Opleidingsprogramma

In het programma zie je de kleuren uit de opleidingsvisie terugkeren, met veel ruimte voor de kern, oftewel (vak)inhoudelijke, (vak)didactische en pedagogische expertise én het opdoen van voldoende praktijkervaring doorheen de opleiding. De leerlijn praktijk zijn de lichtblauwe blokken in het programma.

In de eerste opleidingsfase staat het verkennen van het werkveld (Praktijk 1) en doelgericht werken (Praktijk 2) centraal. Studenten worden ondergedompeld in algemene didactiek, EDI, wijze lessen,…

In de tweede opleidingsfase staat brede basiszorg centraal, Praktijk 3 is een OPO dat een heel academiejaar loopt. Studenten verkennen  binnenklasdifferentiatie en UDL en onderzoeken hoe je vorderingen van kinderen kan bijhouden.

Daarnaast verkennen we ook de wereld van tieners en het tienerbrein, studenten lopen stage in de derde graad (praktijk 4).

In de derde opleidingsfase starten we met aanvankelijk leren (Praktijk 5). Studenten verkennen de wereld van het jonge kind, het kindrijp kader en lopen stage in het eerste leerjaar.

Studenten beëindigen hun opleiding met een persoonlijke leerroute (Praktijk 6). We zetten sterk in op eigenaarschap en willen studenten de kans geven om hun professionele identiteit verder te ontwikkelen. Zij ontwerpen een persoonlijk stagetraject vanuit eigen sterke en minder sterke (deel)competenties en vanuit talenten en/of interesses. Daarbij kunnen ze zeker voor praktijkcontexten buiten de reguliere lagere school kiezen (buitenschoolse contexten, kleuters, tieners, BuO,…).