Verwachtingen mentor

Als opleiding verwachten we dat een mentor hoofdzakelijk een coachende en inspirerende rol opneemt. Hieronder verduidelijken we wat we hiermee bedoelen.

  • De mentor ondersteunt de student bij de observatiedagen en geeft voldoende informatie om een observatieverslag te kunnen opstellen.
  • De mentor ondersteunt en begeleidt de student:
  • De mentor geeft gerichte en waarderende feedback op activiteiten, dagdelen en het algemeen functioneren van de student in de vorm van:
    • mondelinge feedback;
    • schriftelijke feedback.
  • Zie kijkwijzer feedback geven
  • De stagebeoordeling is de eindverantwoordelijkheid van de opleiding.
  • De mentor schrijft een samenvattend feedbackverslag op het einde van de stage met voldoende toelichting, feedback en advies en/of voorbeelden bij de verschillende competenties.
  • Het feedbackverslag van de mentor is één element van de totale beoordeling van didactische stage 3.

In de opleiding gebruiken we de feedbackcyclus van Hattie bij het geven van feedback en feed forward. (Zie ook visie op formatieve evaluatie en feedback geven).

  • Handvaten voor het geven van feedback
    • Aangeven waar de student volgens jou staat ten opzichte van de leerdoelen: vertrek vanuit de zelfevaluatie van de student en vul aan met je eigen bevindingen.
    • Identificeer samen wat goed is en wat nog niet loopt zoals gewenst: wees specifiek en duidelijk.
    • Verduidelijk waarom iets goed is en waarom een probleem als probleem wordt gezien. Verwijs naar de (persoonlijke) leerdoelen.
    • Geef ook informatie over vooruitgang, het proces. Verwijs terug naar vorige feedback en feed forward.
  • Handvaten bij de fase van feed forward
    • Samen oplossingen zoeken.
    • Aangeven (eerst door de student) hoe hij/zij dit punt kan verbeteren, kan gebruiken in de toekomst.
    • Verder bouwen op wat student al probeerde, wat in andere situaties werkte of alternatieven bieden die binnen de actieradius van de student liggen.
    • Focus op kleine dingen die wel goed gaan/aanwezig zijn: hoe zou je daar verder aan kunnen bouwen?
    • Denk in mogelijkheden.
  • Het werkplekleren is beoordelingsvrij. Indien er grondige tekorten zijn qua beroepshouding of eigenaarschap kan de mentor dit melden aan de leergroepbegeleider (ilse.banck@odisee.be, katrien.vandenberghe@odisee.be, els.dejaegere@odisee.be, annemie.natens@odisee.be) en kan dit mee opgenomen worden in de evaluatie van didactische stage 3.
  • Tijdens de observatie- en participatiedagen is het belangrijk om voldoende informatie te geven omtrent:
    • de beginsituatie van de kleuters, kindvolgsysteem, breed observeren in functie van de diversiteitsaspecten;
    • de klas- en schoolsituatie;
    • situationele factoren.
  • Bij problemen tijdens actieve stages of wanneer de student herhaaldelijk afwezig en/of niet in orde blijkt te zijn, meldt de stagementor dit bij de stagecoördinator (ilse.banck@odisee.be, 02/608 49 35).
    • Als de stagementor vragen of bedenkingen heeft, kan hij dit best voorleggen tijdens het stagebezoek of telefonisch contact opnemen met de stagecoördinator.
    • De stagementor geeft vóór de actieve stages feedback en advies op het voorbereidend werk van de student (stappenplan en weekschema). 
    • Een derdejaarsstudent neemt zoveel mogelijk de verschillende taken van een kleuteronderwijzer over. Daarom is het wenselijk de student te betrekken bij:
      • personeelsvergaderingen
      • pedagogische studiedagen
      • oudercontacten
      • schoolfeesten
      • toezichten
      • het leiden van kleuterzwemmen
      • contacten met externen
      • inzage in het kindvolgsysteem
      • bijwonen van MDO’s