Door de hogeschool

OPO Actieve Stage: stageperiode 1 en 2

In aanloop van de stage zal de student enkele contactmomenten op de hogeschool volgen. Hierbij zal ingegaan worden op de specifieke opdrachten alsook op het versterken van de basiscompetenties. 

De student laat vooraf de weekschema’s nakijken door de praktijkpedagoog. Op basis van de feedback die hij krijgt, stuurt de student zijn weekschema’s bij. 

Tijdens de stage krijgt de student bezoek van de praktijkpedagoog. Na het bezoek geeft de praktijkpedagoog feedback en tips om de student vooruit te helpen in zijn leerproces. 

Na elk stagebezoek wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt samen met het beoordelingsformulier van de mentor, het stageschrift, de evaluatie van de stagemap, agenda en het portfolio verwerkt in een syntheseverslag. 

Dit geldt zowel voor stageperiode 1 als voor stageperiode 2. 

OPO Ingroeistage

Voor de stage

  • De begeleiding verloopt minder gestuurd. Bij vragen of problemen neemt de student zelf initiatief.
  • Het weekschema van de eerste stageweek wordt besproken met de praktijkpedagoog. De student moet in staat zijn om de gekregen feedback zelf te integreren in de volgende voorbereidingen en weekschema’s.
  • De einddoelstelling blijft voor elke student hetzelfde: de student mag niet meer afhankelijk zijn van nauwgezette opvolging en begeleiding.

Tijdens de stage

  • Elke student krijgt tijdens de ingroeistage bezoek van de praktijkpedagoog en een vakdocent.
  • Uitzonderlijk wordt een extra stagebezoek gepland indien blijkt dat studenten deze ondersteuning nodig hebben, op basis van de tussentijdse evaluatie van de voorbije stageperiodes (Actieve Stage: stageperiode 1 en/of stageperiode 2).
  • Indien de mentor ernstige problemen ervaart met een student, dan is het belangrijk dat de mentor of de directie zo vlug mogelijk rechtstreeks contact opneemt met de praktijkpedagoog. Dit kan via mail (dorien.vanrentergem@odisee.be) of telefoon (Odisee: 053 72 71 70). De praktijkpedagoog beslist in samenspraak met het opleidingshoofd wat er in deze omstandigheden moet gebeuren. In de meeste gevallen volgt een bezoek met een afstemmingsgesprek tussen mentor, student en praktijkpedagoog.
  • Ook de student kan oproepen tot een bezoek. Hij neemt contact op met de praktijkpedagoog en motiveert zijn aanvraag via mail. De praktijkpedagoog beslist ook hier in samenspraak met het opleidingshoofd of er ingegaan wordt op deze aanvraag. Tijdens de stage kan de student steeds terecht bij de praktijkpedagoog. De betrokkenheid van de opleiding op het leerproces van de student blijft.
  • Wijzigingen aan het planningsrooster worden tijdig doorgegeven via mail.

Naar het einde van de stage

  • De praktijkpedagoog komt langs voor een eindgesprek. Tijdens dit eindgesprek willen we een zicht krijgen op de volledige stage en op de evolutie in basiscompetenties. Er wordt vooral in gesprek getreden met alle betrokkenen (directie, mentor, student, praktijkpedagoog) over het verloop van de stage. De praktijkpedagoog bezorgt aan de student data, de student is verantwoordelijk om deze data te bespreken en vast te leggen met de directie en de mentor.
  • De praktijkpedagoog wil vooral nagaan hoe de student functioneert in de klas en op de school tijdens de ingroeistage en of de student het eigen leerproces zelfstandig kan sturen. De verwachte 10 basiscompetenties zijn hierbij het referentiekader.  

Tijdens elk stagebezoek wordt een verslag gemaakt. Deze verslagen worden samen met de informatie uit het eindgesprek, het beoordelingsformulier van de mentor, het stageschrift, de evaluatie van de stagemap, agenda en het portfolio verwerkt in een syntheseverslag.