minste drie lesdagen vóór de aanvang van de stage worden de ingevulde kijkwijzer en het afstemmingsdocument opgeladen in LINK. 

Tijdens de stage Praktijk 4: Derde graad zijn twee bezoeken van een docent voorzien: één van een vakdocent en één van de leergroepbegeleider.

De naam van de bezoekende vakdocent worden tijdig meegedeeld op Toledo Ultra, op de tegel Praktijk4: Derde graad.

Omdat de mentor de student voortdurend aan het werk ziet, kan hij/zij regelmatig waardevolle feedback geven. De student probeert deze feedback zoveel mogelijk mee te nemen in zijn/haar verdere lessen en activiteiten.

Wanneer de student het gevoel heeft te weinig feedback te krijgen, kan hij/zij actief om extra feedback vragen over de gegeven lessen of activiteiten.

Een handig hulpmiddel om feedback per les of stagedag te structureren, is het stageschrift (feedbackmapje). Dit wordt aan het begin van de stageweek door de student aan de mentor aangeboden. Via het stageschrift kan de mentor aanbevelingen geven bij de geobserveerde lessen of activiteiten.

Het stageschrift/ feedbackmapje is verplicht en blijft gedurende de stage achteraan in de klas ter inzage liggen. De student vult de schrijfbladen systematisch aan. Op het voorblad wordt ook de WIFI-code van de school gedeeld met de bezoekende docenten. 

De student bereidt alle lessen voor de stageweek voor en voert deze lessen zelf uit. De mentor kan de student tijdens de lesrealisatie wel assisteren op vraag van de student. Hierover worden duidelijke afspraken gemaakt tussen de student en de mentor. De student draagt tijdens de stageweek de verantwoordelijkheid voor de lessen (instructies geven, groepsverdeling voorzien, inbouwen differentiatie, aangepaste leermiddelen voorzien…) en het klashouden.

De student werkt alle lessen uit en bespreekt grondig wat hij van de mentor verwacht. De student kan zich baseren op de inhoud over teamteaching in de cursus Praktijk 3: Brede basiszorg. Het overzicht van de teamteachingsmodellen kunnen we terugvinden bij de rubriek stagedocumenten. 

De student meldt elke afwezigheid onmiddellijk aan het secretariaat van de hogeschool, de directeur en mentor van de stageschool, de leergroepbegeleider en de bezoekende vakdocent.

Afwezigheid wegens ziekte wordt gewettigd met een doktersattest. Indien een student om een andere reden niet aanwezig kan zijn of stagelessen niet kan geven, zoekt hij/zij in overleg met de leergroepbegeleider naar alternatieve data. Elk gemist stagemoment wordt op een ander moment ingehaald.

Inhaalmomenten voor of na de stageperiode:

  • Activiteiten zoals sportdag, toneelvoorstelling, … die tijdens de stageperiode plaatsvinden, worden eveneens ingehaald. Tijdens de oorspronkelijke stageperiode neemt de student hier wel aan deel.
  • De student informeert de leergroepbegeleider tijdig over alle aanpassingen en inhaalmomenten. Deze worden zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke stagedagen of stageweek gepland.