Verwachtingen mentor

Als opleiding verwachten we dat een mentor hoofdzakelijk een coachende en inspirerende rol opneemt. Hieronder verduidelijken we wat we hiermee bedoelen.

  • De stagebeoordeling is de eindverantwoordelijkheid van de opleiding.
  • De mentor schrijft een samenvattend feedbackverslag op het einde van de stage met voldoende toelichting, feedback en advies en/of voorbeelden bij de verschillende competenties.
  • Het feedbackverslag van de mentor is één element van de totale beoordeling van didactische stage 1.

In de opleiding gebruiken we de feedbackcyclus van Hattie bij het geven van feedback en feed forward. (Zie ook visie op formatieve evaluatie en feedback geven).

  • Handvaten voor het geven van feedback:
    • Aangeven waar de student volgens jou staat ten opzichte van de leerdoelen: vertrek vanuit de zelfevaluatie van de student en vul aan met je eigen bevindingen.
    • Identificeer samen wat goed is en wat nog niet loopt zoals gewenst: wees specifiek en duidelijk.
    • Verduidelijk waarom iets goed is en waarom een probleem als probleem wordt gezien. Verwijs naar de (persoonlijke) leerdoelen.
    • Geef ook informatie over vooruitgang, het proces. Verwijs terug naar vorige feedback en feed forward.
  • Handvaten bij de fase van feed forward:
    • Samen oplossingen zoeken.
    • Aangeven (eerst door de student) hoe hij/zij dit punt kan verbeteren, kan gebruiken in de toekomst.
    • Verder bouwen op wat student al probeerde, wat in andere situaties werkte of alternatieven bieden die binnen de actieradius van de student liggen.
    • Focus op kleine dingen die wel goed gaan/aanwezig zijn: hoe zou je daar verder mee kunnen bouwen?
    • Denk in mogelijkheden.
  • Gezien de coronamaatregelen kan een infovergadering voor mentoren en studenten niet gepland worden op de campus. We voorzien een online alternatief.
  • Tijdens de observatie- en participatiedagen is het belangrijk om voldoende informatie te geven omtrent:
  • Bij problemen of wanneer de student herhaaldelijk afwezig en/of niet in orde blijkt te zijn, meldt de stagementor dit bij de stagecoördinator (ilse.banck@odisee.be, 02/608 49 35).
  • Als de stagementor vragen of bedenkingen heeft, kan hij dit best voorleggen tijdens het stagebezoek of telefonisch contact opnemen met de stagecoördinator
  • Eerstejaarsstudenten zijn nog niet zo flexibel in het aanpassen van weekschema’s. Daarom vragen we aan de mentor om ruim op voorhand het weekschema met de student te overlopen en geen al te grote veranderingen op korte termijn door te voeren.
  • De mentor neemt tijdens actieve stage 1 nog grotendeels de klasorganisatie voor zijn rekening: onthaal overgangsmomenten, tijdsbewaking, opruimmomenten. Bij het werken in groepen begeleidt de mentor ook nog de zelfstandig werkende en spelende kleuters.
  • Tijdens actieve stage 2 probeert de student de klasorganisatie en het werken in groepen over te nemen van de mentor. De student neemt hierbij voldoende initiatief en doet dit onder het waakzame oog van de mentor.
  • Een eerstejaarsstudent kan nog niet alleen verantwoordelijk zijn voor een klas; daarom moet de school bij afwezigheid van de mentor voor een vervangende mentor zorgen zodat de student de nodige feedback en begeleiding kan krijge