Co-teaching

Doorheen de drie opleidingsfasen willen we studenten en mentoren aanmoedigen om de klas samen te leiden, elkaar in te schakelen in de klaswerking, leerkansen te grijpen door deel te nemen aan het klasgebeuren. 

Co-teaching biedt kansen om brede basiszorg te bieden aan de leerlingen, maar ook voor studenten is het bijzonder leerrijk om samen activiteiten voor te bereiden en/of de klasgroep te begeleiden.

  •  Kenmerken
    • De mentor geeft les, de student observeert
    • Na de les bespreken mentor en student de les
  • Te gebruiken als
    • Professionalisering nieuwe/ervaren leraren
    • Inwerken in co – teaching
    • Problemen in de klasgroep
    • Monitoring van leervooruitgang leerlingen

 

Vb. de student observeert de groepsdynamiek of betrokkenheid in de klas en bespreekt nadien zijn observaties met de mentor; de student observeert de manier waarop de mentor met moeilijk gedrag omgaat en bevraagt de mentor hierover. De focus wordt samen vastgelegd en heeft een doel.

  •  Kenmerken
    • De mentor geeft les, de student gaat rond in de ruimte en  assisteert leerlingen bij opdrachten
  • Te gebruiken als
    • toezicht of ondersteuning bij uitvoering van opdrachten
    • inwerking in co – teaching
    • de student kan leren van de (pedagogische/didactische) expertise van de mentor

Vb. de student assisteert wanneer er met (nieuw) materiaal aan de slag wordt gegaan en volgt op of alle leerlingen mee zijn (blokjes, geo-driehoek, letterkaartjes, verf,…); de student observeert en ondersteunt kinderen bij het invullen van werkboeken;…

  •  Kenmerken
    • Mentor en student verzorgen samen het onderwijsproces voor de volledige klasgroep.
  • Te gebruiken als
    • expertise van onderwijsprofessionals vergelijkbaar is
    • leerkracht – leerling interactie belangrijk is
    • Er sprake is van bredere thema’s, vakoverschrijdende onderwerpen

Vb. De student zal mee op boerderijklassen gaan, mentor en student overlopen samen alle afspraken met de leerlingen; student en mentor bereiden samen het oudercontact voor en voeren dit ook samen uit.

  •  Kenmerken
    • Mentor en student geven dezelfde leerstof aan een opgesplitste groep.
  • Te gebruiken als
    • middel om meer tijd per leerling te creëren voor interactie met en tussen leerlingen.
    • manier om te differentiëren naar leervoorkeur en/of leerniveaus van leerlingen.

Vb. de student kan ingeschakeld worden om met een groep proefjes uit te voeren, debatten te houden, vaardigheden te trainen of dezelfde leerstof op een verschillende manier te verwerken.

  •  Kenmerken
    • Kleinere verhouding leerkracht/leerlingen
    • Mentor en student brengen leerstof aan in verschillende stations (= hoeken)
  • Te gebruiken als
    • De onderwijsinhoud gelaagd is
      • Verschillende thematische topics (al dan niet fasen)
    • Grote leerkracht – leerling interactie nuttig is

Vb. de student is (mee) verantwoordelijk voor een muzische activiteit met verschillende topics; de student gaat mee op zeeklassen en verzorgt op voorhand mee een hoekenwerk waar leerlingen kennismaken met de verschillende topics die aan bod zullen komen.

  • Kenmerken
    • Mentor/student geeft les aan een grote groep, de andere aan een kleinere groep met behoefte aan alternatieve methode
  • Te gebruiken als
    • vorm van differentiatie
    • hetzelfde leerniveau voor alle leerlingen bereikt moet worden

Vb. de student of mentor organiseert een moment van pre-teaching voor de anderstalige leerlingen in de klas zodat ze de taal-of wiskundeles kunnen volgen.