Beginsituatie

Actieve stage: stageperiode 1

De student beheerst praktische en theoretische bagage uit het eerste en tweede jaar. 

De student functioneert op voldoende wijze als…

  • begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
  • opvoeder
  • inhoudelijk expert
  • organisator
  • innovator/onderzoeker
  • lid van een team
  • partner van ouders

Actieve stage: stageperiode 2

Differentiatiestage: keuze voor versterken

De studenten die een stage doen in de gewone kleuterklas hebben de competenties van de stage in het tweede jaar verworven maar willen extra oefentijd in de kleuterklas benutten om sterker te staan tijdens de ingroeistage.

Studenten die een stage doen in een kleuterklas (eventueel met extra uitdagingen zoals stedelijke context, graadsklas, …) willen hun competenties in de kleuterklas versterken.

Differentiatiestage: keuze voor verdiepen 

De studenten die een verdiepingstraject volgen, beheersen de competenties van de stage in het tweede jaar in een ruim voldoende mate en kiezen ervoor om een nieuw werkveld te verkennen. Deze keuze wordt bepaald door eigen interesses, bijzondere talenten, …

Studenten kunnen zich verdiepen in een nieuwe context. Ze hebben de kans om andere of aangrenzende werkterreinen van de kleuteronderwijzer te verkennen. Het gaat hier om een initiatiestage. De studenten maken een bewuste en persoonlijke keuze. Dit betekent dat de student het engagement aangaat om zich persoonlijk te verdiepen of zich te specialiseren.

Ingroeistage

De student beheerst (vak)didactische en pedagogische inhouden, vaardigheden, competenties en attitudes om zelfstandig en in team te functioneren op klas- en schoolniveau.