Coaching
Binnen het opleidingsonderdeel Praktijk 1 werken wij samen met verschillende oefenscholen. Het is ons doel in nauwe verbinding te staan met deze oefenscholen om zo onze studenten samen, in co-creatie, op te leiden. Met andere woorden kiezen wij voor een intensieve samenwerking waarbinnen we ernaar streven dezelfde pedagogische en didactische taal te spreken.
Vanuit het geleidelijkheids- en herhalingsprincipe en het leren in authentieke contexten worden de eerste stage-ervaringen van onze studenten opgebouwd. We willen daarbij inzetten op de koppeling tussen theorie en praktijk en streven naar een grote samenhang tussen:
- de (vak)didactiek die studenten krijgen
- de participerende observatiemomenten op de oefenschool
- de demolessen door mentoren op de oefenschool
- de leergroepwerking op de hogeschool
- de onderwijsactiviteiten die studenten voorbereiden en geven
Schriftelijk voorbereiden is voor een beginnende student geen eenvoudige opdracht. Er moet met veel aspecten rekening gehouden worden: de leerlingen die allemaal verschillen, de verschillende (vak)disciplines, de handboeken, de leerplannen, de eisen van de mentoren, de materiële omstandigheden…
We vragen aan dat mentor dat:
de mentor de info op de stagewebsite over deze stage doorneemt en daarmee rekening houdt (o.a. verwachtingen naar de student toe, …).
de mentor de tijd neemt om tijdens de observatiedagen de vragen van de student te beantwoorden. De mentor geeft de nodige info over de beginsituatie van de leerlingen.
de mentor de lesvoorbereidingen nakijkt, goedkeurt en/of laat herwerken. De lesvoorbereidingen worden voorafgaand aan de stage aan de mentor bezorgd (via een digitale stagemap), op een afgesproken moment (zie overzicht stageplanning bij stagedocumenten).
de mentor de bemerkingen op de voorbereiding zelf noteert of mailt naar de student. De student maakt deze voorbereiding opnieuw of vult ze aan. De oorspronkelijke voorbereiding met de bemerkingen of de gemailde feedback wordt bijgehouden in de (digitale) stagemap. Zo kan men zien in welke mate de student hiermee rekening hield.
We verwachten dat de student
zijn voorbereidingen tijdig naar de mentor doorstuurt, zodat deze de kans krijgt de voorbereidingen na te lezen en van feedback te voorzien. Indien lessen moeten herwerkt worden, dan moet dit duidelijk vooraf aan de student meegedeeld worden.
zijn stageschrift aan de mentor afgeeft, vóór het begin van de eerste les (ook bij de oefenmomenten).
De stagementor schrijft per dag bevindingen, tips en suggesties in het stageschrift van de student. Dit kan, maar moet niet, per les gebeuren.
We raden de stagementor aan dagelijks de tijd te nemen om de belangrijkste bevindingen met de student te bespreken.
Evaluatie
We willen in deze rubriek graag de aandacht vestigen op de beperkte praktijkervaring van de eerstejaarsstudenten. Zij woonden enkele onderwijsactiviteiten bij, kregen reeds enige vakdidactiek, lazen voor in hun stageklas, gaven enkele samen voorbereide onderwijsactiviteiten…
Wij vragen u rekening te willen houden met deze beperkte beginsituatie, zeker in vergelijking met tweede – of derdejaarsstudenten die eventueel stage liepen in uw klas.
Wat (op het einde van semester 1) verwacht wordt van een eerstejaarsstudent vindt u terug in het evaluatiedocument. Daarin worden in detail alle leeruitkomsten toegelicht. Deze leeruitkomsten zijn:
- Ik creëer met ondersteuning van de mentor en door actieve deelname aan het klasgebeuren, een positief leef- en leerklimaat voor de leerlingen.
- Ik breng de beginsituatie van de klascontext in kaart a.d.h.v. kijkwijzers met focus op het creëren van een krachtige leeromgeving.
- Ik ontwerp onder begeleiding leer- en ontwikkelingsactiviteiten in de klascontext vanuit evidence informed kaders in functie van de beoogde doelen en rekening houdend met het welbevinden van de leerlingen en voer deze onder begeleiding uit.
- Ik voer opgelegde administratieve taken stipt en correct uit.
- Vormingsdoelen
Evaluatie door de mentor:
Op het einde van semester 1 vult de mentor voor het geheel van de stageperiode een evaluatiedocument in. De student bezorgt dit document zelf aan de mentor.
Evaluatie door de hogeschool:
Tijdens het stagebezoek vult de leergroepbegeleider/vakdocent een evaluatiedocument in. Samen met het evaluatiedocument van de mentor vormt dit verslag de basis voor het syntheserapport van de student. Het syntheserapport wordt opgesteld door de leergroepbegeleider.
Er wordt een ‘geslaagd’ of ‘niet geslaagd’ toegekend voor Praktijk1. Het indienen van alle opdrachten (kijkwijzers en voorbereidingen) maakt ook deel uit van deze evaluatie. De (digitale) stagemap en het stageschrift worden tijdens het reflectiemoment ingediend bij de leergroepbegeleider op de campus.
De student moet niet slagen voor Praktijk 1 om Praktijk 2 te kunnen aanvatten.
Als bij de aanvang van de actieve stages blijkt dat de stagemap/voorbereidingen niet in orde is/zijn, kan beslist worden dat de student geen actieve stage kan lopen en krijgt de student een onvoldoende als beoordelingsscore.