Doel

  • De stage als leerproces in eigen handen nemen.
  • Initiatief en verantwoordelijkheid nemen.
  • Eigen mogelijkheden en sterktes leren kennen m.b.t. de specifieke stagesituatie.
  • Zich proberen in te leven in de belevingswereld van kinderen of adolescenten met een beperking.
  • Waardering tonen voor de inzet van alle betrokkenen bij het begeleiden van kinderen in de school.
  • Kunnen samenwerken met alle betrokkenen.
  • Inzicht verwerven in de specifiek pedagogisch-didactische begeleiding van deze kinderen (en hierdoor de verschillen met het gewoon (basis)onderwijs ontdekken).
  • Kennismaken met de verschillende therapieën die in de school aan bod komen.
  • Inzicht verwerven in de manier waarop deze verschillende therapieën aansluiten bij het klasgebeuren.
  • Via een actieve manier van participeren aan het pedagogisch en didactisch gebeuren in de klas, de school (en eventueel de leefgroep) inzicht krijgen in de werking van een Bu.O.-school.
  • Inzicht proberen te verwerven in de specifieke problematiek en begeleiding van een bepaald kind.
  • Inzicht verwerven in de specifieke onderwijsvisie en de pedagogische en didactische methodes van de stageplaats.
  • Via participerende observatie relevante informatie verzamelen in verband met de eigenheid van het functioneren in de methodeschool.
  • Lesdoelen kiezen in functie van de beginsituatie, met specifieke aandacht voor de werking van de methodeschool.
  • Leerinhouden en leerervaringen selecteren, aangepast volgens de methodieken van de methodeschool.
  • Een gestructureerde en doordacht samenhangende voorbereiding opmaken, aangepast volgens de methodiek van de methodeschool.
  • Aangepaste werkvormen en groeperingsvormen hanteren volgens de principes van de methodeschool.
  • Inzicht verwerven in de werkwijze van de graadsklas.
  • Gepaste methodes en groeperingsvormen hanteren.
  • Gepaste differentiatiemethodieken toepassen.
  • Via een actieve manier van participeren aan het pedagogisch en didactisch gebeuren in de klas en de school inzicht verwerven in de specifieke werking van een graadsklas.
  • Inzicht verwerven in de taak van de zorgcoördinator.
  • Zich proberen in te leven in de belevingswereld van kinderen met een specifieke zorgvraag.
  • Inzicht proberen te verwerven in de specifieke problematiek en begeleiding van een bepaald kind.
  • Inzicht verwerven in de specifiek pedagogisch-didactische begeleiding van kinderen met een zorgvraag.
  • Inzicht verwerven in het zorgbeleid van de school en de daarbij horende organisatie.
  • Waardering tonen voor de inzet van alle betrokkenen bij het begeleiden van kinderen in de school.
  • Kunnen samenwerken met alle betrokkenen (kinderen, collega’s, directie, ouders, therapeuten, GON-begeleiders, CLB-medewerkers,…).
  • De taak van de zorgcoördinator zo goed als mogelijk overnemen.
  • Inzicht verwerven in de taak van de ondersteuningsnetwerker.
  • Zich proberen in te leven in de belevingswereld van kinderen met een specifieke zorgvraag.
  • Inzicht proberen te verwerven in de specifieke problematiek en begeleiding van een bepaald kind.
  • Inzicht verwerven in de specifiek pedagogisch-didactische begeleiding van kinderen met een zorgvraag.
  • Inzicht verwerven in het zorgbeleid van de scholen en de daarbij horende organisaties.
  • Waardering tonen voor de inzet van alle betrokkenen bij het begeleiden van kinderen in de school.
  • Kunnen samenwerken met alle betrokkenen (kinderen, collega’s, directie, ouders, therapeuten, GON-begeleiders, CLB-medewerkers,…).
  • De taken van de ondersteuningsnetwerker zo goed als mogelijk overnemen.
  • Inzicht verwerven in de taak van de OKAN-leerkracht.
  • Zich proberen in te leven in de belevingswereld van OKAN-leerlingen.
  • Inzicht proberen te verwerven in de specifieke problematiek en begeleiding van OKAN-leerlingen.
  • Inzicht verwerven in de specifiek pedagogisch-didactische begeleiding van OKAN-leerlingen.
  • Inzicht verwerven in het beleid van de OKAN-school.
  • Waardering tonen voor de inzet van alle betrokkenen bij het begeleiden van OKAN-leerlingen.
  • Kunnen samenwerken met alle betrokkenen (kinderen, collega’s, directie, ouders, zorgleerkrachten, CLB-medewerkers,…).
  • De taken van de OKAN-leerkracht zo goed als mogelijk overnemen.