Door de stageschool

De mentor volgt de student dagdagelijks tijdens de effectieve stageperiode maar ook tijdens observatiemomenten vooraf is afstemming mentor-student cruciaal. Er wordt verwacht dat de student daartoe het nodige initiatief neemt. De feedback van de mentor is cruciaal voor de student om het eigen leerproces via zelfsturing gericht op te volgen.

Begeleidingsgesprek

Indien mogelijk vindt er een kort gesprekje plaats op het einde van elke dag, op basis van de bevindingen die genoteerd zijn door de mentor in het stageschrift.

 

Stageschrift

De mentor kan in het aangeboden stageschriftje opmerkingen noteren per dag. Het stageschrift is een communicatiemiddel tussen de student en de mentor. De bedoeling van deze observaties, suggesties en feedback is de studenten verder te brengen op weg naar een zinvolle praktijk. Deze opmerkingen kunnen de student helpen in zijn persoonlijk en professioneel groeiproces naar een competente leerkracht. Het is belangrijk om de genoteerde opmerkingen ook kort mondeling te overlopen met de student.  

De student bezorgt het beoordelingsformulier voor aanvang van de stage aan de mentor. Dit ingevulde en ondertekende document wordt na de stage aan de praktijkpedagoog bezorgd.

Klik hier voor het beoordelingsformulier van de mentor. 

Tijdens de ingroeistage neemt de student in groeiende mate zijn eigen leerproces in handen. De mentor is daarbij coach en zal de student hierin sturen. 

Voor de stage

  • De mentor en de student bespreken het planningsrooster.
  • De thema’s worden in overleg afgesproken. We verwachten dat de student ook zelf voorstellen doet.
  • De student ontwerpt tijdig een weekschema. Het weekschema wordt vooraf tijdig besproken met de mentor en waar nodig bijgestuurd. Het is hierbij belangrijk geen pasklare antwoorden te geven, maar het probleem samen met de student te analyseren en hem te stimuleren om alternatieven te zoeken.
  • We willen hierbij accentueren dat een stage een grondige voorbereiding (=denkwerk) veronderstelt. Deze grondige voorbereiding heeft tot doel om op het moment van de uitvoering maximaal rendement i.f.v. ontwikkeling van de kleuters te bereiken.
  • De student maakt de mentor deelgenoot van het portfolio. Hij bespreekt zijn sterktes en groeipunten en geeft aan hoe hij van plan is hieraan te werken i.f.v. persoonlijke en professionele groei. Het is belangrijk dat de mentor op de hoogte is van deze informatie. De mentor kan hierbij nog aanvullingen suggereren verbonden aan de concrete klasrealiteit, doelgroep.

Tijdens de stage

  • Het stageschrift is een communicatiemiddel tussen de student en de mentor. We vragen aan de mentor om feedback i.v.m. het functioneren en het leren van de student te noteren. We verwachten niet dat de mentor per activiteit commentaar noteert. Een aantal bedenkingen per dag volstaan.
  • Toch lijkt het ons van groot belang dat deze schriftelijke neerslag gepaard gaat met een gesprek. Indien mogelijk vindt er ook telkens een kort gesprekje op het einde van de dag plaats.
  • In de loop van de stage neemt de studenten het eigen groeiproces in handen d.m.v. het portfolio. De mentor kan de student hierin opvolgen, begeleiden en ondersteunen.
  • We vragen aan de mentor om wekelijks een begeleidingsgesprek te plannen. Het gesprek duurt ongeveer 30 minuten. De bedoeling is om even stil te staan en om samen met de student te reflecteren over het zelfgestuurd leren van de student. De student en de mentor bereiden dit begeleidingsgesprek kort voor door gesprekthema’s te noteren. Het portfolio, vertrekkende vanuit de verwachte 10 basiscompetenties, is hierbij een belangrijk referentiepunt.

Naar het einde van de stage

  • Als de mentor ermee instemt, staat de student over de totale stage minimum 4 halve dagen (niet aaneensluitend) alleen in de klas. Dan is er geen toeschouwer wat door veel studenten als bevrijdend wordt ervaren. Er is ook niemand die kan bijspringen als er iets misloopt. Op dit moment wordt de student geconfronteerd met deze vrijheid maar ook met problemen waar startende leraren tegen aanlopen (vb. klasmanagement). Hij moet hier zijn verantwoordelijkheid nemen en zelf oplossingen zoeken.
  • Op het moment dat de student alleen voor de klas staat, vervalt de directe begeleiding van de mentor (o.a. invullen van het stageschrift). De reflecties in het portfolio en agenda vormen dan het belangrijkste uitgangspunt voor het wekelijkse begeleidingsgesprek. De mentor kan ook nieuwe elementen ter sprake brengen die hij bijvoorbeeld in het team opgevangen heeft.

De student bezorgt het beoordelingsformulier voor aanvang van de stage aan de mentor. Dit ingevulde en ondertekende document wordt na de stage aan de praktijkpedagoog bezorgd.

Klik hier voor het beoordelingsformulier van de mentor. 

Op het einde van de ingroeistage wordt er een eindgesprek voorzien om de realisaties en evoluties doorheen het derde jaar en de ingroeistage vast te stellen.

De student moet een inschatting maken van de beheersing van de verschillende basiscompetenties. Daarenboven moet hij tijdens dit gesprek aantonen dat hij de persoonlijke en professionele groei zelfstandig en autonoom heeft gestuurd. De directie, de mentor en de praktijkpedagoog vullen aan vanuit het eigen perspectief.

Het portfolio, vertrekkende vanuit de 10 verwachte basiscompetenties, is hierbij een belangrijk referentiepunt. 

Klik hier voor alle informatie! Alle betrokkenen moeten dit grondig lezen.