Stagevoorbereiding

De student plant (minimaal) twee halve observatiedagen in. Waar hij participerend kan observeren, doet hij dit. De studenten volgen hier de kijkwijzer “Praktijk 3: BBZ” en het “Praktijk 3: Afstemmingsdocument”  om zo  een duidelijker beeld van de beginsituatie van de leerlingen en klaswerking (routines, opstelling, klasklimaat,…) te krijgen. Op dat moment vragen de studenten ook naar hun lesonderwerpen voor de eerste twee stagedagen en overlopen ze samen het verloop van de teamteachingsdag, waarop de student twee lessen voor zijn/haar rekening neemt, bij voorkeur een les wiskunde en Nederlands waarbij een nieuwe leerinhoud moet aangebracht worden. De studenten die zelf leraar zijn van hun stageklas geven die dag zeker ook een les wiskunde en Nederlands. Zij kunnen ook de vragen vanuit de kijkwijzer en het afstemmingsdocument vanuit hun klaswerking en leerlingenobservaties invullen. 

Eens ze de lesonderwerpen hebben ontvangen kunnen de studenten starten met hun voorbereidend werk voor hun dag teamteaching en  hun actieve stage Praktijk 3: Brede basiszorg. Studenten krijgen hun lesonderwerpen graag enkele weken voor aanvang van de stage omdat ze graag tijdig starten met voorbereiden.

De mentor bepaalt in overleg met de student het stagerooster en de lesonderwerpen. Daarbij is het belangrijk dat er ook voldoende ruimte blijft voor het integreren van de theoretische inzichten die de student tijdens deze stageperiode moet toepassen (aandacht voor differentiatie, EDI, hoekenwerk, zelfregulerend leren …).

Van zodra de student de lesonderwerpen ontvangt, kijkt hij/zij na of de lesactiviteiten duidelijk en haalbaar zijn. Indien nodig vraagt de student extra toelichting.

Vooral bij vakken zoals wiskunde en Nederlands is het essentieel om te weten of het om nieuwe leerinhouden gaat, of eerder om verwerkings- en oefenopdrachten.

Tijdens het tweede observatiemoment krijgen de leerlingen een briefje mee naar huis, gericht aan hun ouders. Hierin stelt de student zich kort voor en vermeldt hij/zij dat hij gedurende twee + vijf dagen stage zal lopen in de klas van hun zoon of dochter. Eventuele opdrachten vanuit de hogeschool of het thema van de stagedagen kunnen hierin beknopt toegelicht worden.

Het briefje wordt per stageperiode opgeladen in LINK, uiterlijk de dag vóór het tweede observatiemoment.

De studenten werken meestal thuis aan hun voorbereidingen, maar kunnen hiervoor ook gebruikmaken van de campus, het atrium. De lessen worden zorgvuldig voorbereid: vaardigheden die de student EBA LO Afstand tijdens semester 1 en 2 of in het werkveld heeft verworven, komen hierbij goed van pas.

Net zoals voordien formuleert de student duidelijke doelstellingen, beschrijft hij/zij de voorkennis van de leerlingen, raadpleegt hij de minimumdoelen en werkt hij zowel vooraf als achteraf degelijke reflecties uit.

De nieuwe leerplandoelen die de school gebruikt voor wiskunde, Nederlands, wetenschappen en techniek/ de wereld en ik en godsdienst worden ook omschreven. 

We moedigen studenten aan om tijdig hulp te vragen aan de vakdocenten of de leergroepbegeleider bij het voorbereiden van hun lessen. Een gerichte mail met een concrete vraag bij een onderdeel van de lesvoorbereiding kan al veel verduidelijken. Ook het document “Leidraad bij het maken van een lesvoorbereiding” biedt hierbij steun.

Op vraag van de student wordt online een coachend gesprek voorzien voor aanvang van de stage.

De student probeert voortdurend vooruitgang te boeken. In 2EBA LO Afstand ligt de klemtoon op het gebruik van EDI, uiteenlopende werkvormen, het inspelen op verschillen tussen leerlingen, klasmanagement, formatieve evaluatie en het inzetten van media. Daarbij wordt gestreefd naar kennisrijke leerinhouden, aandacht voor leerlingen met specifieke noden en het durven toepassen van uitdagendere organisatievormen, zoals een leerwandeling, hoekenwerk of complex groepswerk. Deze werkvormen worden steeds doelgericht ingezet.

Verzamelen van de lesvoorbereidingen:

Alle lesvoorbereidingen worden verzameld in een digitaal raadpleegbare OneDrive-map per stageperiode (twee en vijf stagedagen). De lesvoorbereidingen per stagedag worden uiterlijk drie lesdagen vóór de eerste stagedag opgeladen in OneDrive. Deze map wordt tijdig gedeeld met de stagementor.

Naast de digitale voorbereidingen voorziet de student een map met bijlagen op papier. Deze bevat alle relevante documenten, zoals gebruikte prenten, werkbladen (met een ingevuld voorbeeld), bordschema’s en huistaken. Zelfgemaakte werkbladen die digitaal beschikbaar zijn, worden samen met de voorbereiding opgeladen in OneDrive.

Het stagerooster wordt eveneens opgenomen in de map met bijlagen en komt na het blad met identificatiegegevens van de student en de wifi-code van de school. Hierbij wordt steeds het sjabloon van de hogeschool gebruikt.

De student vult het stagerooster volledig en correct in op het sjabloon voorzien door de hogeschool. Het ingevulde stagerooster wordt ten minste vijf lesdagen vóór de start van de stageperiode (twee en vijf dagen stage) opgeladen in LINK én per mail bezorgd aan de bezoekende docenten nl. leergroepbegeleider en vakdocent. 

De student zorgt ervoor dat het stagerooster netjes op één pagina past en dat de lesonderwerpen zo concreet mogelijk zijn uitgewerkt.

De student vult het rooster steeds in vanaf de kolom van de eerste lesdag (ook al valt die op een donderdag). Eventuele afwijkende data moeten duidelijk worden aangegeven, bij voorkeur in kleur.

Het stagerooster vormt de basis om de stagemap met bijlagen vorm te geven of te ordenen per stagedag.

De student bezorgt zijn/haar lesvoorbereidingen ruim op voorhand aan de mentor en leergroepbegeleider vanuit de gedeelde OneDrive-map per stageperiode. OneDrive wordt bezorgd door de leergroepbegeleider en gedeeld met de mentor door de student.

De digitale lesvoorbereidingen en map met de bijlagen (ingevulde werkbladen, bordschema’s, …), worden uiterlijk drie lesdagen vóór de start van de stage aan de mentor bezorgd. Zo heeft de mentor voldoende tijd om de documenten in te kijken en eventuele aanpassingen voor te stellen. Meteen wordt ook afgesproken wanneer de student de nagelezen voorbereidingen terugkrijgt en verdere suggesties kan ontvangen.

Op de eerste stagedag van elke periode (zowel bij twee als vijf stagedagen) staan in de OneDrive-map alle originele (eerste) en aangepaste lesvoorbereidingen klaar tot en met de laatste stagedag.

  • Voor een tweedaagse stageperiode worden onmiddellijk alle lesvoorbereidingen digitaal in OneDrive en bijlagen en werkbladen in een map met bijlagen toegevoegd.
  • Voor een vijfdaagse stageperiode in dezelfde klas worden voor de eerste drie stagedagen alle voorbereidingen digitaal toegevoegd in de OneDrive-map en de werkbladen en bijlagen worden toegevoegd in de map met bijlagen. De bijlagen voor de laatste twee stagedagen mogen uiterlijk op de derde stagedag voor 18u. nog aangevuld worden in deze map.

Alle voorbereidingen (originele voorbereidingen met feedback én aangepaste voorbereidingen) blijven gedurende de hele stageperiode en het volledige academiejaar raadpleegbaar in de OneDrive-map. 

De reflecties per dag worden ook in de map met bijlagen doorheen de stageperiode per dag toegevoegd. 

Tijdens de contacten met de stageschool informeert de student naar de afspraken rond het invullen van de schoolagenda van de leerlingen. Daarbij volgt de student steeds de richtlijnen van de mentor en houdt hij/zij rekening met de zelfregulerende en leervaardigheden van de leerlingen.

Indien passend kan de student ook zelf een huiswerkopgave of lesopdracht voorzien. Daarnaast polst de student naar eventuele digitale mogelijkheden, zoals een platform of ander online aanbod en hoe hij/ zij dit kan gebruiken.

De map met bijlagen dient als volgt gestructureerd te worden: 

  1. Voorblad met alle identificatiegegevens: stageperiode, student, mentor, leergroepbegeleider, stageschool, hogeschool en wifi-code van de stageschool.
  2. Stagerooster, volledig ingevuld. 
  3. Zelf ingevulde werkbladen en bijlagen, in chronologische volgorde (géén bladen uit handleidingen). 
  4. (Dagelijkse) reflecties achteraf (sjabloon: Praktijk 3 – dagreflectie)

De lesvoorbereidingen worden digitaal voorzien en opgeladen in de structuur per stageperiode in de gedeelde OneDrive-map.

Enkele tips:

  • Voorzie schutbladen per dag, voor een duidelijke structuur. 
  • Werk ecologisch: print recto-verso, beperk plastic mapjes, druk geen overbodige zaken af. Kleine wijzigingen mogen netjes met een balpen worden aangebracht in plaats van o: pnieuw af te drukken. 

De lesvoorbereidingen zijn gedurende de hele stage raadpleegbaar in de gedeelde OneDrive. De student bezorgt de WIFI-code van de stageschool aan de bezoekende docenten. 

De map met bijlagen blijft gedurende de hele stage ter inzage achter in de klas voor stagebezoeken. 

Het welslagen van een stage hangt grotendeels af van een goede voorbereiding: duidelijke en overzichtelijke lesplannen, degelijke en vooraf ingevulde werkbladen, overzichtelijke bordschema’s en goede observaties tijdens de contacten met de school en de stageklas.

De meeste voorbereidingen worden tijdig, drie lesdagen voor aanvang van elke periode, opgeladen in de OneDrive-map.

Op de eerste stagedag van elke periode staan in de OneDrive-map alle lesvoorbereidingen klaar tot en met de laatste stagedag van die periode. 

Twee dagen stage: Alle lesvoorbereidingen, zelf ontworpen bijlagen en werkbladen worden voor de volledige periode in de OneDrive-map geplaatst. De bijlagen en werkbladen worden in de map met bijlagen geplaatst.

Vijf dagen stage: De bijlagen en werkbladen voor de eerste drie stagedagen moeten de eerste stagedag opgeladen zijn of te raadplegen zijn in de map met bijlagen. De bijlagen voor de laatste twee stagedagen kunnen op dag drie worden toegevoegd. 

De studenten reflecteren voor, tijdens en na de stage. De studenten gebruiken de voorziene reflectiesjablonen, om te reflecteren tijdens en na de stage. De reflectie vooraf wordt omschreven op de lesvoorbereiding (rubrieken op voorblad).

De reflecties achteraf worden per stagedag uitgewerkt en ook na elke stagedag in de map met bijlagen gestoken. Zo kan de mentor het leerproces van de student goed volgen en coachen. 

Elke student verzorgt tijdens de stage de lessen R.K.-godsdienst volgens het geactualiseerde leerplan. Studenten die, vanwege het levensbeschouwelijk karakter van hun stageschool, deze lessen niet kunnen geven, melden dit na het eerste contact met de school aan hun leergroepbegeleider en de docent godsdienst van de opleiding. In overleg wordt dan bekeken hoe de student een vervangtaak kan uitvoeren.

Bij deze vervangtaak staat een christelijk-levensbeschouwelijk thema centraal, dat op een open en verruimende manier didactisch wordt uitgewerkt en, waar mogelijk, ook gerealiseerd. Dit gebeurt steeds met respect voor en in overeenstemming met het levensbeschouwelijk karakter van de stageschool.

Sommige studenten volgen een GMC-traject (Geïntegreerd Meersporencurriculum). Verdere informatie hierover is terug te vinden in een bijgevoegde brief op de pagina met bijlagen.