Stagevoorbereiding

De student plant (minimaal) twee observatiemomenten om de klas waarin hij stage zal doen te observeren. De student hanteert daarbij het afstemmingsdocument en de kijkwijzer van de derde graad. Waar hij participerend kan observeren, doet hij dit. Het geeft vaak een beter beeld van de beginsituatie van de kinderen. Tijdens deze momenten vragen de studenten ook naar hun lesonderwerpen.

Eens ze deze hebben gekregen kunnen de studenten starten met hun voorbereidend werk. Studenten krijgen hun lesonderwerpen graag enkele weken voor aanvang van de stage omdat ze graag tijdig starten met voorbereiden.

De mentor bepaalt eventueel in overleg met de student het stagerooster en de lesonderwerpen. Daarbij is het belangrijk dat er ook voldoende ruimte blijft voor het integreren van de theoretische inzichten die de student tijdens deze periode moet toepassen (aandacht voor binnenklasdifferentiatie, EDI, het tienerbrein, de overstap naar het secundair, thematisch werken, contractwerk en denkstimulerend en taalstimulerend werken…).

Van zodra de student de lesonderwerpen ontvangt, kijkt hij/zij na of de lesactiviteiten duidelijk en haalbaar zijn. Indien nodig vraagt de student extra toelichting.

Vooral bij vakken zoals wiskunde en Nederlands is het essentieel om te weten of het om nieuwe leerinhouden gaat, of eerder om verwerkings- en oefenopdrachten.

Tijdens het tweede observatiemoment krijgen de leerlingen een briefje mee naar huis, gericht aan hun ouders. In dit briefje stelt de student zich kort voor en vermeldt hij/zij dat hij gedurende een week stage zal lopen in de klas van hun zoon of dochter. Eventuele opdrachten vanuit de hogeschool kunnen hierin beknopt toegelicht worden.

Het briefje wordt opgeladen in LINK, telkens uiterlijk de dag vóór het tweede observatiemoment.

De studenten werken meestal thuis aan hun voorbereidingen, maar kunnen hiervoor ook gebruikmaken van het atrium en campus. De lessen worden zorgvuldig voorbereid: vaardigheden die de student EBA LO Afstand tijdens Praktijk 3: Brede basiszorg of in het werkveld heeft verworven, komen hierbij goed van pas.

Net zoals voordien formuleert de student duidelijke doelstellingen, beschrijft hij/zij de voorkennis van de leerlingen, raadpleegt hij de minimumdoelen en vermeldt hij de leerplandoelen zoals gebruikt op de school. De student werkt zowel voor aanvang van de stage, tijdens de stage als na de stageweek degelijke reflecties uit. (zie reflectiesjablonen) De reflecties per stagedag worden na elke stagedag toegevoegd aan de map met bijlagen. De eindreflectie wordt in LINK opgeladen.

We moedigen studenten aan om tijdig hulp te vragen aan de vakdocenten of de leergroepbegeleider bij het voorbereiden van hun lessen. Een gerichte mail met een concrete vraag bij een onderdeel van de lesvoorbereiding kan al veel verduidelijken. Ook het document “Leidraad bij het maken van een lesvoorbereiding” biedt hierbij steun.

Op vraag van de student wordt online een coachend gesprek voorzien voor aanvang van de stage.

De student probeert voortdurend vooruitgang te boeken. In 2 EBA LO Afstand ligt de klemtoon op het gebruik van uiteenlopende werkvormen, het inspelen op verschillen tussen leerlingen, klasmanagement en het inzetten van media. Daarbij wordt gestreefd naar meer diepgang in de leerinhouden, aandacht voor samenhang tussen de leergebieden (thematisch werken), aandacht voor leerlingen met specifieke noden en het durven toepassen van uitdagende organisatievormen, zoals een leerwandeling, hoekenwerk, contractwerk, een les filosoferen met kinderen of complex groepswerk. Deze werkvormen worden steeds doelgericht ingezet.

Bij de digitale lesvoorbereidingen voegt de student alle relevante bijlagen toe in de (papieren) map met bijlagen: gebruikte prenten, werkblaadjes (met een ingevuld voorbeeld), bordschema’s en huistaken. Zelfgemaakte werkbladen die digitaal beschikbaar zijn, worden samen met de voorbereiding opgeladen in OneDrive.

Alles wordt verzameld in één verzorgde en overzichtelijke map voor Praktijk 4: Derde graad. Alle lesvoorbereidingen worden per stagedag opgeladen in OneDrive, uiterlijk drie lesdagen vóór de eerste stagedag en worden liefst vroeger gedeeld met de stagementor. Het is niet nodig om nog een papieren versie van de lesvoorbereiding te voorzien. 

De reflecties na elke stagedag worden per lesdag toegevoegd aan de map. (zie sjabloon)

Het ingevulde stagerooster wordt ten minste vijf lesdagen vóór de start van de stageweek opgeladen in LINK. De student mailt het stagerooster op dit moment ook naar de leergroepbegeleider en de bezoekende vakdocent.  Hierbij dient steeds het sjabloon van de hogeschool gebruikt te worden. Daarop wordt ook de WIFI-code van de stageschool vermeld zodat de bezoekende docenten de voorbereidingen ook op de stageschool kunnen raadplegen. 

De student vult het stagerooster volledig en correct in, gebruikt hiervoor het sjabloon van de hogeschool en laadt het op in LINK. Daarnaast wordt het rooster ook per mail bezorgd aan de betrokken vakdocent en leergroepbegeleider, uiterlijk één week vóór de start van de stageweek. Uiteraard mag dit ook vroeger worden doorgestuurd.

Zorg ervoor dat het stagerooster netjes op één pagina past en dat de lesonderwerpen zo concreet mogelijk zijn uitgewerkt. Vul het rooster steeds in vanaf de kolom van de eerste lesdag (ook al valt die op een donderdag). Eventuele afwijkende data moeten duidelijk worden aangegeven, bij voorkeur in kleur.

Het stagerooster wordt ook toegevoegd aan de map met bijlagen. 

Aanbieden van de lesvoorbereidingen en de bijlagen

De student bezorgt zijn/haar lesvoorbereidingen ruim op voorhand aan de mentor en leergroepbegeleider vanuit de gedeelde OneDrive-map per stageperiode. OneDrive wordt bezorgd door de leergroepbegeleider en gedeeld met de mentor door de student.

De digitale lesvoorbereidingen en map met de bijlagen (ingevulde werkbladen, bordschema’s, …), worden uiterlijk drie lesdagen vóór de start van de stage aan de mentor bezorgd. Zo heeft de mentor voldoende tijd om de documenten in te kijken en eventuele aanpassingen voor te stellen. Meteen wordt ook afgesproken wanneer de student de nagelezen voorbereidingen terugkrijgt en verdere suggesties kan ontvangen.

Op de eerste stagedag van de vijfdaagse stageperiode staan in de OneDrive-map alle originele (eerste) en aangepaste lesvoorbereidingen klaar tot en met de laatste stagedag.

  • Voor deze vijfdaagse stageperiode in de derde graad worden voor de eerste drie stagedagen alle voorbereidingen digitaal toegevoegd in de OneDrive-map en de werkbladen en bijlagen worden toegevoegd in de map met bijlagen. De bijlagen voor de laatste twee stagedagen mogen uiterlijk op de derde stagedag voor 18u. nog aangevuld worden in deze map.

Alle voorbereidingen (originele voorbereidingen met feedback én aangepaste voorbereidingen) blijven gedurende de hele stageperiode en het volledige academiejaar raadpleegbaar in de OneDrive-map. 

De reflecties per dag worden ook in de map met bijlagen doorheen de stageperiode per dag toegevoegd. 

Het contact met het schoolteam

Daarnaast maakt de student op de stageschool actief kennis met het hele schoolteam: leerkrachten, directie, opvoedend, administratief en technisch personeel. Hij/zij zoekt hierbij bewust contact en probeert deze relaties positief te onderhouden. Het langdurige contact met de school biedt bovendien de kans om de werking van een schoolteam van dichtbij te ervaren.

De student bevraagt zich tijdens de contacten met de stageschool welke eisen gesteld worden aan het invullen van de schoolagenda van de leerlingen. De studenten volgen hier de aanwijzingen van de mentor.

De student houdt rekening met de zelfregulerende -en leervaardigheden van de leerlingen.

Eventueel kan de student zelf ook een huiswerkopgave of lesopdracht voorzien. De student stelt ook vragen over een digitaal aanbod, platform, …

De map met bijlagen dient als volgt gestructureerd te worden: 

  1. Voorblad met alle identificatiegegevens: stageperiode, student, mentor, leergroepbegeleider, stageschool, hogeschool en wifi-code van de stageschool.
  2. Stagerooster, volledig ingevuld. 
  3. Zelf ingevulde werkbladen en bijlagen, in chronologische volgorde (géén bladen uit handleidingen). 
  4. (Dagelijkse) reflecties achteraf (sjabloon: Praktijk 3 – dagreflectie)

De lesvoorbereidingen worden digitaal voorzien en opgeladen in de structuur per stageperiode in de gedeelde OneDrive-map.

Enkele tips:

  • Voorzie schutbladen per dag, voor een duidelijke structuur in de map met bijlagen. 
  • Werk ecologisch: print recto-verso, beperk plastic mapjes, druk geen overbodige zaken af. Kleine wijzigingen mogen netjes met een balpen worden aangebracht in plaats van opnieuw af te drukken. 

De lesvoorbereidingen zijn gedurende de hele stage raadpleegbaar in de gedeelde OneDrive. De student bezorgt de WIFI-code van de stageschool aan de bezoekende docenten. 

De map met bijlagen blijft gedurende de hele stage ter inzage achter in de klas voor stagebezoeken. 

Het welslagen van een stage hangt grotendeels af van een goede voorbereiding: duidelijke en overzichtelijke lesplannen, degelijke en vooraf ingevulde werkbladen, overzichtelijke bordschema’s en goede observaties tijdens de contacten met de school en de stageklas.

De meeste voorbereidingen worden tijdig, drie lesdagen voor aanvang van deze stageperiode, opgeladen in de OneDrive-map.

Op de eerste stagedag van deze stageperiode staan in de OneDrive-map alle lesvoorbereidingen klaar tot en met de laatste stagedag van de stageperiode in de derde graad. 

De bijlagen en werkbladen voor de eerste drie stagedagen moeten de eerste stagedag opgeladen zijn of te raadplegen zijn in de map met bijlagen. De bijlagen voor de laatste twee stagedagen kunnen op dag drie worden toegevoegd (voor 18u.). 

De studenten reflecteren voor, tijdens en na de stage. De studenten gebruiken de voorziene reflectiesjablonen, om te reflecteren tijdens en na de stage. De reflectie vooraf wordt omschreven op de lesvoorbereiding (rubrieken op voorblad).

De reflecties achteraf worden per stagedag uitgewerkt en ook na elke stagedag in de map met bijlagen gestoken. Zo kan de mentor het leerproces van de student goed volgen en coachen. 

Elke student verzorgt tijdens de stage de lessen R.K.-godsdienst volgens het geactualiseerde leerplan. Studenten die, vanwege het levensbeschouwelijk karakter van hun stageschool, deze lessen niet kunnen geven, melden dit na het eerste contact met de school aan hun leergroepbegeleider en de docent godsdienst van de opleiding. In overleg wordt dan bekeken hoe de student een vervangtaak kan uitvoeren.

Bij deze vervangtaak staat een christelijk-levensbeschouwelijk thema centraal, dat op een open en verruimende manier didactisch wordt uitgewerkt en, waar mogelijk, ook gerealiseerd. Dit gebeurt steeds met respect voor en in overeenstemming met het levensbeschouwelijk karakter van de stageschool.

Sommige studenten volgen een GMC-traject (Geïntegreerd Meersporencurriculum). Verdere informatie hierover is terug te vinden in de bijgevoegde brief.