Beginsituatie studenten

Studenten uit de tweede opleidingsfase werken verder vanuit hun verworven leeruitkomsten in de eerste opleidingsfase en concretiseren deze in persoonlijke leerdoelen voor de tweede opleidingsfase. Het zou kunnen dat de student in functie van zijn verdere opleiding en stage doorverwezen wordt naar extra ondersteuning zoals bijvoorbeeld logopedie, stuvo+, extra coaching, …

Vermits in de tweede opleidingsfase de superdiverse, (groot)-stedelijke  en meertalige context extra in the picture staat, maken de studenten ook kennis met allerlei projecten hieromtrent:

De studenten ontdekken tijdens een tweedaagse in Brussel, via een interactief spel de mooiste en interessantste plekjes van de hoofdstad en voeren allerlei opdrachten uit. Doel? De plekjes die ze tegenkomen later in hun lessen gebruiken, of Brussel op eigen houtje bezoeken uit interesse.

Leraar zijn, ben je niet in een vacuüm. Je staat met je klas in de wereld, en bent ook degene die de wereld mee in de klas brengt. Dat vraagt om voeling met de wereld van de kinderen en jongeren in je klas, maar ook met de ruimere wereld daarbuiten. Vanuit onze lerarenopleidingen is het een bewuste keuze om niet alleen op alle noodzakelijke basiscompetenties van leraren te focussen, maar deze te versterken en extra in te kleuren door in te zetten op het maatschappelijk engagement van onze toekomstige leraren.

We willen de student als leraar in leeromgevingen buiten de schoolmuren brengen, waarin hij zijn expertise als leraar verder kan ontplooien en ontwikkelen, maar zich tegelijk ook uitgedaagd weet door de niet-schoolse context:  dergelijke leerervaringen maken de student tot een sterkere leraar in de klas.

Bij CSL-projecten gaat de student op basis van een theoretisch kader (learning) een concreet maatschappelijk (community) engagement (service) aan, en hij reflecteert hierover (learning). De student komt op deze manier werkelijk in contact met bepaalde maatschappelijke noden en problemen, hij levert een bijdrage aan het oplossen ervan en krijgt een bredere en ​meer realistische kijk op de maatschappij. CSL is dus een onderwijsvorm die de kans biedt wat de student leert in de praktijk om te zetten, en hier dan weer over te reflecteren binnen een academische setting.

In de Art Basics for Children studio’s worden de studenten geïnspireerd om didactisch aan de slag te gaan met diversiteitsaspecten. Met boeken als kunstzinnige bron verbreden studenten op muzische wijze hun perspectief rond thema’s zoals wonen, taal, voeding, schrift, identiteit, … Net zoals leraren  hebben de studenten verder toegang tot de boekencollectie en mogen ze het ABC huis als werk-en voorbereidingsplek benutten in functie van hun klaspraktijk. 

Onze visie op meertaligheid is duidelijk. Onze studenten erkennen en respecteren de thuistaal als deel van de identiteit van de kinderen in hun stageklas. Meer nog, onze studenten leren ‘talensensibiliserend’ aan het werk te gaan, dat betekent dat zij de kleuters via speelse en motiverende activiteiten met verschillende talen in contact laten komen. In elke kleuterklas is de taaldiversiteit een rijkdom waar we onze studenten heel graag leren op inspelen. Om hen hierin onder te dompelen, brengen we onder andere een bezoek aan Foyer – het Molenbeeks integratiecentrum, met jarenlange expertise in meertaligheid. Ons uiteindelijke doel is dat onze studenten de klas, de hoeken, de activiteiten meer talig en meertalig inrichten, en dat ze bovendien de talen van de kinderen in de klas binnenbrengen.

Daarnaast verdiept de student zich verder in vakdidactiek, muzische grondhouding en daarbij horende inhouden.

De student breidt zijn kennis van het motorisch gedrag van de kleuters uit via ervarings- en leerkansen in een nieuw medium, nl. water. Vanuit de methodiek ‘Wijs Waterwennen’ én oefenkansen in een zwembad (o.a. 10 sessies waterwennen begeleiden in bv. een zwemclub,… ) verdiept de student zich in de bouwstenen en vaardigheden.

https://tacos-project.be/

Waarom spreekt onze student over een ‘voetbalcommentator’, ‘talkshowhost’ of ‘taalcoach’?

Een sterke mondelinge taalvaardigheid geeft kinderen meer kansen om succesvol te leren. Daarom is de manier waarop een leerkracht met kinderen in interactie gaat erg belangrijk. Binnen het onderzoeksproject TACOS – TAalstimulerende COmpetentieS leren (student-)leerkrachten hoe ze kwaliteitsvolle taalinteracties kunnen herkennen, plannen en doelgericht inzetten. TACOS is een door het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) gefinancierd samenwerkingsproject van UGent en KU Leuven, met Arteveldehogeschool en Odisee als valorisatiepartners.

Als basis gebruiken we drie gekende taalgroeimiddelen: taalaanbod, taalruimte en feedback. Omdat daar heel wat verschillende strategieën onder vallen, vertaalt TACOS ze naar herkenbare rollen. Die rollen zijn dus geen aparte werkvormen, maar handige kapstokken die studenten helpen om op het juiste moment bewust taalstimulerend te handelen.

Zo verwoordt de voetbalcommentator wat hij of de kleuter doet en denkt en biedt hij daarbij rijke taal aan. De talkshowhost geeft kinderen tijd en ruimte om te spreken en betrekt ook anderen bij het gesprek. De journalist stelt denk- en taaluitlokkende vragen. De taalcoach herneemt en verrijkt wat een kind zegt, terwijl de taaladviseur probeert te begrijpen, verduidelijkt en verder doorvraagt. De regisseur bewaakt het geheel: hij plant, observeert en reflecteert zodat álle kinderen voldoende rijke taalkansen krijgen.

Wanneer een student tijdens de stage dus zegt: “Hier probeer ik meer voetbalcommentator te zijn”, bedoelt die eigenlijk: “Hier wil ik mijn taalaanbod bewust rijker maken.” De speelse namen helpen studenten om complexe interactievaardigheden te onthouden en steeds bewuster in de praktijk toe te passen.

Het TACOS-project wil precies die brug slaan tussen wetenschappelijke inzichten en het dagelijkse handelen in de klas, onder meer via training, authentieke videofragment

In de tweede opleidingsfase gaan studenten zich verdiepen in twee muzische domeinen naar keuze. Ze maken kennis met de kunstwereld van deze twee domeinen en ze leren deze talen beter begrijpen. Hierdoor leert de student zich op een persoonlijke manier muzisch uitdrukken. Deze artistieke ervaringen worden gebruikt om de transfer te maken naar het werken met kleuters.