Stageafspraken

Klik hier voor de algemene stagevoorwaarden. Je vindt er per stage-OPO het stagevolume, net als de voorwaarden waaraan de stageschool moet voldoen. Richtlijnen voor wie tewerkgesteld is in een onderwijsfunctie in het kleuteronderwijs, vind je eveneens in dit overzicht terug.

Voorwaarden i.v.m. volgtijdelijkheid e.d. vind je terug in de ECTS-fiches. 

Het Vlaams Parlement keurde op 16 juli 2025 de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs definitief goed. De Vlaamse regering trekt hiermee de kaart van een kennisrijk curriculum met focus op wiskunde en Nederlands en aandacht voor STEM. In navolging van de nieuwe minimumdoelen zijn de koepels druk in de weer om ook de leerplannen aan te passen.   

Als lerarenopleiding houden we de vinger aan de pols zodat we onze studenten zo snel mogelijk kunnen inwerken in deze nieuwe doelensets. Maar net zoals de basisscholen moeten ook wij in deze overgangsperiode keuzes maken: werken we nog met de oude ontwikkelingsdoelen en leerplannen, springen we meteen in het nieuwe doelenbad, of gaan we voor een tussenoplossing?  

Academiejaar 2025-2026 

Onze studenten uit de eerste opleidingsfase leren werken met de nieuwe minimumdoelen. De oude ontwikkelingsdoelen gebruiken we niet meer. In de stagevoorbereidingen moeten de studenten de nieuwe minimumdoelen gebruiken en zullen ze hierop ook feedback krijgen.  

Studenten uit de tweede en derde opleidingsfase leerden tot vorig jaar werken met de oude ontwikkelingsdoelen. Zij zullen door ons een snelcursus krijgen in de nieuwe minimumdoelen. Op die manier zullen zij afstuderen met kennis die up-to-date is. Tijdens de stages werken studenten uit de tweede en derde opleidingsfase echter voornamelijk met leerplannen.  

Omdat er bij de start van het academiejaar nog geen nieuw leerplan is, zullen studenten uit de tweede opleidingsfase (stage in Katholieke scholen) nog leren werken met het oude leerplan ZILL. Uitsluitend met minimumdoelen aan de slag gaan, biedt de studenten te weinig houvast bij het leren uitdenken en vormgeven van een doelgericht en kennisrijk aanbod voor een volledige stageweek. Een leerplan met duidelijke leerlijnen geeft hen wél die houvast, vandaar onze keuze om toch nog het (oude) ZILL aan te brengen. In de lesvoorbereidingen zullen studenten dus nog oude leerplandoelen gebruiken.  

Studenten uit de derde opleidingsfase lopen voor een langere tijd stage en moeten ‘ingroeien’ in hun stageschool. Zij zullen het tempo van hun stageschool volgen. Als de stageschool ervoor kiest om dit schooljaar al (deels) de overstap naar de nieuwe minimumdoelen/leerplannen te maken, dan zal ook de student mee die overstap maken. De student maakt dan deel uit van het schoolteam dat samen zijn weg zoekt in de integratie van de nieuwe minimumdoelen/leerplandoelen. Kiest de stageschool ervoor om nog een jaar te werken met de oude minimumdoelen/leerplannen, dan volgt de student ook deze richtlijn.  

Van zodra er zicht komt op de nieuwe leerplannen, zullen we vanuit de lerarenopleiding de studenten van de tweede en derde opleidingsfase hierin inwerken. Op die manier zullen al onze studenten beschikken over kennis die up-to-date is en in academiejaar 2026-2027 de volledige overstap naar de nieuwe minimumdoelen/leerplannen maken.  

Academiejaar 2026-2027 

We maken als lerarenopleiding in alle opleidingsfasen de volledige overstap naar de nieuwe minimumdoelen en leerplannen. Onze studenten zullen niet langer de oude doelen gebruiken, ook niet als de stagescholen aan een ander tempo de overgang maken. 

Om een vlot verloop van jouw stages te garanderen, zetten wij hier een aantal richtlijnen op een rijtje. Hou je eraan, ze zijn noodzakelijk voor een vlot verloop van de stage.  

Omgang met de mentor en personeel op school  

  • Stel je bij het eerste contact voor aan je mentor. 
  • Laat vlak voor de stage nog iets van je horen, indien er veel tijd ligt tussen de laatste observatiedag en de eigenlijke stage. Check hoe de mentor liefst communiceert. 
  • Tracht telefonisch contact met je mentor zoveel mogelijk te beperken. 
  • Spreek je mentor en de bezoekende docenten steeds aan met mevrouw of meneer. 
  • Wees steeds tijdig aanwezig (minimum twintig minuten voor de aanvang van de school). In geval je niet (of niet tijdig) aanwezig kan zijn, verwittig dan je mentor (of indien je de mentor niet kan bereiken, de school), het secretariaat van de hogeschool én je praktijkpedagoog. 
  • Ga aan het begin en het einde van de stage steeds bij de directeur langs. Als er nog medestudenten op dezelfde school staan, probeer dan samen te gaan. 
  • Groet ook steeds alle andere personen die je ontmoet op school (toekomstige collega’s, ouders, enz.). 

School- en klasregels  

  • Maak tijdens de observatiedag(en) duidelijke afspraken met je mentor over wat kan en niet kan. 
  • Informeer je over de geldende schoolregels en hou je daaraan. Lees er het schoolreglement van je school op na. We denken hierbij aan regels in verband met kledij, GSM, piercings, snoepen, roken, verzekering, enz. Bedenk dat je een voorbeeldfunctie vervult.  
  • Indien je kopieën mag nemen op school, breng dan tijdig je originelen naar je mentor (niet de dag van de activiteit zelf!). 
  • Ook andere materialen, media of lokalen dien je tijdig aan te vragen (knutselmateriaal, turnzaal, enz.). 
  • Probeer tucht te bewaren in de klas en hou je zoveel mogelijk aan de geldende klasregels.  
  • Draag je verantwoordelijkheid van bij het binnenkomen op school, tot op het moment dat je ze verlaat. 
  • Spreek steeds Standaardnederlands op school, ook tegen je medestudenten. 
  • Draag op stage steeds gemakkelijke en verzorgde kleding. Lange haren worden best niet los gedragen. Zorg er ook voor dat je je blote buik of rug niet toont. 

Orde en netheid  

  • Wanneer je een activiteit beeldopvoeding gegeven hebt, ruim alles dan zorgvuldig op: borstels uitwassen, tafels afwassen, enz. 
  • Plaats het materiaal dat je gebruikte terug of neem het weer mee naar huis. 
  • Wees zuinig met het materiaal dat je van je mentor mag gebruiken. 
  • Werk de werkjes – samen met de kleuters – af (naam niet vergeten) en geef ze mee naar huis (voorzie eventueel zakjes). 
  • Zet aan het einde van de dag alle stoelen en tafels terug op hun plaats en zorg dat ze netjes zijn. 
  • Kijk aan het einde van de dag het materiaal in de speelwerkplekken na. 
  • Veeg op regelmatige tijdstippen de klas. 
  • Tracht af en toe het lokaal eens te verluchten. 
  • Laat alles achter zoals je het gevonden hebt. 

We willen als hogeschool inzetten op een omgeving waar geen ruimte is voor grensoverschrijdend gedrag en waar dit – mocht het zich toch voordoen – ernstig genomen en aangepakt wordt. Aangezien grensoverschrijdend gedrag in elke situatie mogelijk is, is het nooit uitgesloten dat dit zich ook op je stageplaats voordoet. 

Als iemand anders jouw persoonlijke grens overschrijdt, is dit gedrag ongewenst. Het is dan belangrijk dit onmiddellijk en duidelijk in je communicatie aan te geven. Als de ander daar vervolgens geen rekening mee houdt spreken we van grensoverschrijdend gedrag. Dit is eveneens het geval als het gedrag vanuit de specifieke context of vanuit algemeen fatsoen ongepast is (pesten en cyberpesten, geweld, ongepaste aanrakingen, discriminatie…) 

We adviseren je om elke situatie van grensoverschrijdend gedrag zo snel mogelijk te melden aan één van de vertrouwenspersonen van je campus en/of aan je stagebegeleider van de hogeschool. Zij kunnen je informatie en advies geven van hoe je met de situatie kan omgaan en hoe je grenzen kan stellen. Zij kunnen ook maatregelen nemen om te zorgen dat het grensoverschrijdend gedrag stopt. Zij zullen nooit stappen ondernemen zonder overleg met jou en zonder jouw expliciete toestemming.  

Voor meer informatie omtrent mogelijke signalen van grensoverschrijdend gedrag en wat te doen in geval je ermee geconfronteerd wordt, verwijzen we naar de onderwijsombuds.   

Indien je een vrijstelling verworven hebt voor een (deel van een) opleidingsonderdeel dan betekent dit dat wij veronderstellen dat je de betrokken competentie verworven hebt. Indien je voor een bepaald aanbod een manier van voorbereiden hebt aangeleerd in een vorige opleiding dan kan je vragen aan de betrokken vakdocent of je op dezelfde manier mag verder werken.  

Hoe dan ook, een vrijstelling kan nooit aanleiding zijn tot een vraag aan de docent hoe je een voorbereiding moet maken. De enige vraag die je zou kunnen stellen is “Waar vind ik de informatie over hoe ik de voorbereiding moet maken terug?”. Indien dat in een cursus is die in een vorig semester gedoceerd werd, zal dat deel van de cursus ter beschikking gesteld worden op Toledo. 

Stage lopen in een kleuterschool vraagt heel wat voorbereidingswerk. Om de kosten voor onze planeet én voor jezelf zo laag mogelijk te houden moet je onderstaande aandachtspunten in acht nemen.  

  • Print indien mogelijk recto verso af of zorg voor een verkleinde weergave.  
  • Print indien mogelijk op gerecycleerd papier. 
  • Gebruik geen plastic mapjes om de verschillende documenten op te bergen. Gebruik ze hooguit als ‘tussenbladen’ om de overzichtelijkheid van de map te verhogen.  
  • Print een bladzijde niet opnieuw af voor kleine wijzigingen. Deze mogen op papier aangevuld of verbeterd worden.   
  • Beperk de witruimtes. Voorzie geen voorblad waar alleen een tekening op staat.   
  • Print zelfgemaakte werkbundels niet af in kleur.  
  • Wanneer je een beamer of een digitaal bord ter beschikking hebt: gebruik dit zeker om tekeningen, foto’s… te tonen. Print niet nodeloos tientallen tekeningen af. 
  • Lamineer enkel die materialen die je regelmatig opnieuw gebruikt. Prenten die je één keer gebruikt, hoef je dus niet te lamineren.  
  • Ontwikkel materialen die multi-inzetbaar zijn. Maak bijvoorbeeld één groot spelbord of quizbord dat je voor verschillende activiteiten kan gebruiken.  
  • Gebruik duurzame ingrediënten en materialen als je een kookactiviteit plant. Kies voor gezonde, seizoensgebonden producten en gebruik echte borden en bestek in plaats van wegwerpmaterialen. Vraag na welke materialen op school voorhanden zijn. 
  • Gebruik waar mogelijk gerecycleerde materialen.
  • … 

In de lerarenopleiding kleuter- en lager onderwijs van Odisee Aalst ontwikkelden we een nieuw leertraject voor het geven van godsdienst in de basisschool,  het geïntegreerd meersporencurriculum (kortweg GMC). Aanleiding voor dit nieuwe opleidingstraject is de evolutie in de persoonlijke levensbeschouwing van onze studenten. Op een authentieke manier godsdienst geven veronderstelt immers een gelovige basishouding. De laatste jaren zien we een toenemende groep van studenten die zegt anders- of niet gelovig te zijn. Het zou voor hen dan ook niet echt consequent zijn om toch godsdienst te geven.  Om hieraan tegemoet te komen maken studenten in dit nieuwe leertraject in de loop van hun opleiding een keuze tussen 2 opties.

Meer info vind je in dit document.