curriculum

Onderstaand grondplan schetst de inhoud van onze opleiding tot leraar lager onderwijs via het standaard leertraject. 

grondplan

Stage-gerelateerde leeractiviteiten zitten vervat in de vierde en vijfde groep leerresultaten. 

focuspunten tijdens stage

Binnen elke stage staan concrete focuspunten centraal. 

inhoud stagevakken

LEERGEMEENSCHAP

Binnen de leergemeenschap maakt de student via een graduele opbouw kennis met het werkveld: van observeren naar het geleidelijk proeven van het lesgeven vanuit een aantal kernpraktijken.
De focus van deze kernpraktijken ligt op het oefenen van bepaalde vaardigheden/competenties via het begeleiden van lesmomenten, i.c. leren goede vragen stellen, instructie geven, inspelen op kinderen vanuit o.a. enthousiasme, kinderen actief betrekken.
Studenten observeren gericht een les van de mentor met een focus op de beginsituatie en het algemeen klasverloop en in het bijzonder rond een bepaalde kernpraktijk. De studenten bespreken deze observaties met de mentor. Dit gebeurt onder aanwezigheid van de leergroepbegeleider. We geloven in de kracht van een groepsreflectie met de studenten na het oefenen in de leergemeenschap vanuit een coachende methodiek.
Studenten verzorgen in groep ook eenmalig speelplaatsanimatie op deze lagere school. Deze oefening heeft als doel om samen als één leergroep een eerste project met succes af te ronden.

STAGE TWEEDE OF VIERDE LEERJAAR

Als eerste stap gaat de student naar zijn stageschool om kennis te maken met de mentor en de lln. Hij observeert gericht in de klas van zijn mentor.
Op het einde van de eerste jaarhelft bedenkt en realiseert de student een kennismakingsactiviteit, een tussendoortje en een voorleesmoment. Daarnaast geeft de student ook nog drie eenvoudige lessen.

STAGE TWEEDE OF VIERDE LEERJAAR (VERVOLG)

In de tweede jaarhelft geeft de student in twee afgebakende periodes respectievelijk zes en twaalf lessen, die ze zelfstandig leren uitdenken (meestal op basis van een handleiding) en die daarna besproken worden met de stagebegeleider/mentor. Deze twee periodes geven de student de kans om te groeien tijdens zijn stage.
Naast de zelfstandig te geven lessen beogen we een rijke samenwerking met de mentor via teamteaching: vaardigheden en competenties.

Praktijk 3 kenmerkt zich door twee stageperiodes van waaruit we verwachten dat de student op een geleidelijk manier groeien naar het beoogde doorgroeiniveau.

De student neemt naast het eigenlijke lesgeven een aantal klastaken op zich: begeleiden van en naar het klaslokaal, onthaal van de leerlingen, dagelijkse administratie, klasagenda van de leerlingen, eventueel actualiseren van de klaswand.

We zetten tijdens Praktijk 3 sterk in op teamteaching. We organiseren dit teamteachen als lintstage om theoretische input vanuit de hogeschool stapsgewijs in de praktijk te kunnen integreren. 
Binnen het teamteachen voorzie we een geleidelijke opbouw van meer initiatief door de mentor naar gedeeld initiatief. De student geeft ook steeds een aantal lessen zelfstandig waarbij hij de volle verantwoordelijkheid draagt en waarbij de mentor extra kan ondersteunen. 

De didactische stage in het tweede semester zien we als sluitstuk van de stage en organiseren we als een aangesloten periode. De student draagt op dit moment de volle verantwoordelijkheid en de mentor kan helpen begeleiden.

We willen de student laten kennismaken met de derde graad van de lagere school. 

De student geeft de hele tijd zelf les en draagt de volle verantwoordelijkheid; de mentor kan helpen begeleiden. 

We willen de student laten kennismaken met het eerste leerjaar van de lagere school. 

De student teamteacht met de mentor en neemt hierbij alle initiatief om de mentor doelgericht in te schakelen. Hij draagt de volle verantwoordelijkheid over het dag- en weekverloop. 

Praktijk 6 kenmerkt zich door drie stageperiodes van waaruit we verwachten dat de student groeit naar een startbekwaam leraar.

Tijdens een keuzestage  kiest de student een stagecontext waarin hij rijke leerkansen ziet. Via jobshadowing en participatie werkt hij aan persoonlijke leerdoelen.

Aansluitend doet de student een ingroeistage. We beschouwen deze stage als een intense vorm van werkplekleren.  De student vult deze stage in samenspraak met de directie en vanuit persoonlijke leerdoelen in.

De zelfstandige stage in de derde graad op het einde van het semester zien we als sluitstuk van de stage. De student draagt de volle verantwoordelijkheid en laat zien dat hij in de klas en de school kan functioneren als startbekwaam leraar.

STAGE EERSTE LEERJAAR

De module eerste leerjaar die georganiseerd wordt op de hogeschool, bereidt de student voor op de stage van het eerste leerjaar. Accenten binnen deze stage zijn het aanvankelijk leren en de kindgerichte, muzische omgang en aanpak, aangepaste didactische werkvormen en leermiddelen.
Een student kan op vrijwillige basis vóór Stage 3-1 starten met een aantal observatiedagen in de eerste helft van september om een goede voeling te krijgen met de doelgroep en om een duidelijker zicht te krijgen op het aanvankelijk lezen, schrijven en rekenen in het eerste leerjaar.
Hij doet aan teamteaching met een gedeelde verantwoordelijkheid doorheen de stage.

STAGE DERDE GRAAD

De laatste didactische stage vindt plaats in de derde graad. We verwachten tijdens de realisatie een grote mate van zelfstandigheid van de student om het gevorderd niveau te bereiken.
Tijdens deze stage is er een duidelijke link met de module zorgzame school. Doorheen deze module verwerft de student inzicht in ‘zorg’ in al z’n breedheid en dit vanuit de bril van handelingsgericht werken. Hij voert hiervoor observaties uit, verdiept zich in het zorgsysteem van de school, raadpleegt literatuur, laat zich inspireren door experten, etc. De student werkt tijdens de module een casus uit die hij zal uittesten tijdens de stage. 

INGROEISTAGE

We beschouwen de ingroeistage als een intense vorm van werkplekleren. We stellen hierbij ‘leren in actie’ centraal, met als doel de student een duidelijk beeld te laten krijgen van de veelzijdige opdracht van een leerkracht. We vragen daarom ook uitdrukkelijk aan de directeur en/of stageschoolcoördinator om de ingroeistage zo gevarieerd mogelijk in te vullen.
We denken hierbij aan:

  • vervangen van klasleerkrachten
  • mee helpen begeleiden van openluchtklassen* (met de eigen ankerschool of in onderling overleg met een andere school uit de scholengemeenschap)
  • zelfstandige stage
  • verdiepen in en inoefenen van EHBO-vaardigheden
  • bijwonen van een MDO
  • participeren aan een pedagogische studiedag
  • bijwonen van een oudercontact
  • teamteachen met een zorgleerkracht
  • deelnemen aan een schoolfeest
  • deelnemen aan uitstappen (SVS, musea,…)
  • deelnemen aan een personeelsvergadering en bijv. onderzoeksresultaten voorstellen
  • bijwonen van een infoavond
  • bijdrage leveren binnen speelplaatswerking, middagtoezicht
  • mee helpen opstellen van rapporten
    …

Een student neemt ook oefenkansen op als organisator en uiteraard blijven ook de attitudes en de andere basiscompetenties van belang.