Planning

Actieve Stage: stageperiode 1

  • Volume: 1 week, voorafgegaan door minstens één observatiedag.
  • Mag in dezelfde school als de ingroeistage maar bij een andere leeftijdsgroep (oudste – jongste kleuters). Dit geeft de kans om de competenties “de student als onderzoeker en innovator”, “de student als lid van het team” en als “partner van ouders” te realiseren. Op deze manier wordt er gedurende een gans schooljaar voeling gehouden met de werking van de school. Ook is er meer tijd om bepaalde opdrachten die verbonden zijn met de stage en modules vroeger aan te pakken zoals activiteiten i.v.m. brede werking van de school (vb. 1 september meemaken).

Actieve Stage: stageperiode 2

  • Volume: 1 week, voorafgegaan door minstens één observatiedag.
  • In een gewone kleuterklas : zelfde voorwaarden als week 1.
  • Een differentiatiestage zorg of muzisch project wordt gekoppeld aan een keuzevak zorg of muzisch project. De bedoeling is dat er verdiepend gewerkt wordt. Plan jouw stage dan ook nadat het keuzevak is afgelopen.

Ingroeistage

Gedurende 4,5 weken vertoef je op de school. Je wordt geankerd aan één klas, waar je minstens 3,5 weken actieve, effectieve stage doet. Dit stelt je in staat in te groeien in de complexe beroepssituatie binnen één klas. In de overige week is het de bedoeling kennis te maken met de bredere werking van de school. (oudercontacten, 1 september, schoolfeest, …)

De student plant de verschillende stageperiodes in samenspraak met de stageschool en de praktijkpedagoog. Hij houdt bij het maken van zijn planning rekening met de volgende zaken:

  • Vlak voor en meteen na een vakantie plan je beter geen stage, net als tijdens jouw blok- en examenperiode.
  • Vanaf 1 juni plan je geen stage.
  • Elke stageperiode dient aaneensluitend te worden gepland (bijv. 2,5 dag = maandag t.e.m. woensdag of woensdag t.e.m. vrijdag).
  • Zorg voor voldoende spreiding tussen de verschillende stageperiodes, zodat het mogelijk is om verkregen feedback te laten bezinken, te verwerken en te integreren bij de voorbereiding van de volgende stageperiode.

Een stage veronderstelt een goede voorbereiding zodat de mogelijkheden maximaal kunnen gerealiseerd worden. Daarom organiseren we minstens één contactdag/observatiedag per stageweek, waarbij de student een beeld van de stageklas en van de stageschool dient te verwerven.

Indien het binnen de mogelijkheden van de student ligt, kan hij steeds, in samenspraak met de mentor, meer(dere) observatiedagen en/of participerende observaties plannen.

 

Op de observatiedag observeert de student in de stageklas en overlegt met de mentor.

De student probeert zo goed mogelijk de beginsituatie te analyseren. In gesprek met de mentor wordt gepraat over klasgewoontes, over de eigenheid van de groep en van individuele kleuters.

Er worden afspraken gemaakt i.v.m. mogelijke thema’s voor de stage.

 

De student noteert de observatiegegevens in zijn map en een schriftje.

Wie in een vorig academiejaar alle theorie aflegde, mag alle stages in één semester doen. 

Opgelet: wil je in februari kunnen afstuderen, moet je bij de start van het academiejaar in september een examenwissel aanvragen. Deze wissel is onomkeerbaar.