Verwachtingen student

  • De student neemt eigenaarschap op voor zijn leren (zie ook visie op eigenaarschap).
  • De student brengt de stageovereenkomst en werkpostfiche in orde en bezorgt deze aan de administratief medewerker of aan de stagecoördinator voor de eerste observatiedag van de desbetreffende stage.
  • De student verzorgt zijn taalgebruik en voorkomen in alle contacten met kleuters, stagementor, directie, ouders,….
  • De student plaatst zijn weekplanning voor actieve stages in LINK  ten laatste 1 week voor de aanvang van de actieve stage.

We verwachten van de student dat hij:

  • aanwezig is tijdens de leergroepsessies;
  • elke leergroepsessie voorbereidt (digitaal of op papier), rekening houdend met de focus. De student raadpleegt hiervoor op voorhand de handleiding.
  • verwerkingsopdrachten uitvoert indien aangegeven in de leergroepsessie;
  • op het einde van het academiejaar een eindpresentatie geeft over (groei in) talenten en competenties. Meer uitleg hierover vindt de student in de handleiding (zie leergroepsessie 14).
Vanuit de visie op eigenaarschap zijn er bij de leergroepen nog concrete verwachtingen:
  • bereid zijn om een persoonlijk leerdoel, een situatie, een probleem te verkennen, te exploreren en uit te werken;
  • bereid zijn aandachtig te luisteren en waardering en bekrachtiging te ontvangen;
  • feedback durven vragen, ontvangen en geven aan medestudenten;
  • vertrouwen hebben.
  • De student maakt tijdens zijn opleiding een persoonlijk portfolio waarin hij stilstaat bij zichzelf (talenten en competenties).
  • Naast mondelinge reflecties (in o.a. de leergroepen, contacturen,… ) brengt de student zijn groei als leraar in kaart en doet dus via een persoonlijke webblog voortdurend aan zelfreflectie en zelfevaluatie.
  • De zelfevaluatie wordt meegenomen in de tussentijdse evaluatie, alsook in de eindevaluatie van didactische stage 2. Zo krijgt de student ook een stem in zijn evaluatie.
  • De student is een half uur voor het begin van de schooldag aanwezig in de klas.
  • De student bevraagt, voor de aanvang van de stages, hoe het CORONA-draaiboek van Onderwijs Vlaanderen genconcretiseerd wordt in de stageschool  https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/nl/coronavirus/pandemiescenarios-en-draaiboeken-2020-2021. De student bevraagt ook de specifieke veiligheidsvoorschriften in de stageschool. Ook de stagebezoekers houden rekening met de veiligheidsvoorschriften van de stageschool.
  • De student bezorgt de stagementor steeds alle nodige info vanuit Odisee.
  • De student bespreekt op welke manier de communicatie met de mentor het best verloopt (mail, telefonisch, …).
  • De student neemt elke stagedag tijd om samen met de mentor de dag te bespreken en de volgende stagedag voor te bereiden.
  • De student is telkens goed voorbereid:
    • De student kiest zelf voor een digitale of papieren versie van de stagemap. Indien de student kiest voor een digitale stagemap voorziet hij een laptop in de klas.
    • De student kan  gebruik maken van de aangereikte templates uit de opleiding.
    • De student mag een eigen werkwijze hanteren. De student zorgt voor noodzakelijke informatie:
      • didactisch model
      • kwaliteitsvolle begeleiding
      • fasen van meespelen
    • De student selecteert doelen uit de decretaal vastgelegde eindtermen en ontwikkelingsdoelen en uit ‘Zin in Leren, zin in Leven’ (leerplan Katholiek onderwijs Vlaanderen).
  • Indien een stagedag niet kan plaatsvinden zoals aangegeven in de stageovereenkomst (omwille van een pedagogische studiedag, een facultatieve verlofdag, afwezigheid van de kleutergroep omdat er een uitstap is gepland,…) stuurt de student een mail naar de stagecoördinator van Odisee (ilse.banck@odisee.be) EN naar de directie van de stageschool met volgende elementen:
    • op welke dag(en) de stage niet kan doorgaan;
    • op welke dag(en) de inhaalstage gepland wordt;
    • de reden van verplaatsing/ inhaalstage.
  • De student verwittigt bij afwezigheid wegens ziekte de stageplaats (directie en mentor) en Odisee (studentensecretariaat en stagecoördinator) én de stagebezoeker. Dit gebeurt best de dag voordien of ’s morgens vóór de aanvang van de activiteiten. Telefoonnumers van de verschillende personen moeten dus vooraf gekend zijn. Er zal een nieuw document ‘wijziging van de oorspronkelijke stageovereenkomst’ opgemaakt worden, met bijhorend ziekte-attest als bewijs. Dit nieuwe document is dan een bijlage bij deze oorspronkelijke stageovereenkomst.
  • Een tweedejaarsstudent kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor toezicht tijdens speeltijden, voor toezicht in refter, voor het leiden van kleuterzwemmen. Uiteraard kan een student wel helpen bij deze activiteiten, ze begeleiden en eraan participeren.

Tijdens de observatiedagen moet de student vooral observeren en mee participeren. De student krijgt vanuit de opleiding richtvragen in functie van het (breed) observeren (zie opdrachten). De student maakt verslag van zijn ervaringen en observaties. De verslaggeving hoeft geen uitgeschreven tekst te zijn. De observatiedagen zijn nodig om een zo goed mogelijk zicht te krijgen op de beginsituatie van de klasgroep:

  • de kleuter(s): leefwereld, aanleg, fysieke situatie, thuissituatie, welbevinden, ontwikkelingsniveau met o.a. aandacht voor taalniveau, zelfsturing, motivatie, interesse, leergedrag, sociale vaardigheden, gevoeligheid voor materialen/activiteiten;
  • zichzelf: de kleuteronderwijzer: aanleg, voorkeur, verwachtingen, zelfbeeld, kennisbasis;
  • de klassituatie en de schoolsituatie: klasindeling, conflicten, sfeer, accenten …
  • situationele factoren (storende of bevorderende): ligging, ouders, het weer, veranderingen in tijdsschema door omstandigheden
  • breed observeren – diversiteitsaspecten: lichamelijke diversiteit, taaldiversiteit, culturele en sociale achtergrond, religie, thuisgewoontes, interesses, …

De student kan steeds bijkomend observeren of naast de geplande observatiedagen een overlegmoment plannen met de mentor. De student houdt hierbij wel voldoende rekening met de contacturen in Odisee.

Om het bewegingsaanbod zo rijk mogelijk aan te bieden is het noodzakelijk dat de student ook de leermeester L.O. aanspreekt. Het is niet altijd evident om vóór de actieve stage deze leerkracht te zien/spreken. Om de student de mogelijkheid te bieden ook de beginsituatie van het bewegingaanbod in kaart te brengen en de daaraan gekoppelde beginsituatie van de kleuters, werd een informatie- en observatiebundel samengesteld. Dit kan een leidraad worden voor de student en de leermeester L.O. zodat ook het bewegingsaanbod kwalitatief ingevuld wordt door de stagair.

Een actieve stage betekent dat de student actief aan de slag gaat vanuit de verwachte stagecompetenties en persoonlijke leerdoelen. De student draagt de volledige verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van zijn weekschema.

  • De student bezorgt het feedbackdocument en zijn persoonlijke leerdoelen  aan zijn mentor bij aanvang van de actieve stage.
  • De student werkt een thema (zelfstandig) uit.
    • Actieve stage jongste kleuter.
      • De student kiest in onderling overleg met de mentor een thema en houdt hierbij rekening met volgende criteria:
        • thema sluit aan bij de actuele behoeften, interesses en belevingswereld van de kleuters;
        • thema komt uit de heel directe leewereld van de kleuters;
        • thema nodigt uit om zeer concrete en tastbare materialen aan te brengen waarmee kleuters met al hun zintuigen kunnen exploreren en experimenteren.
    • Actieve stage oudste kleuter.
      • De student leert in de tweede opleidingsfase omgaan met diversteit en meertaligheid. Daarom zal de student vanuit een superdiversiteitsstimulerende grondhouding een thema kiezen en uitwerken.
        • Actieve stage oudste kleuter (maart): om de meervoudige identiteit van de kinderen uit de klas te versterken kiest de student uit
          • een verhaal uit ‘Dit ben ik in Brussel’,Afbeeldingsresultaat voor baloena"
          • of het verhaal Baloena
          • of het verhaal van Jordy. Afbeeldingsresultaat voor jordy welzijnszorg"
        • Actieve stage oudste kleuter (april – juni): een gangbaar thema uitwerken met aandacht voor de aanwezige diversiteit binnen de klasgroep.
  • De student kiest zelf voor een digitale of papieren versie van de stagemap.
  • De student zorgt ervoor dat de (digitale) stagemap steeds volledig is en aanwezig is op de stageschool (bij een digitale versie voorziet de student een laptop voor de mentor).
  • Als bij de aanvang van de actieve stages blijkt dat het weekschema en/of de stagemap niet volledig is en/of inhoudelijk onvoldoende is uitgewerkt, kan geen stage worden toegestaan en krijgt de student een F (= volstrekt onvoldoende) als beoordelingsscore.
  • Opbouw stagemap:
    • gegevens van de stageschool, de mentor en de hogeschool;
    • observatiegegevens;
    • stappenplan voor het opstellen van een weekschema;
    • weekschema;
    • dagschema’s (opgelet, deze maakt de student de avond voordien);
    • per dag alle activiteitenvoorbereidingen.
  • De student reflecteert tijdens de actieve stage dagelijks op de activiteitenvoorbereidingen:

    Na elke activiteit en nog in de kleuterklas, noteert de student kort (in puntjes, korte aantekeningen …) en in de tekst van de voorbereiding zelf, bij de betreffende fase in de activiteit, zijn/haar reflectie op/evaluatie van deze activiteit (en bijsturing op korte termijn). Onderstaande vragen houdt de student daarbij als leidraad in het achterhoofd:

    • Waren de kleuters betrokken? Genoten zij van de activiteit?
      • Het waarom ligt bij de kleuter(s)/context.
      • Het waarom ligt bij mij.
    • Hebben de kleuters iets bijgeleerd? Zijn de kleuter(s) een stapje verder in hun ontwikkeling gebracht? Heb ik mijn doelstellingen bereikt?
      • Het waarom ligt bij de kleuter(s)/context.
      • Het waarom ligt bij mij.
    • Wat kan ik aanpassen?

    Na de actieve stages reflecteert de student diepgaander in de blog.

  • Tijdens de actieve stages wordt een stagebezoek gepland vanuit de hogeschool. Dit bezoek wordt altijd vooraf aangekondigd bij de student en de stagementor. Dit bezoek kan wel door overmacht worden gewijzigd.
  • Tijdens het stagebezoek (en vooral bij de bespreking ervan) maakt de student ook aantekeningen, omdat hij ’s avonds een verslag van dit gesprek dient door te mailen naar de stagebezoeker. Bedoeling van dit verslag is dat de student een samenvatting maakt van de adviezen, die hij gehoord heeft tijdens de bespreking (luistervaardigheid): welke adviezen hij onmiddellijk kan inzetten in het vervolg van de stage en/of welke adviezen hij op langere termijn kan aanpakken.
  • De student bezorgt het feedbackverslag van de stagementor na de stage aan de leergroepbegeleider.

Werkplekleren kan men omschrijven als een actief en constructief leerproces, dat steunt op concrete ervaringen en plaatsvindt in een echte arbeidssituatie met de werkelijke uitdagingen en problemen uit de (toekomstige) arbeidspraktijk als leerobject. We zijn ervan overtuigd dat we via werkplekleren:

  • (leer)situaties voor de studenten kunnen scheppen in een realistische klas- en schoolomgeving waar studenten kunnen oefenen en groeien in bepaalde competenties;
  • het werken aan (persoonlijke) leerdoelen kunnen stimuleren in een beoordelingsvrije omgeving;
  • het reflecteren van de studenten kunnen uitdiepen;
  • de theorie zinvol kunnen koppelen aan een concrete ervaring.

Concreet zullen de studenten in groepjes en op regelmatige basis een woensdagvoormiddag in de school of kleuterklassen participeren, observeren en actieve opdrachten uitvoeren. Dit wordt op de hogeschool voorbereid vanuit:

  • leerdoelen gekoppeld aan OPO’s (dit gebeurt tijdens begeleid zelfstandig leren + in de leergroepen);
  • persoonlijke leerdoelen die de student zelf selecteert en formuleert vanuit zijn talenten én vanuit zijn competenties (dit gebeurt in de leergroepen);
  • de verwachte stagecompetenties/leerdoelen voor 2de opleidingsfase BaKO, campus Brussel.

De studenten moeten duidelijk en tijdig communiceren met 1 betrokken leerkracht die fungeert als aanspreekpersoon in verband met de leerdoelen én bijhorende acties die daarmee gepaard gaan. Deze aanspreekpersoon coördineert op basis van de leerdoelen in welke klas(sen) de studenten kunnen staan: de studenten zullen dus soms alleen en soms per 2 in een klas staan; soms bij jongste kleuters en soms bij oudste kleuters. De verdeling van de studenten gebeurt best een tijdje op voorhand zodat de studenten aan de slag kunnen met de activiteitenvoorbereidingen.

We verwachten dat de studenten elke dag werkplekleren voorbereiden en dat ze hun voorbereiding mee hebben op de dag van werkplekleren.

De dagen werkplekleren zijn beoordelingsvrij. De studenten krijgen hier de kans om te oefenen zonder stress van beoordeling. Dit laat ook toe om echte uitdagingen aan te gaan. Natuurlijk, om echt te kunnen leren, is er voldoende gerichte feedback nodig. We vragen aan de mentoren om schriftelijk en/of mondeling feedback te geven aansluitend bij de leerdoelen die de studenten willen bereiken. De feedback is belangrijk in functie van het leerproces van de student. Daarom moet de student vooraf duidelijk aangeven waar hij wil aan werken, wat hij wil oefenen, zodat de mentor hier gericht kan naar kijken en feedback op kan geven (zie document kijkwijzer voor mentoren).

In het begin van het eerste en het tweede semester neemt de leergroepbegeleider contact op in verband met de opvolging van eigenaarschap van de studenten:

  • is de planning volledig?
  • wordt er aan de geplande leerdoelen gewerkt?
  • wordt er geleerd?
  • vraagt de student feedback?
  • neemt de student voldoende initiatief?

Indien er grondige tekorten zijn bij de student qua beroepshouding – eigenaarschap, dan volgt eerst een gesprek met de betrokken partijen en kan dit mee opgenomen worden in de tussentijdse evaluatievergaderingen.