Verwachtingen student

  • De student neemt eigenaarschap op voor zijn leren (zie ook visie op eigenaarschap).
  • De student brengt de stageovereenkomsten en werkpostfiche in orde en bezorgt deze aan de administratief medewerker of aan de stagecoördinator voor de eerste observatiedag van de desbetreffende stage.
  • De student verzorgt zijn taalgebruik en voorkomen in alle contacten met kleuters, stagementor, directie, ouders,….
  • De student plaatst zijn weekplanning voor actieve stages in LINK ten laatste 1 week voor de aanvang van de actieve stages.

We verwachten van de student dat hij:

  • aanwezig is tijdens de leergroepsessies;
  • elke leergroepsessie voorbereidt (digitaal of op papier), rekening houdend met de focus. De student raadpleegt hiervoor op voorhand de handleiding.
  • verwerkingsopdrachten uitvoert indien aangegeven in de leergroepsessie;
  • op het einde van het academiejaar een eindpresentatie geeft over ‘Dit ben ik als leraar’. Deze eindpresentatie vindt plaats op 7 juni 2022 van 14u tot 17u op de hogeschool. De student nodigt hiervoor personen uit het werkveld uit (min. 1 persoon. Dit kan zijn:
    • een directielid
    • een mentor
    • een brede school- coördinator
    • een boekenbende-aan-huis-gezin.

Richtlijnen bij de eindpresentatie:

  • de student presenteert zichzelf  ‘dit ben ik als leraar’ vanuit de stagecompetenties, gekleurd door zijn talenten (zeker 2 sterke competenties);
  • de student geeft zijn groeiproces weer en blikt vooruit op zijn verdere loopbaan i.f.v. levenslang leren (zeker 2 competenties waarin de student sterk gegroeid is doorheen de opleiding);
  • uit de presentatie blijkt dat de student eigenaar is van zijn leerproces.

De presentatie kan op verschillende manieren weergegeven worden (en mag uniek en creatief zijn!):

  • aan de hand van een powerpoint/mindmap/prezi of iets dergelijks;
  • muzische elementen kunnen zeker ook geïntegreerd worden.

De student maakt gebruik van relevant bewijsmateriaal en zorgt hierbij voor voldoende variatie:

  • foto’s;
  • eigen aantekeningen en observaties;
  • voorbereidingen;
  • videomateriaal;
  • getuigenissen van kleuters/directie/ouders/mentoren.

De presentatie duurt max. 15 minuten en nadien worden er ca. 5 minuten voorzien voor vragen.

De leergroepbegeleider neemt de presentatie als stem van de student mee naar de eindevaluatie didactische stage 3.

Vanuit de visie op eigenaarschap zijn er bij de leergroepen nog concrete verwachtingen:
    • bereid zijn om een persoonlijk leerdoel, een situatie, een probleem te verkennen, te exploreren en uit te werken;
    • bereid zijn aandachtig te luisteren en waardering en bekrachtiging te ontvangen;
    • feedback durven vragen, ontvangen en geven aan medestudenten;
    • vertrouwen hebben;
  • De student maakt tijdens zijn opleiding een persoonlijk portfolio waarin hij stilstaat bij zichzelf (talenten en competenties).
  • Naast mondelinge reflecties (in o.a. de leergroepen, tijdens de contacturen,… ) brengt de student zijn groei als leraar in kaart en doet dus via een persoonlijke webblog voortdurend aan zelfreflectie en zelfevaluatie.
  • De zelfevaluatie wordt meegenomen in de tussentijdse én in de eindevaluatie van didactische stage 3. Zo krijgt de student ook een stem in zijn evaluatie.
  • De student is een half uur voor het begin van de schooldag aanwezig in de klas.
  • De student bevraagt, voor de aanvang van de stages, hoe het CORONA-draaiboek van Onderwijs Vlaanderen genconcretiseerd wordt in de stageschool  https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/nl/coronavirus/pandemiescenarios-en-draaiboeken-2020-2021. De student bevraagt ook de veiligheidsvoorschriften in de stageschool. Ook de stagebezoekers houden rekening met de veiligheidsvoorschriften van de stageschool.
  • De student bezorgt de stagementor steeds alle nodige info vanuit Odisee.
  • De student bespreekt op welke manier de communicatie met de mentor het best verloopt (mail, telefonisch, …).
  • De student neemt elke stagedag tijd om samen met de mentor de dag te bespreken en de volgende stagedag voor te bereiden.
  • De student is telkens goed voorbereid.
    • De student maakt zijn voorbereidingen VERKORT volgens het didactisch model. Hij kan daarbij gebruik maken van een verkorte template. Sommige studenten schrijven nog graag alle activiteiten uit, anderen schrijven enkel de ‘nieuwe’ activiteiten grondig uit,… Het kan ook zijn dat de leergroepbegeleider of mentor, naar aanleiding van voorbereidende gesprekken, de student aanraadt om alle activiteiten grondig uit te schrijven.
    • De student kan ook kiezen voor een ‘eigen voorbereiding’ maar integreert daarbij wel alle essentiële onderdelen van het didactisch model.
    • De student kan ook kiezen om het voorbereidingssysteem/agenda van de stageschool te hanteren.
    • De student selecteert de doelen, volgens de afspraken in de stageschool.
    • De student kiest zelf voor een digitale of papieren versie van de stagemap. Indien de student kiest voor een digitale stagemap voorziet hij een laptop in de klas.
  • Indien een stagedag niet kan plaatsvinden zoals aangegeven in de stageovereenkomst (omwille van een pedagogische studiedag, een facultatieve verlofdag, afwezigheid van de kleutergroep omdat er een uitstap is gepland,…) stuurt de student een mail naar de stagecoördinator van Odisee (ilse.banck@odisee.be) EN naar de directie van de stageschool met volgende elementen:
    • op welke dag(en) de stage niet kan doorgaan;
    • op welke dag(en) de inhaalstage gepland wordt;
    • de reden van verplaatsing/ inhaalstage.
  • De student verwittigt bij afwezigheid wegens ziekte de stageplaats (directie en mentor) en Odisee (studentensecretariaat en stagecoördinator), alsook de stagebezoeker. Dit gebeurt best de dag voordien of  ‘s morgens vóór de aanvang van de activiteiten. Telefoonnumers van de verschillende personen moeten dus vooraf gekend zijn. Er zal een nieuw document ‘wijziging van de oorspronkelijke stageovereenkomst’ opgemaakt worden, met bijhorend ziekte-attest als bewijs. Dit nieuwe document is dan een bijlage bij deze oorspronkelijke stageovereenkomst.
  • Een derdejaarsstudent neemt zoveel mogelijk de verschillende taken van een kleuteronderwijzer over. Daarom is het wenselijk de student te betrekken bij
    • personeelsvergaderingen;
    • pedagogische studiedagen;
    • oudercontacten;
    • schoolfeesten;
    • toezichten;
    • het leiden van kleuterzwemmen;
    • contacten met externen;
    • inzage in het kindvolgsysteem;
    • bijwonen van MDO’s.

Deze taken sluiten immers aan bij de verwachte stagecompetenties in de derde opleidingsfase. De student overlegt hierbij wel voldoende met mentor en directie in het kader van de privacywetgeving.

Tijdens de observatiedagen moet de student vooral observeren en mee participeren. De student weet vanuit de opleiding wat (breed) observeren inhoudt. De student maakt verslag van zijn ervaringen en observaties. De verslaggeving hoeft geen uitgeschreven tekst te zijn. De observatiedagen zijn nodig om een zo goed mogelijk zicht te krijgen op de beginsituatie van:

  • de kleuter(s): leefwereld, aanleg, fysieke situatie, thuissituatie, welbevinden, ontwikkelingsniveau met o.a. aandacht voor taalniveau, zelfsturing, motivatie, interesse, leergedrag, sociale vaardigheden, gevoeligheid voor materialen/activiteiten.
  • zichzelf: de kleuteronderwijzer: aanleg, voorkeur, verwachtingen, zelfbeeld, kennisbasis.
  • de klassituatie, de schoolsituatie: klasindeling, conflicten, sfeer, accenten …
  • situationele factoren (storende of bevorderende): ligging, ouders, het weer, veranderingen in tijdsschema door omstandigheden.
  • breed observeren – diversiteitsaspecten: lichamelijke diversiteit, taaldiversiteit, culturele en sociale achtergrond, religie, thuisgewoontes, interesses, ….

Daarnaast communiceert de student tijdens de observatiedagen over de verwachte stagecompetenties en in het bijzonder over de persoonlijke leerdoelen die de student wil realiseren in de stagecontext. De student bespreekt met de mentor op welke manier hij deze persoonlijke leerdoelen het best kan realiseren.

Om het bewegingsaanbod zo rijk mogelijk aan te bieden is het noodzakelijk dat de student ook de leermeester L.O. aanspreekt. Het is niet altijd evident om vóór de actieve stage deze leerkracht te zien/spreken. Om de student de mogelijkheid te bieden ook de beginsituatie van het bewegingaanbod in kaart te brengen en de daaraan gekoppelde beginsituatie van de kleuters, werd een informatie- en observatiebundel samengesteld. Dit kan een leidraad worden voor de student en de leermeester L.O. zodat ook het bewegingsaanbod kwalitatief ingevuld wordt door de stagair.

De student bepaalt zelf de observatiemomenten:

  • rekening houdend met eigen persoonlijk traject;
  • vanuit eigen noodzaak;
  • in overleg met de stagementor.

De observatiemomenten worden tijdig gecommuniceerd.

Voor de observatiedagen in functie van de actieve stage buiten het regulier kleuteronderwijs is het belangrijk dat de student de instelling/organisatie via bevraging, observatie, participatie in kaart brengt op vlak van:

  • visie (onderwijs, zorg, ouders, …);
  • algemene structuur (inrichtende macht, samenwerkingsverbanden);
  • doelgroep (specifiek kenmerken, begeleiding, …);
  • dagelijkse werking (aanbod, week- en dagindeling, organisatie, …);
  • personeelsbeleid (samenwerking, overlegorganen, diplomavereisten, …);
  • actuele tendenzen (methodieken, onderzoek, recente eisen van de overheid, …).

Tijdens deze observatiedagen bespreekt de student welke taken hij kan opnemen voor de actieve stageweek en bereidt dit ook voor in een grondige werkplanning.

Een actieve stage betekent dat de student actief aan de slag gaat vanuit de verwachte stagecompetenties didactische stage 3 en persoonlijke leerdoelen. De student draagt de volledige verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van zijn weekschema/werkplanning.

  • De student werkt een thema/weekplanning zelfstandig uit.
  • De student bezorgt het feedbackdocument aan zijn mentor bij aanvang van de actieve stage
  • De student stelt zelf (op het feedbackdocument) de feed-up op: welke stagecompetenties komen aan bod tijdens de actieve stage én welke zijn persoonlijke leerdoelen van de student.

  • Tijdens de actieve stage 1ste leerjaar moeten de studenten actief aan de slag gaan met het muzisch werken, aanvankelijk rekenen, aanvankelijk schrijven en aanvankelijk lezen bij de 6-jarigen.

    De student kan zowel klassikaal als met een groepje kinderen actief aan de slag gaan. Er moeten duidelijke afspraken gemaakt worden met de mentor: wanneer neemt de student de hele klas over? Wanneer gaat de student met een groepje kinderen aan de slag en begeleidt de mentor de rest van de klas? We dagen de student uit om minimum 1 halve dag de hele klas over te nemen: d.w.z. aan de slag gaan met een groepje en tegelijk ook het nevenaanbod managen. Deze organisatie wordt duidelijk aangegeven in het weekschema.

  • Bij het uitwerken van de 11 stageweken houdt de studenten rekening met wat verplicht inhoudelijk aan bod moet komen:
    • Zorg
    • Co-teaching met medestudent (minstens één week). We verwachten van de studenten dat ze:
      • verschillende vormen van co-teaching uitproberen in de praktijk;
      • door co-teaching inzicht krijgen in zichzelf en de ander;
      • in co-teaching helder en transparant overleggen, communiceren en samenwerken;
      • de kracht van co-teaching ervaren in het zorgcontinuüm.
    • Werken zonder thema (minstens één week). We verwachten van de studenten dat ze:
      • kunnen verantwoorden waarom ze werken zonder thema;
      • geen stappenplan uitschrijven, maar brainstormen over gebeurtenissen in die week, over interesses van de kleuters,… ;
      • brainstormen over het basisaanbod en over het verrijkingsaanbod in de hoeken.
    • In een stageperiode van minstens 3 weken wordt een focusdoel op lange termijn uitgezet.
    • Eigen leerdoelen en eigen uitdagingen worden opgesteld.
    • Toverbos (kan tijdens werkplekleren of tijdens actieve stage van 5 weken).

De inhoudelijke opdrachten worden in de opleidingsonderdelen toegelicht en zijn ook terug te vinden op deze website onder fase 3 – opdrachten

  • De student kiest zelf voor een digitale of papieren versie van de stagemap.
  • De student zorgt ervoor dat de (digitale) stagemap steeds volledig is en aanwezig is op de stageschool (bij een digitale versie voorziet de student een laptop voor de mentor).
  • Als bij de aanvang van de actieve stages blijkt dat het weekschema en/of de stagemap niet volledig is en/of inhoudelijk onvoldoende is uitgewerkt, kan geen stage worden toegestaan en krijgt de student een F (= volstrekt onvoldoende) als beoordelingsscore.
  • Opbouw stagemap:
    • gegevens van de stageschool, de mentor en de hogeschool;
    • observatieverslag;
    • stappenplan voor het opstellen van een weekschema;
    • weekschema;
    • dagschema’s/agenda (opgelet, deze maakt de student de avond voordien);
    • per dag alle activiteitenvoorbereidingen.
  • De student reflecteert tijdens de actieve stage dagelijks op het dagverloop:
    • eigen functioneren;
    • ontwikkeling van kleuters.

De student stuurt vanuit deze reflecties zijn aanbod en begeleiding bij zowel op korte termijn als op lange termijn.

Tijdens de actieve stageperiodes brengt de leergroepbegeleider minstens 4 aangekondigde stagebezoeken, gespreid over het academiejaar. Deze bezoeken zijn gericht op feedback, in functie van het groeiproces van de student. Het kan zijn dat de leergroepbegeleider aan de student vraagt om de feedback ’s avonds te bundelen en door te sturen via mail.

Naast deze 4 stagebezoeken, zal ook een andere docent van de opleiding minstens 1 stagebezoek afleggen.

Spelregels voor de leergroepbegeleider:

  • minstens 1 stagebezoek vóór januari;
  • minstens 1 stagebezoek tijdens 5 weken actieve stage;
  • minstens 1 stagegesprek (via teams. De student bereidt voor dit gesprek de eerste 2 stageweken volledig voor (stappenplannen en weekschema’s). Volgende aspecten komen aan bod tijdens dit gesprek:
    • Wat zijn voor de student vernieuwende elementen?
    • Vertrekt de student steeds van de onderwijsbehoeften van de kleuters?
    • Verantwoordt de student bepaalde keuzes vanuit de onderwijsbehoeften van de kleuters?
    • Werkt de student met de talenten van de kleuters?
    • Gaat de student zelf op zoek naar een keuze en verantwoording van een lange termijn focusdoel?
    • Zet de student in op persoonlijke leerdoelen (talenten/verwachte stagecompetenties didactische stage 3)?
    • Zet de student in op de specifieke competenties van de 3de fase (partner van ouders, lid van een schoolteam, partner van externen, innovator en cultuurparticipant)?
    • Waarin heeft de student zich verdiept binnen het OPO verdieping vakdidactiek – professionele leeromgeving?
    • Op welke manier neemt de student deze expertise mee in zijn/haar actieve stage?
  • 1 stagebezoek in functie van noden en behoeften van de student (zie stagetraject van de student)

Na de actieve stages reflecteert de student diepgaander in de blog.

De student bezorgt het feedbackverslag van de stagementor na de de stage aan de leergroepbegeleider

Werkplekleren kan men omschrijven als een actief en constructief leerproces, dat steunt op concrete ervaringen en plaatsvindt in een echte arbeidssituatie met de werkelijke uitdagingen en problemen uit de (toekomstige) arbeidspraktijk als leerobject. We zijn ervan overtuigd dat we via werkplekleren:

  • (leer)situaties voor de studenten kunnen scheppen in een realistische klas- en schoolomgeving waar studenten kunnen oefenen en groeien in bepaalde competenties;
  • het werken aan (persoonlijke) leerdoelen kunnen stimuleren in een beoordelingsvrije omgeving;
  • het reflecteren van de studenten kunnen uitdiepen;
  • de theorie zinvol kunnen koppelen aan een concrete ervaring.

Concreet zal de student op regelmatige basis een halve dag in de stageschool en/of stageklas participeren, observeren en actieve opdrachten uitvoeren. Dit wordt op de hogeschool voorbereid vanuit:

  • leerdoelen gekoppeld aan OPO’s (dit gebeurt tijdens begeleid zelfstandig leren + in de leergroepen);
  • persoonlijke leerdoelen die de student zelf selecteert en formuleert vanuit zijn talenten én vanuit zijn competenties (dit gebeurt in de leergroepen);
  • de verwachte stagecompetenties/leerdoelen voor 3de opleidingsfase BaKO, campus Brussel;
  • het opmaken van de bachelorproef;
  • toverbos (zie ook beginsituatie studenten).

De student moet duidelijk en tijdig communiceren met 1 betrokken leerkracht die fungeert als aanspreekpersoon in verband met de leerdoelen én bijhorende acties die uitgevoerd zullen worden. Deze aanspreekpersoon coördineert op basis van de leerdoelen in welke klas(sen) de student kan staan. De leergroepbegeleider informeert regelmatig naar de samenwerking.

De dagen werkplekleren zijn beoordelingsvrij. De studenten krijgen hier de kans om te oefenen zonder stress van beoordeling. Dit laat ook toe om echte uitdagingen aan te gaan. Natuurlijk, om echt te kunnen leren, is er voldoende gerichte feedback nodig. We vragen aan de mentoren om schriftelijk en/of mondeling feedback te geven aansluitend bij de leerdoelen die de studenten willen bereiken. De feedback is belangrijk in functie van het leerproces van de student. Daarom moet de student vooraf duidelijk aangeven waar hij wil aan werken, wat hij wil oefenen, zodat de mentor hier gericht kan naar kijken en feedback op kan geven (zie document kijkwijzer voor mentoren). 

Indien er grondige tekorten zijn bij de student qua beroepshouding – eigenaarschap, dan volgt eerst een gesprek met de betrokken partijen en kan dit mee opgenomen worden in de tussentijdse evaluatievergaderingen.