Beginsituatie

In het eerste semester werden studenten voorbereid op de praktijk door doorheen het semester te focussen op een aantal relevante didactische aspecten: beginsituatie leren inschatten, instructies geven, concreet-aanschouwelijk werken, bordschema’s aanmaken en een onderwijs-leergesprek opbouwen.

Tijdens actieve stage lazen studenten voor aan de leerlingen, bereidden zij 5 lessen voor en brachten zij deze in de praktijk.

Volgende doelen stonden in semester 1 voorop:

  • De student maakt kennis met enkele specifieke onderwijsactiviteiten en diept deze onder begeleiding en na observatie verder uit.

  • De student ervaart dat de voorbereidende activiteiten en de samenhangende praktijkervaring geleidelijk aan worden opgebouwd.

  • De student is gericht op één of meerdere geselecteerde praktijkgerelateerde zaken.

  • De student werkt geconcentreerd en volgehouden aan een bepaalde praktijkopdracht.

  • De student leert een opgelegde taak binnen een vastgelegde tijdsspanne te volbrengen.

  • De student verkrijgt tussentijds feedback (zowel van de mentor als van de begeleidende docenten) en op het einde van semester 1 een duidelijk beeld van zijn praktijkprestaties.