Bij de opleiding ‘Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs’ worden op vlak van vaardigheden en attitudes, geen specifieke eisen verwacht waaraan de student moet voldoen. Wel verwachten we een basishouding van openheid en ontwikkelingsgerichte interesse voor kleuters en hun belevingswereld.
Een expressieve en spontane omgang met kinderen is eveneens een goede vertrekbasis, evenals zin voor initiatief, inzet en verantwoordelijkheidsbesef.
Tijdens de eerste stageperiode kon de student zich bekwamen in de eindcompetenties van de eerste opleidingsfase:
- Gericht kunnen observeren en voeling krijgen met de beginsituatie en zicht hebben op de brede ontwikkeling van de lerende.
- Gepaste ontwikkelingsdoelen kunnen kiezen en hierbij goede concrete doelen kunnen verwoorden.
- Leerinhouden en leerervaringen kunnen selecteren en in gepaste werkvormen en groeperingsvormen gieten.
- Gepaste ontwikkelingsmaterialen en leermiddelen kunnen kiezen of uitwerken.
- Kwaliteitsvolle interacties met de lerenden voorzien.
- Zich voldoende speels en enthousiast tonen.
- Een authentieke relatie aangaan met elke lerende.
- Op een gepaste manier grenzen kunnen stellen.
- In relatie met de anderen kenmerken tonen van echtheid, aanvaarding, empathie en respect.
- Inhoudelijke, didactische en pedagogische expertise van de leergebieden beheersen.
- Schriftelijk en mondeling in Standaardnederlands communiceren.
- Een stimulerende, werkbare en veilige leef-, speel-, en leeromgeving creëren (klasschikking, materiaalgebruik, tijdsgebruik).
- Systematisch reflecteren en kritisch zijn over het eigen functioneren en zijn klas- en schoolpraktijk.
- Een degelijk taalgebruik hanteren in communicatie met de kleuters (rijk, begrijpelijk, Standaardnederlands, stem als instrument kunnen gebruiken, een ondersteunende non-verbale communicatie voorzien).
- Op een goede manier omgaan met de kleutertaal (zorgen voor spreekkansen voor alle lerenden, (impliciete) taalfeedback bieden, aandacht hebben voor de non-verbale communicatie van kleuters).
- In voldoende mate beschikken over volgende attitudes: Beslissingsvermogen, relationele gerichtheid (omgang met mentor en directie), kritische ingesteldheid (inzet, betrokkenheid en persoonlijk engagement), leergierigheid en eigenaarschap, organisatievermogen, verantwoordelijkheidszin (grondigheid, alertheid, stiptheid, orde en netheid), creativiteitszin (muzische grondhouding), maatschappelijk engagement, diversiteitsdenken en duurzaamheid.
- Opstellen en uitwerken van een BC.
- Voorbereiden en uitvoeren van activiteiten. De student kent al verschillende activiteiten en kan dus steeds enkele activiteiten kiezen, voorbereiden en uitvoeren.
- Het portfolio gebruiken om de eigen ontwikkeling op te volgen.
Voorafgaand aan de stage bij de jongste kleuters doorloopt de student de ‘impressiemomenten rond de jongste kleuter’. Daarin krijgt hij een totaalbeeld van peuters en maakt hij kennis met heel wat activiteiten, ontwikkelingskansen, manieren om te begeleiden,… . Ook deze kennis moet de student inzetten tijdens de stage bij de jongste kleuters.
De student kon tijdens de tweede stageperiode oefenen in onderstaande competenties. Hij deed ook ervaring op met de jongste groep kleuters.
- Gerichter observeren van de beginsituatie van kleuters en van de klascontext.
- Geschikte leerplandoelen kiezen en daar gepaste concrete doelen bij formuleren.
- Opstellen en uitwerken van een BC.
- Voorbereiden en uitvoeren van activiteiten. De student kent al meer activiteiten en kan dus steeds meer activiteiten kiezen, voorbereiden en uitvoeren.
- Een agenda kunnen opstellen en gebruiken in de klaspraktijk.
- Reflecteren en interventies plannen die de eigen ontwikkeling en die van de kleuters ten goede komen.
- Het portfolio gebruiken om de eigen ontwikkeling op te volgen.