Stageafspraken

Algemene voorwaarden voor de stage Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs via hogerafstandsonderwijs bij spreiding over 8 semesters (= 4 jaar): 

  • 1ste jaar: HAO didactische oefeningen 1
  • 2de jaar: HAO actieve stage 1 + HAO didactische oefeningen 2
  • 3de jaar: HAO actieve stage 2
  • 4de jaar: HAO actieve stage 3 + HAO ingroeistage 3

Klik hier voor de algemene stagevoorwaarden. Je vindt er per stage-OPO het stagevolume, net als de voorwaarden waaraan de stageschool moet voldoen. Richtlijnen voor wie tewerkgesteld is in een onderwijsfunctie in het kleuteronderwijs, vind je eveneens in dit overzicht terug.

Voorwaarden i.v.m. volgtijdelijkheid e.d. vind je terug in de ECTS-fiches

De student moet een stageovereenkomst sluiten met de school waar stage wordt gelopen. Dit is het geval voor didactische oefeningen 1 en 2, maar ook voor actieve stage 1, 2 en 3 én voor ingroeistage 3. Een stageovereenkomst bestaat uit een stagecontract én een risicoanalyse

Vóór aanvang van de stage zorgt de student dat de stageovereenkomst tussen de student, de hogeschool en de stageschool in orde is. Verzekeringsgewijs is dit een cruciale stap alvorens een student kan starten met de stage. De student is verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de gegevens voor deze overeenkomst en moet alle onderstaande stappen tijdig en nauwkeurig uitvoeren. 

STAP 1 – Verzamel alle stagegegevens die je nodig hebt.  

STAP 2 – Vul het juiste stagecontract digitaal in (dus niet printen en scannen; dit heeft een negatief effect op de leesbaarheid). 

STAP 3 – Voorzie een ingevulde risicoanalyse. 

  • Je kan de risicoanalyse van de hogeschool OF van de stageschool gebruiken (als de stageschool over een eigen risicoanalyse beschikt). Gebruik je de risicoanalyse van de hogeschool, vul dan dit document in.

STAP 4 – Voeg de stageovereenkomst en de risicoanalyse samen tot 1 document.

  • De stageovereenkomst bestaat hoe dan ook uit twee luiken (stagecontract én risicoanalyse), maar moet sowieso als één bestand worden opgeladen. Maak van het stagecontract en de risicoanalyse dus één PDF-document dat duidelijk leesbaar is. Hoe je dat doet, vind je terug in deze handleiding
  • Zorg voor een correcte volgorde, nl. eerst het stagecontract en dan de risicoanalyse (=bijlage). 
  • Geef het ingevulde stagecontract met de risicoanalyse de juiste naam, nl. 2122_stageovereenkomst_HAO_AS1_Naam_Voornaam.pdf
    • AS1 (actieve stage 1) vervang je eventueel door AS2 (voor actieve stage 2), AS3 (voor actieve stage 3), IS3 (voor ingroeistage 3), DO1 (voor didactische oefeningen 1) of DO2 (voor didactische oefeningen 2).
    • Naam en voornaam vervang je door jouw eigen naam en voornaam. 
    • Heb je binnen één stage-OPO meerdere stagescholen (en dus meerdere stagecontracten), dan geef je dit aan in de benaming door _1, _2, of _3 toe te voegen na jouw voornaam. 

STAP 5 – Bezorg alle stagegegevens en de stageovereenkomst aan de hogeschool. Doe dit voor 31 oktober (voor stages in het 1ste semester) en voor 15 februari (voor stages in het 2de semester). 

STAP 6 – ondertekenen stageovereenkomst 

  • De stagecoördinator bezorgt de stageovereenkomst aan de betrokken partijen ter ondertekening. Dit laatste gebeurt volledig digitaal via het programma ‘Connective’ (dat de mail ook verstuurt). Wanneer alle partijen de stageovereenkomst hebben ondertekend, ontvangt iedereen een exemplaar in de mailbox. Zo kan elke partij opvolgen of de stageovereenkomst in orde is en de student kan starten met de stage.
  • Belangrijk! Deel 1 van de stageovereenkomst, het stagecontract, mag nog niet manueel worden ondertekend, anders is de stageovereenkomst niet rechtsgeldig. Alle partijen moeten digitaal ondertekenen via Connective. 

Opgelet! Voor korte observaties of kleine opdrachten die niet in de stageschool gebeuren (bijv. in een methodeschool of een educatief centrum), is het niet nodig om een aparte stageovereenkomst te hebben. Inzake verzekering is het wél noodzakelijk dat de student aan de betrokken docent laat weten waar en wanneer hij aan de slag is. Dit kan via e-mail en/of via het kanaal dat de betrokken docent daarvoor eventueel ter beschikking stelt. De student is hier hoe dan ook verantwoordelijk voor. 

Om een vlot verloop van jouw stages te garanderen, zetten wij hier een aantal richtlijnen op een rijtje. Hou je eraan, ze zijn noodzakelijk voor een vlot verloop van de stage.  

Omgang met de mentor en personeel op school  

  • Stel je bij het eerste contact voor aan je mentor. 
  • Laat vlak voor de stage nog iets van je horen, indien er veel tijd ligt tussen de laatste observatiedag en de eigenlijke stage. Check hoe de mentor liefst communiceert. 
  • Tracht telefonisch contact met je mentor zoveel mogelijk te beperken. 
  • Spreek je mentor en de bezoekende docenten steeds aan met mevrouw of meneer. 
  • Wees steeds tijdig aanwezig (minimum twintig minuten voor de aanvang van de school). In geval je niet (of niet tijdig) aanwezig kan zijn, verwittig dan je mentor (of indien je de mentor niet kan bereiken, de school), het secretariaat van de hogeschool én je praktijkpedagoog. 
  • Ga aan het begin en het einde van de stage steeds bij de directeur langs. Als er nog medestudenten op dezelfde school staan, probeer dan samen te gaan. 
  • Groet ook steeds alle andere personen die je ontmoet op school (toekomstige collega’s, ouders, enz.). 

School- en klasregels  

  • Maak tijdens de observatiedag(en) duidelijke afspraken met je mentor over wat kan en niet kan. 
  • Informeer je over de geldende schoolregels en hou je daaraan. Lees er het schoolreglement van je school op na. We denken hierbij aan regels in verband met kledij, GSM, piercings, snoepen, roken, verzekering, enz. Bedenk dat je een voorbeeldfunctie vervult.  
  • Indien je kopieën mag nemen op school, breng dan tijdig je originelen naar je mentor (niet de dag van de activiteit zelf!). 
  • Ook andere materialen, media of lokalen dien je tijdig aan te vragen (knutselmateriaal, turnzaal, enz.). 
  • Probeer tucht te bewaren in de klas en hou je zoveel mogelijk aan de geldende klasregels.  
  • Draag je verantwoordelijkheid van bij het binnenkomen op school, tot op het moment dat je ze verlaat. 
  • Spreek steeds Standaardnederlands op school, ook tegen je medestudenten. 
  • Draag op stage steeds gemakkelijke en verzorgde kleding. Lange haren worden best niet los gedragen. Zorg er ook voor dat je je blote buik of rug niet toont. 

Orde en netheid  

  • Wanneer je een activiteit beeldopvoeding gegeven hebt, ruim alles dan zorgvuldig op: borstels uitwassen, tafels afwassen, enz. 
  • Plaats het materiaal dat je gebruikte terug of neem het weer mee naar huis. 
  • Wees zuinig met het materiaal dat je van je mentor mag gebruiken. 
  • Werk de werkjes – samen met de kleuters – af (naam niet vergeten) en geef ze mee naar huis (voorzie eventueel zakjes). 
  • Zet aan het einde van de dag alle stoelen en tafels terug op hun plaats en zorg dat ze netjes zijn. 
  • Kijk aan het einde van de dag het materiaal in de speelwerkplekken na. 
  • Veeg op regelmatige tijdstippen de klas. 
  • Tracht af en toe het lokaal eens te verluchten. 
  • Laat alles achter zoals je het gevonden hebt. 

We willen als hogeschool inzetten op een omgeving waar geen ruimte is voor grensoverschrijdend gedrag en waar dit – mocht het zich toch voordoen – ernstig genomen en aangepakt wordt. Aangezien grensoverschrijdend gedrag in elke situatie mogelijk is, is het nooit uitgesloten dat dit zich ook op je stageplaats voordoet. 

Als iemand anders jouw persoonlijke grens overschrijdt, is dit gedrag ongewenst. Het is dan belangrijk dit onmiddellijk en duidelijk in je communicatie aan te geven. Als de ander daar vervolgens geen rekening mee houdt spreken we van grensoverschrijdend gedrag. Dit is eveneens het geval als het gedrag vanuit de specifieke context of vanuit algemeen fatsoen ongepast is (pesten en cyberpesten, geweld, ongepaste aanrakingen, discriminatie…) 

We adviseren je om elke situatie van grensoverschrijdend gedrag zo snel mogelijk te melden aan één van de vertrouwenspersonen van je campus en/of aan je stagebegeleider van de hogeschool. Zij kunnen je informatie en advies geven van hoe je met de situatie kan omgaan en hoe je grenzen kan stellen. Zij kunnen ook maatregelen nemen om te zorgen dat het grensoverschrijdend gedrag stopt. Zij zullen nooit stappen ondernemen zonder overleg met jou en zonder jouw expliciete toestemming.  

Voor meer informatie omtrent mogelijke signalen van grensoverschrijdend gedrag en wat te doen in geval je ermee geconfronteerd wordt, verwijzen we naar http://stuvoplus.be/aalst/grensoverschrijdend-gedrag1.   

Indien je een vrijstelling verworven hebt voor een (deel van een) opleidingsonderdeel dan betekent dit dat wij veronderstellen dat je de betrokken competentie verworven hebt. Indien je voor een bepaald aanbod een manier van voorbereiden hebt aangeleerd in een vorige opleiding dan kan je vragen aan de betrokken vakdocent of je op dezelfde manier mag verder werken.  

Hoe dan ook, een vrijstelling kan nooit aanleiding zijn tot een vraag aan de docent hoe je een voorbereiding moet maken. De enige vraag die je zou kunnen stellen is “Waar vind ik de informatie over hoe ik de voorbereiding moet maken terug?”. Indien dat in een cursus is die in een vorig semester gedoceerd werd, zal dat deel van de cursus ter beschikking gesteld worden op Toledo. 

Stage lopen in een kleuterschool vraagt heel wat voorbereidingswerk. Om de kosten voor onze planeet én voor jezelf zo laag mogelijk te houden moet je onderstaande aandachtspunten in acht nemen.  

  • Print indien mogelijk recto verso af of zorg voor een verkleinde weergave.  
  • Print indien mogelijk op gerecycleerd papier. 
  • Gebruik geen plastic mapjes om de verschillende documenten op te bergen. Gebruik ze hooguit als ‘tussenbladen’ om de overzichtelijkheid van de map te verhogen.  
  • Print een bladzijde niet opnieuw af voor kleine wijzigingen. Deze mogen op papier aangevuld of verbeterd worden.   
  • Beperk de witruimtes. Voorzie geen voorblad waar alleen een tekening op staat.   
  • Print zelfgemaakte werkbundels niet af in kleur.  
  • Wanneer je een beamer of een digitaal bord ter beschikking hebt: gebruik dit zeker om tekeningen, foto’s… te tonen. Print niet nodeloos tientallen tekeningen af. 
  • Lamineer enkel die materialen die je regelmatig opnieuw gebruikt. Prenten die je één keer gebruikt, hoef je dus niet te lamineren.  
  • Ontwikkel materialen die multi-inzetbaar zijn. Maak bijvoorbeeld één groot spelbord of quizbord dat je voor verschillende activiteiten kan gebruiken.  
  • Gebruik duurzame ingrediënten en materialen als je een kookactiviteit plant. Kies voor gezonde, seizoensgebonden producten en gebruik echte borden en bestek in plaats van wegwerpmaterialen. Vraag na welke materialen op school voorhanden zijn. 
  • Gebruik waar mogelijk gerecycleerde materialen.
  • …