Traject internationalisering

1. INTERNATIONALE ERVARING

We willen onze studenten laten afstuderen met kleur! Sommige studenten kiezen bewust voor een internationale ervaring. We zoeken hierbij win-win tussen de Vlaamse stagecontext en de internationale onderwijscontext.

De studenten internationalisering volgen geen keuzetraject, maar kiezen wel om verdiepend te werken rond een bepaald speerpunt (e-learning, inclusie of ervaringsgericht leren).

 

2. SPECIFICITEIT EN KLEUR

Visie

Als lerarenopleiding stimuleren we dat studenten en collega’s met een open blik naar de wereld kijken, hun individuele leef- en denkwereld verruimen en hun verantwoordelijkheid opnemen in de uitdagingen waar de - steeds meer internationaal gerichte - wereld voor staat. Daarom werken we aan internationale curricula, een internationale leer- en leefomgeving met internationale kansen om kennis van de wereld uit de eerste hand op te doen.

Een student kan een internationaliseringstraject aangaan en heeft hierbij de keuze tussen: (1) een studiemobiliteit (Erasmus+) waarbij hij/zij tijdens het 2de semester opleidingsonderdelen opneemt bij een hogeronderwijsinstelling buiten Vlaanderen. (4-5 maanden)

(2) een stagemobiliteit buiten Europa, waarbij de studenten gedurende 3 maanden stage zal lopen in “een ontwikkelingscontext”.

Keuze

Studenten nemen dit opleidingsonderdeel op, zoals de studenten van het keuzetraject (zie ...)

Bachelorproef

Binnen het traject internationalisering streven we naar een win-win vanuit een uitwisseling met het land waar de student op internationalisering gaat:

In het eerste semester: De student brengt als verkenning van de bachelorproef een praktijkprobleem van de eigen school ifv het keuzetraject in kaart.

In het tweede semester: De student werkt een bachelorproef uit die hij zowel uittest in het buitenland als in Vlaanderen.

Correspondentie met het Zuiden

Er is de mogelijkheid om tijdens de internationale ervaring correspondentie te doen tussen een klas hier en een klas in het buitenland. De initiatie kan opgestart worden tijdens de stage in het eerste semester in de stageschool om dan verder te concretiseren in het buitenland. Het project zet een systematische correspondentie op tussen de student en de klas. Die geeft de leraar concrete input en aanknopingspunten om complexe problemen in ontwikkelingslanden inhoudelijk te initiëren, te duiden en bespreekbaar te maken in de klas. Via correspondentie sensibiliseert het project rond een aantal thema’s en via inhoudelijke kadering door de leraar werkt het aan bewustmaking in breder perspectief. De link met de concrete stageopdracht van de student werkt activering in de hand: de leerlingen ondernemen actie voor de stageplaats (bijvoorbeeld een inzameling van middelen). Op deze manier trachten wij een extra dimensie toe te voegen aan een buitenlandse stage, maar wensen wij ook de ankerschool te betrekken in het internationaliseringstraject van de schoolassistent(e). De studenten onderhouden tijdens hun stage in het noorden/zuiden contact met een klas Vlaamse kinderen.

 

3. INVULLING STAGE 3-2

In het tweede semester bestaat stage uit een periode van ingroeistage . De schoolassistent komt in contact met het brede schoolgebeuren. We beschouwen de student als een actief lerend teamlid. Hij is op alle geplande stagemomenten in de ankerschool aanwezig. De student neemt ook een actieve rol op als onderzoeker/innovator.

We hebben twee vormen van internationalisering:

  • Studenten stagemobiliteit buiten Europa doen 2 weken ingroeistage, eventueel aangevuld met stage op vrijwillige basis, voor of na de internationalisering.
  • Studenten studiemobiliteit binnen Europa doen op vrijwillige basis stage, voor of na de internationalisering.

De duur van de ingroeistage varieert – zoals hierboven beschreven – volgens het internationale traject. Een student bespreekt samen met de directeur en/of stageschoolcoördinator de specifieke planningskalender van het internationale traject om tot een zinvolle concretisering van de ingroeistage te komen. Hij brengt dit planningsdocument tijdens het kennismakingsmoment mee en het is bedoeld als groeidocument. De student internationalisering kent op dat moment nog niet de exacte periode waarin hij/zij op internationalisering zal gaan.

De invulling van de ingroeistage vindt u hier. Let op, er wordt van een student internationalisering niet verwacht dat hij/zij zelfstandig stage (**) loopt of meedraait als EHBO-verantwoordelijke (***).

 

4. PLANNINGSKALENDER
Richtlijnen Stage 3-1
  • Didactische stage eerste leerjaar en leerjaar naar keuze (5L/6L)
    • 2 halve dagen voorbereiding per stageperiode
    • 1 halve dag vervanging mentor voor nazicht lesvoorbereidingen per stageperiode
    • 15-18 halve dagen didactische stage per stageperiode
Richtlijnen Stage 3-2
  • 2 weken ingroeistage voor studenten stagemobiliteit buiten Europa , eventueel aangevuld met stage op vrijwillige basis, voor of na de internationalisering.
  • Studenten studiemobiliteit binnen Europa doen op vrijwillige basis stage, voor of na de internationalisering.

Planningskalender traject stagemobiliteit buiten Europa

Planningskalender traject studiemobiliteit binnen/buiten Europa

5.EVALUATIE STAGE 3-2

Stage 3-2 sluiten we af met een triadisch gesprek met de directie (en eventueel andere vertegenwoordigers van de stageschool), de student en de coördinator internationalisering voor het traject stagemobiliteit buiten Europa.

Evaluatie-instrument Stage 3-2

Triadisch gesprek