Voorbereiding

In elk semester zijn er verschillende observatiemomenten ingepland, waarin de student de stageklas kan observeren.

In principe contacteren de studenten voor elke stage de mentoren van de stageschool. Er kunnen verschillende mentoren zijn: de klastitularis, de zorgleerkracht en de bijzondere leermeesters. Op deze observatiedagen meldt de student zich eerst aan bij de directie. Bij een eerste contact stelt hij zich kort voor. Eens in de klas kan de student de observatieopdracht uitwerken en een gesprek met de mentor voeren.

De observatieopdracht wordt in de stagemap gestoken. Deze wordt ook gepost in LINK. Dit gebeurt ten laatste een week na het observatiemoment. Een overzicht van de observatiemoment is te vinden in de planning Stage 1.

Elke stagiair(e) observeert de beginsituatie van de leerlingen en maakt de nodige afspraken met de mentoren inzake lessenrooster, lesonderwerpen en lesvoorbereidingen. Waar de student participerend kan observeren, doet hij dit. Het geeft vaak een beter beeld van de beginsituatie van de kinderen. Tijdens de participerende observatiemomenten nemen de studenten minimaal twee organisatorische en twee didactisch/pedagogische activiteiten voor hun rekening. De studenten maken hieromtrent praktische afspraken. Studenten hebben daarvoor een document ‘Participerend observeren’ (in het stageschrift), waar de mentor kort feedback kan geven op deze activiteiten.  

Voor de stagelessen van maart, april en  mei is de mentor verantwoordelijk voor het opgeven van de lesonderwerpen. Op de vooraf vastgelegde dagen verkrijgen de studenten de lesonderwerpen. Zo krijgt de student voldoende tijd om zich voor te bereiden, om op te zoeken, om vragen te stellen aan docenten en de mentor(en). Het is niet toegestaan dat de stagiair gastsprekers uitnodigt tijdens de stage.

In de planning Stage 1  staat vermeld op welke dagen de studenten de lesonderwerpen bij voorkeur ontvangen.

Bij het lesonderwerp vragen we om: het leergebied, de lesduur, het lesonderwerp (nieuwe leerstof of herhaling?), eventueel toelichtingen en suggesties, te gebruiken media e.d. te vermelden voor de student. Geef bij de opgave van een handboek ook de druk en het jaartal op, want enkel de titel kan misleidend zijn.

De meeste handleidingen kan de student raadplegen in de mediatheek van de campus. Sommige worden echter frequent gevraagd, zodat men wel goed kan helpen door een handboek uit de klas te laten gebruiken, eventueel een  kopie van de nodige bladzijden.

Meld a.u.b. aan de studenten welke materialen op de school/in de klas aanwezig zijn, wat de lln. kunnen meebrengen, zodat de kosten voor de studenten tot een minimum kunnen beperkt blijven.

Tips bij het geven van de lesonderwerpen

  • Bij  ‘te verwerven didactische vaardigheden  kan je lezen wat wij in Stage 1 (semester 1 en 2) verwachten dat studenten kunnen in de praktijk. Alvast bedankt om hiermee rekening te houden bij het geven van de lesonderwerpen. Aan bijzondere leermeesters wordt gevraagd om lesonderwerpen samen met deze van de mentor op te geven.

  • Geef a.u.b. geen te ruime of te vage onderwerpen op. Moeilijke opgaven als ‘werk een project uit over… ’ worden best niet aan eerstejaars gegeven.

  • We vragen om geen hoeken- of contractwerk te laten uitwerken. Dit komt in het 2de opleidingsfase  aan bod. Een eerstejaarsstudent bezit hierover nog geen theoretische noch praktische bagage.

De mentor is verantwoordelijk voor het opgeven het stagerooster (eventueel in samenspraak met de student).

De student vult zijn/haar stageplanning in het daartoe voorziene sjabloon in. De student zorgt daarbij dat alles op één pagina past en concretiseert ook de lesonderwerpen. Hij/zij start met de eerste lesdag (ook al is dit donderdag) om het stagerooster in te vullen. Afwijkende data moeten duidelijk aangegeven worden.

De student bezorgt het stagerooster tijdig aan de praktijkbegeleider en bezoekende vakdocenten. 

Schriftelijk voorbereiden is voor een beginnende student geen eenvoudige opdracht. Er moet met veel aspecten rekening gehouden worden: de leerlingen die allemaal verschillen, de leergebieden, de handboeken, de leerplannen, de eisen van de mentoren, de materiële omstandigheden…

De studenten staan er niet alleen voor. Aan elke actieve stage gaan verschillende dagen stagevoorbereiding vooraf. De stagevoorbereiding begint in de hogeschool zelf (mediatheek, klaslokalen) en gaat thuis verder.

Indien nodig kunnen de studenten de stageschool contacteren om verdere uitleg bij hun stageopdrachten te vragen of om nog enkele lesmomenten bij te wonen.

De stagevoorbereiding gebeurt op afspraak of via begeleide werktijd. Studenten moeten via Toledo vooraf intekenen bij de vakdocenten/pedagoog. Meer informatie hierover vinden studenten ten gepaste tijden op Toledo.

 

Het welslagen van een stage hangt grotendeels af van een goede voorbereiding: duidelijke en overzichtelijke lesschema’s, goede observatie tijdens de contacten met school en stageklas,… Met een ‘kladje’ als voorbereiding lukt een stage echt niet!

De lesvoorbereidingen worden gemaakt op daartoe bestemde formulieren op een wijze die in de lerarenopleiding wordt aangeleerd (zie kijkwijzer lesvoorbereidingen). Een overzicht van deze werkwijze krijgen de studenten om bij te houden in hun stagemap en kan daar door de mentor worden nagezien.

De lesvoorbereidingen worden in de mate van het mogelijke door vakdocenten nagekeken. In principe is het niet nodig de mentoren buiten de voorziene regeling te contacteren. De student spreekt dit af met de mentor.Het is voor de pedagogen en docenten echter onmogelijk àl het voorbereidend werk na te zien.

De lesvoorbereidingen worden voorafgaand aan de stage aan de mentor bezorgd, op een afgesproken moment (overzicht stageplanning semester 2). Aan de mentor wordt gevraagd deze na te kijken, goed te keuren en/of te laten herwerken. Voorbereidingen kunnen volgens afspraak tussen mentor en student gemaild worden en/of op papier in een stagemap bezorgd worden. De student mag er niet van uitgaan dat mailen volstaat.

Bemerkingen worden op de voorbereiding zelf genoteerd of gemaild naar de student. De student maakt deze voorbereiding opnieuw of vult ze aan. De oorspronkelijke voorbereiding met de bemerkingen of de gemailde feedback wordt achteraan in de stagemap Zo kan men zien in welke mate de student hiermee rekening hield.
Studenten posten hun lesvoorbereiding tijdig (data: zie stageplanning semester 2) in LINK.

LET OP: Wie geen volledige lesvoorbereidingen kan voorleggen op de laatste contactdag voorafgaand aan de didactische stage, kan geweigerd worden te beginnen aan de stage.

Het welslagen van een stage hangt grotendeels af van een goede voorbereiding. 

De lesvoorbereidingen worden gemaakt op daartoe bestemde formulieren op een wijze die in de lerarenopleiding wordt aangeleerd (zie kijkwijzer lesvoorbereidingen). Een overzicht van deze werkwijze krijgen de studenten om bij te houden in hun stagemap en kan daar door de mentor worden nagezien.

De student bundelt alles op een overzichtelijke en verzorgde manier in de stagemap en post alle voorbereidingen in LINK.

In de stagemap zitten de volgende documenten:

  • voorblad met alle identificatiegegevens: stageperiode/ student/ mentor/ praktijkbegeleiders/praktijkschool/ hogeschool
  • document ‘kijkwijzer sjabloon lesvoorbereiding’
  • stagerooster (volledig ingevuld)
  • observatieverslagen
  • lesreflecties
  • voorbereidingen en werkbladen in chronologische volgorde (géén bladen uit handleidingen)

Elke stagedag wordt de gestructureerde stagemap met stagerooster, reflecties achteraf en voorbereidingen met bijlagen aan de mentor overhandigd. Deze moet gedurende de stageperiode (dagelijks) ter inzage achteraan in de klas liggen, zodat de mentor en de bezoekende docenten alles vlot kunnen raadplegen.

Op de eerste stagedag worden alle lessen, met werkbladen en bijlagen in de map aangeboden.  Alle aangeboden voorbereidingen blijven in de stagemap. Wanneer lesvoorbereidingen voor nazicht ontbreken, wordt dit door de mentor aan de prakijkbegeleiders gemeld.

In februari wordt door de student een oefenles gegeven. De lesonderwerpen voor deze oefenlessen worden door de docenten geselecteerd. Deze zijn ruim inzetbaar en worden tijdens een observatiemoment doorgegeven en besproken. De oefenles wordt door de stagiair voorbereid op de hogeschool, onder begeleiding van docenten. De lesvoorbereiding van het oefenmoment wordt tijdig doorgegeven aan de mentor (in onderling overleg) en wordt ook gepost in het stageportfolio voor aanvang van het oefenmoment. 

De studenten geven voor de aanvang van de actieve stage een briefje gericht aan de ouders, mee aan de leerlingen van hun stageklas. Hierin stelt de student zich voor en geeft aan dat hij gedurende enkele dagen in de klas van de zoon of dochter stage komt lopen. Eventuele taken vanuit de hogeschool kunnen beknopt toegelicht worden. Dit briefje wordt per stageperiode gepost in het stageportfolio en dit telkens de dag voor de aanvang van de actieve stage.

Stage lopen in een lagere school vraagt heel wat voorbereidingswerk. Om de kosten voor onze planeet én voor jezelf zo laag mogelijk te houden, vragen we dat je  onderstaande punten in acht neemt.

  • Print de lesvoorbereidingen indien mogelijk recto verso (of zorg voor een verkleinde weergave). Je kan de voorbereidingen ook printen op gerecycleerd papier.

  • Gebruik geen plastic mapjes om de lesvoorbereidingen of observatieverslagen op te bergen.

  • Print de volledige bladzijde niet opnieuw voor kleine wijzigingen. Verbeter of vul aan met balpen.

  • Start niet elke lesfase op een aparte bladzijde. Beperk de witruimtes.

  • Print zelfgemaakte werkbundels niet in kleur. Print indien mogelijk recto verso. Voorzie geen voorblad waar alleen een tekening op staat.

  • Wanneer je een digitaal bord ter beschikking hebt: gebruik dit zeker om tekeningen, foto’s, … te tonen. Print niet nodeloos tientallen tekeningen.

De bibliotheek van de hogeschool bezit ongeveer alle methodes (handboeken) die gebruikt worden in de scholen. Toch vragen wij de mentor, indien mogelijk, een exemplaar ter inzage mee te geven aan de student.

Onze studenten maken, al dan niet in opdracht van de stagementor, heel wat werkbladen voor de leerlingen (oefeningen, teksten, kaarten, individualisatiefiches,…). De student overlegt met de mentor wat en wanneer in de stageschool kan gekopieerd worden.