Evaluatie

We willen in deze rubriek graag de aandacht vestigen op de beperkte praktijkervaring van de eerstejaarsstudenten. Zij woonden enkele onderwijsactiviteiten bij, kregen reeds enige vakdidactiek, lazen voor in hun stageklas, gaven enkele samen voorbereide onderwijsactiviteiten…

Wij vragen u rekening te willen houden met deze beperkte beginsituatie, zeker in vergelijking met tweede – of derdejaarsstudenten die eventueel stage liepen in uw klas.

Wat (op het einde van het eerste opleidingsjaar) verwacht wordt van een eerstejaarsstudent vindt u terug in het document ‘Gedragsindicatoren voor de leraar in opleiding volgens de basiscompetenties’         

Vermits de mentor de student voortdurend aan het werk ziet, kan hij/zij hem heel wat feedback geven. De student probeert rekening te houden met de gegeven feedback. Als hij/zij weinig feedback krijgt, dan kan de student beleefd feedback over de lessen vragen.

Bij het begin van een stageperiode bezorgt de student aan de mentor een stageschrift, een papieren beoordelingsformulier (groene kleur) en/of een digitaal beoordelingsformulier.

Een middel om de feedback per gegeven les of per stagedag te structureren, is het stageschrift. Het wordt door de student aan de mentor aangeboden om feedback –liefst per les- in te noteren. Sommige aspecten zijn algemener en betreffen het totale optreden van de stagiair(e). Deze bedenkingen kunnen als ‘algemene opmerkingen’ worden vermeld.

Ook andere leerkrachten van de stageschool of de directie kunnen feedback noteren.

Gelieve de feedback ook mondeling toe te lichten bijvoorbeeld op het einde van de stagedag. Hieruit kan de student heel veel leren.

Het stageschrift dient als basis voor het opstellen van het zelfreflectieverslag en wordt  na de stage aan de praktijkpedagoog bezorgd.

Voor het geheel van een stageperiode schrijft de mentor een beoordelingsverslag*. Dit gebeurt na de stage van december. Voor het geheel van een stageperiode vult de stagementor een profiel in op het beoordelingsformulier. Hij noteert per rubriek een oordeel en een korte toelichting.

Dit beoordelingsverslag kan gestoffeerd worden met gegevens uit de permanente evaluatie. Terugkerende  opmerkingen worden genoteerd, opvallende tekorten of goede prestaties worden vermeld. De mentor moet dit  globaal oordeel niet weergeven met een puntenscore. Een aanduiding in de passende kolom volstaat, liefst  aangevuld met uitgeschreven commentaren, een besluit.

In het document ‘Gedragsindicatoren voor de leraar in opleiding volgens de basiscompetenties’ geven wij aan welk gedragsniveau wij verwachten in de verschillende fases van de opleiding. Wij raden aan zich bij het invullen van de beoordeling van de stage te baseren op dit document.

 *Indien gewenst kan de mentor het evaluatiedocument digitaal invullen. In dat geval bezorgt hij het ingevulde document in PDF-formaat via mail aan de praktijkbegeleiders. Een geprint exemplaar voorzien van een handtekening en stempel van de school bezorgt hij aan de student. Dit formulier zal door de mentor met de student overlopen en besproken worden.

De student probeert dit formulier al op het einde van de stage mee te brengen om dit dan tijdig (de eerste lesdag na de stageweek) te kunnen afgeven aan de praktijkbegeleiders.

Sommige mentoren hebben langer werk met het invullen van de verschillende stageaspecten en kunnen dit formulier nasturen naar de hogeschool met vermelding van de praktijkbegeleiders of per mail bezorgen aan de praktijkbegeleiders. Het is wel wenselijk dat dit formulier tijdig bezorgd wordt aan de praktijkbegeleiders.

Tijdens de actieve stage krijgt de student een bezoek van verschillende praktijkbegeleiders.

De bezoekende praktijkbegeleider maakt een verslag van de bijgewoonde les(sen). Voorbereiding, uitvoering, optreden, taalgebruik en attitudes worden hierbij geëvalueerd volgens de basiscompetenties. Dit verslag wordt na de stage bezorgd aan de student. De student zal met de didactische suggesties rekening houden en ze toepassen in de volgende stages. De bezoekende praktijkbegeleiders geven als score zeer zwak, zwak, voldoende, ruim voldoende, goed of zeer goed. Het is wenselijk dat de docenten de kans krijgen de bijgewoonde les te bespreken met de stagiair.

De praktijkbegeleiders baseren zich eveneens op het document ‘Gedragsindicatoren voor de leraar in opleiding volgens de basiscompetenties’ voor de beoordeling van de bijgewoonde activiteiten. 

De studenten krijgen een score op 20 voor het OPO Stage 1. De student is geslaagd wanneer hij minstens 10/20 behaalt voor dit OPO.

Voor dit opleidingsonderdeel is er geen tolerantie mogelijk.

De eisen gesteld voor OPO Stage in de verschillende opleidingsfasen liggen vast in het document: gedragsindicatoren voor de leraar in opleiding volgens de basiscompetenties.
De student moet slagen voor Stage 1 om Stage 2 te kunnen aanvatten. Voor OPO stage is geen tweede examenkans mogelijk binnen eenzelfde academiejaar.

Er wordt op jaarbasis (zowel semester 1 als 2) één syntheseverslag gemaakt en bezorgd aan de student. De lesvoorbereidingen, mondelinge en schriftelijke beoordeling door mentoren en/ of directie van de stageschool, stageverslagen van bezoekende stagebegeleiders, de kwaliteit van de reflecties vooraf en achteraf op de voorbereidingen, de reflectieverslagen, het feedbackgesprek en het stageschrift vormen de basis voor het opstellen van een syntheseverslag en bepalen het stagecijfer.
Het stipt en volledig opladen van de documenten in Link wordt eveneens meegenomen in de beoordeling.  Ook de aanwezigheid en betrokken medewerking bij alle stageactiviteiten is vereist. Ongewettigde afwezigheid kan aanleiding geven tot een tekort voor de praktijk. Attitudes vormen een belangrijk element in de evaluatie van de stage.

Ontvreemden of achterhouden van didactisch materiaal uit de mediatheek, stageschool, van een medestudent is een uiting van een ernstig attitudeprobleem en kan leiden tot een tekort voor het OPO Stage 1.

Na EP2 wordt het syntheseverslag aan de student bezorgd, eventueel voorzien van de nodige mondelinge toelichting.