- De student neemt eigenaarschap op voor zijn leren (zie ook visie op eigenaarschap).
- De student brengt de stageovereenkomst en werkpostfiche in orde en bezorgt deze digitaal aan de administratief medewerker miriam.saron@odisee.be of aan de stagecoördinator voor de eerste observatiedag van de desbetreffende stage.
- De student start bij elke actieve stage het stageverloop in LINK door als eerste stap zijn stageovereenkomst, werkpostfiche, IDEWE gezondheidsformulier en planning op te laden. Het gezondheidsformulier vindt de student via het KU-loket – VGM en ruimtes – persoonlijke VGM info.
- Na de stage vervolledigt de student het stageverloop in LINK door zijn reflectieverslag op te laden.
- De student verzorgt zijn taalgebruik en voorkomen in alle contacten met kleuters, stagementor, directie, ouders,…
Als student kan je van de stageplaats de vraag krijgen om een uittreksel uit het strafregister 596.2 (model 2 of minderjarigenmodel genoemd) te bezorgen. Dat uittreksel is nodig als je tijdens de stage rechtstreeks in contact komt met minderjarigen en je stageactiviteit valt onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen. Je kan het uittreksel opvragen in de gemeente waar je woont of verblijft. Dat kan ter plaatse aan het loket (vergeet je eID niet) of via het digitaal loket van de gemeente of via ‘Mijn Burgerprofiel’.
Aan de hand van het uittreksel kan de stageplaats zien of er veroordelingen zijn of beslissingen waardoor voor jou een verbod geldt om in contact te komen met minderjarigen. Het uittreksel mag niet ouder zijn dan één maand op het ogenblik dat je het voorlegt aan de stageplaats.
- De student bereidt elke leergroepsessie voor, indien nodig. Het verloop van elke leergroepsessie kan de student raadplegen op Toledo.
- De student toont tijdens de leergroepsessie initiatief, betrokkenheid en constructieve samenwerking met medestudenten en de leergroepbegeleider.
Elke leergroep heeft een eigen Teamsomgeving. In deze Teamsomgeving zal er voor iedere student een individueel kanaal zijn. Dit kanaal kan enkel worden bekeken door de student zelf, de leergroepbegeleider en de mentoren. Het is de verantwoordelijkheid van de student om deze map met de mentoren te delen.
Doorheen de stage worden de mappen ‘observaties’, ‘opdrachten’ en ‘reflecties’ aangevuld met concrete documenten.
- Een stagedag of praktijkdag telt acht uur (tenzij anders aangegeven. zie organisatie en planning)
- De student bezorgt de stagementor steeds alle nodige info vanuit Odisee.
- De student bespreekt op welke manier de communicatie met de mentor het best verloopt (via mail, telefonisch,…).
- De student neemt elke stagedag de tijd om samen met medestudenten en met de mentoren de dag te bespreken en de volgende stagedag voor te bereiden.
- De student is telkens goed voorbereid:
- de student kan gebruik maken van de aangereikte templates uit de opleiding.
- vanaf praktijk 2 (2de semester) selecteert de student doelen uit de minimum doelen vastgelegd door de Vlaamse overheid.
- Wanneer een stagedag, zoals vermeld in de stageovereenkomst, niet kan doorgaan (vb. door een pedagogische studiedag, facultatieve verlofdag, afwezigheden van de kleutergroep door een uitstap, afwezigheid stagementor, 1 dag ziekte student,…), stuurt de student tijdig een e-mail om een inhaalstage te plannen.
In deze mail worden alle betrokkenen in cc geplaatst, namelijk:
- de directie van de stageschool
- de stagementor(en)
- de leergroepbegeleider
- de stagecoördinator – ilse.banck@odisee.be
De mail bevat minstens de volgende informatie:
- op welke dag(en) de stage niet kan doorgaan
- op welke dag(en) de inhaalstage gepland wordt
- de reden van de verplaatsing/inhaalstage. Bij afwezigheid wegens ziekte, voegt de student zijn afwezigheidsattest in bijlage.
Op deze manier zijn alle betrokken partijen gelijktijdig en correct geïnformeerd.
- De student verwittigt bij afwezigheid wegens ziekte de stageplaats (directie en mentor) en Odisee (studentensecretariaat en stagecoördinator) én stagebezoeker. Dit gebeurt best daags voordien of ’s morgens vóór de aanvang van de activiteiten. Telefoonnumers van de verschillende personen moeten dus vooraf gekend zijn. Er zal een nieuw document ‘wijziging van de oorspronkelijke stageovereenkomst’ opgemaakt worden, met bijhorend ziekte-attest als bewijs. Dit nieuwe document is dan een bijlage bij deze oorspronkelijke stageovereenkomst.
- We verwachten dat de student een schriftelijke communicatie voor de ouders voorziet. Aan de hand hiervan stelt de student zichzelf en/of het activiteitenaanbod aan de ouders voor, doet de student een oproep voor materiaal,… De student schrijft helder en correct en houden rekening met de aandachtspunten “Duidelijk Nederlands schrijven” van het OPO ‘Samenwerken en communiceren 1’. Het is aangewezen dat studenten van eenzelfde stageschool het bericht aan ouders op elkaar afstemmen. De mentoren verspreiden deze schriftelijke communicatie via de vaste communicatiekanalen van de school.
- Een eerstejaarsstudent kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor toezicht tijdens speeltijden, voor toezicht in de refter of voor het leiden van kleuterzwemmen. Uiteraard kan een student wel helpen met deze activiteiten, of mee begeleiden en zelfs participeren.
- De student observeert en participeert mee aan activiteiten zoals onthaal, overgangsmomenten, kringmomenten, …
- De student observeert zowel in praktijk 1 als in praktijk 2 op basis van richtvragen (zie opdrachten). De studenten nemen deze observaties mee naar de leergroepsessies en naar de contacturen.
- Studenten staan telkens per twee in een praktijkschool en komen in een doorschuifsysteem in alle klassen. Het is dan ook aangewezen dat de studenten uitwisselen wat ze observeren en wat ze doen.
- De student spreekt ook de leermeester L.O. aan om het bewegingsaanbod zo ruim mogelijk aan te bieden.
- De student gebruikt de informatie- en observatiebundel als leidraad om (samen met de leermeester L.O.) om de beginsituatie van het bewegingsaanbod in kaart te brengen.
- Om de verwachte leeruitkomsten en de (observatie)opdrachten van praktijk 1 tot een goed einde te brengen, heeft de student
- Praktijkdagen op de hogeschool: zie uurrooster
- Praktijkdagen op de stageschool: zie ‘organisatie en planning’
- De observatie- en opdrachten voor OPO praktijk 1 zijn gebundeld in een overzicht – zie OPDRACHTEN. De gedetailleerde omschrijving van de opdrachten ontvangen de studenten via Toledo.
- De student houdt tijdens praktijk 1 reflecties bij zowel over het verloop van de stagedagen als het behalen van de leeruitkomsten.
De leergroepbegeleiders/stagebezoekers gebruiken de Teamsomgeving om volgende activiteiten van de student te evalueren:
- De aanwezigheid en betrokkenheid in leergroepsessies
- Het in orde brengen van reflectiedocumenten + in kaart brengen van eigen groeiproces van de student
- Het uitvoeren van de opdrachten van praktijk 1
De leergroepbegeleiders nemen contact op met de stageschool voor een bespreking van het verloop van de stage. Dit contact kan telefonisch of ter plaatse.
De student is zelf verantwoordelijk om de opdrachten te bespreken en te plannen met de stagementor. Ten laatste op het einde van de praktijkdag wordt besproken wat de verwachtingen van de volgende praktijkdag zijn.
De student wordt geïnformeerd gedurende het academiejaar over de leeruitkomsten/vormingsdoelen die al of niet worden bereikt, over de progressie en over de mogelijkheid tot slagen. Dit gebeurt mondeling in de leergroepsessies en schriftelijk in de (tussentijdse) evaluatiedocumenten.
De volledige Teamsomgeving maakt deel uit van de eindevaluatie van praktijk 1. De leergroepbegeleider neemt deze informatie mee in een eindrapport/syntheserapport per student (zie ‘op de hogeschool’)

Bovenstaande cyclus wordt in het tweede semester voor OPO praktijk 2 telkens herhaald (data zie ‘organisatie en planning’)