Verwachtingen mentor, student en opleiding

Het eigenaarschap van de student staat voorop. Persoonlijke leervragen, initiatief, zin in leren komen vanuit de student. Om autonoom en competent te kunnen functioneren, is er nood aan een goede samenwerking met de mentor en stagebegeleiders. Hieronder worden de verwachtingen ten aanzien van student, mentor en opleiding toegelicht.

Een professionele houding

  • Je onderhoudt een goede communicatie met mentoren en stagebegeleiders, zowel voor, tijdens als na de stage en neemt daartoe zelf initiatief.
  • Je stelt je verantwoordelijk op, leeft schoolafspraken na, neemt verbeterwerk op en staat er voor open om een toezicht op te nemen.
  • Je stelt je flexibel

 

Eigenaar van je leerproces

  • Je hebt zin in leren, neemt initatief, toont durf en ondernemingszin. Je gaat actief op zoek naar leerkansen zowel op de campus, in de praktijk als daarbuiten.
  • Je stelt eigen persoonlijke leerdoelen voorop waarover je communiceert met je mentor en stagebegeleiders en denk in overleg na over de manier waarop je daaraan zal werken.
  • Je organiseert je voorbereidingswerk efficiënt en leeft afspraken na.
  • Je communiceert regelmatig over je lesideeën, lesfiches en materialen.
  • Je bent leergierig en kritisch, gaat kritisch om met handleidingen, hebt inzicht in je functioneren, je talenten en beperkingen en gaat aan de slag met feedback en eigen reflecties..
  • Reflecties hou je bij in een persoonlijk schriftje.
  • Je hebt zin voor samenwerking en vertaalt lesideeën steeds naar de eigen klas en onderwijsstijl.

Kansen bieden

  • ruimte creëren om in te gaan op vragen van studenten (beginsituatiegegevens, organisatie, pedagogische accenten, materialen,…)
  • de student opnemen in de klaswerking zodat hij/zij deze zo goed mogelijk kan verkennen.
  • ruimte creëren om af te wijken van handleidingen, diverse werkvormen uit te proberen of om eigen leervragen in te vullen.
  • Co-teachen ervaren we als een rijke kans om samen met een professional voor de klas te staan. Deze vormen kunnen zowel tijdens de observatiedagen als tijdens de actieve stage gebruikt worden. Een overzicht vind je in de bijlage ‘co-teachingmodellen’.

Feedback geven

  • op regelmatige basis (bij voorkeur dagelijks) gesprekken plannen
  • bedenkingen, tips en suggesties opnemen in het mentorschriftje en deze samen bespreken
  • het feedbackformulier aan het einde van de stage invullen.

  • De stagebegeleiders zijn de aanspreekpersoon voor de mentoren. Met vragen en/of problemen kan je steeds bij de stagebegeleiders terecht.
  • De stagebegeleiders onderhouden contact met de stagescholen en de mentoren van de studenten uit de leergroep.
  • De leergroepen en gesprekken tijdens stages staan in het teken van reflectie.
  • Gedurende elke actieve stage krijgt de student een bezoek van minstens één stagebegeleider. Er volgt een mondeling gesprek en de feedback wordt opgenomen in een lesverslag.