De student doorloopt de 5 stappen van de reflectiecirkel opnieuw.
- De student probeert uit, handelt en ervaart tijdens de stageperiode.
- De student reflecteert tijdens de stage en stelt vaak zijn handelen bij.
- Hij geniet hierbij ondersteuning van:
- de mentor die feedback geeft t.a.v. lesmomenten (schriftelijk in het stageschriftje en mondeling)
- de leergroepbegeleider en stagecoach, die feedback geven n.a.v. een lesbijwoning (schriftelijk in een lesbijwoningsverslag en mondeling).
Ze formuleren op het einde van het verslag een besluit waarin ze de sterke punten en leerpunten van de student beschrijven, alsook het al dan niet bereiken van het beoogde niveau.
- Na stap 1 noteert de mentor zijn feedback t.a.v. een aantal competenties in het feedbackverslag voor Praktijk 2.
- De student draagt zelf de verantwoordelijkheid om vanuit ‘het terugblikken en bewust worden’ te komen tot actiepunten en het formuleren van eventuele alternatieven binnen het reflectieproces.
- De student ontvangt tussentijds formatieve feedback t.a.v. de stage.
- De student noteert na elke stagedag per les kort (in rubriek F op zijn document lesvoorbereiding) een eigen reflectie met sterke punten en aandachtspunten.
- De leergroepbegeleider en/of stagecoach kan – op vraag van de student – ondersteunend een feedback- en reflectiegesprek voeren met de student na de stage over alle feedback.
De leergroepbegeleider en/of stagecoach peilt in dit gesprek naar een juiste zelfinschatting door de student.
Bij stap 3 coacht de leergroepbegeleider de student binnen zijn reflectief ervaringsleren (bewustwording binnen het eigen reflectieproces).
Coaching gebeurt in Praktijk 2 door het begeleiden van het reflectieproces tijdens een didactische atelier en de stage zelf.
De student overschouwt de alternatieven en stelt vervolgens zijn actiepunten op.
zie stap 1