Voorwaarden stageschool en –klassen

De eerste en de derde stageperiode lopen de studenten stage in het Katholiek onderwijs omwille van de opdracht Rooms-katholieke godsdienst in de kleuterklas. Deze school bevindt zich bovendien in een stedelijke context, zodat de studenten met superdiversiteit leren omgaan.

Studenten kunnen ervoor kiezen om de eerste en derde stageperiode in dezelfde klas stage te lopen. Dit biedt heel wat voordelen (beginsituatie beter gekend, differentiëren wordt makkelijker…). Stageschool en mentor moeten hier uiteraard mee akkoord gaan. Is dit niet zo, dan moet de student een andere klas zoeken voor deze stages.

De stage in de peuterklas mag ook buiten het Katholieke net.

Indien mogelijk voor de stageschool en wenselijk voor de student, mogen de studenten de drie stageperiodes van het tweede jaar in dezelfde school doen, als het een Katholieke school in een stedelijke context betreft. 

In de stageschool mag geen familie (tot in de derde graad) werken.

Aangezien de stagescholen uit het tweede en derde jaar van de opleiding niet dezelfde mogen zijn, moeten de studenten hier vooraf dus goed over nadenken.

Elke school waar een stageopdracht plaatsvindt, vult een stagecontract in drievoud in. Eén exemplaar blijft op de school, een tweede wordt bezorgd aan de hogeschool voor het dossier van de student, een derde exemplaar is voor de student. Alle contracten moeten van een handtekening voorzien zijn door de drie partijen. Een kopie van 1 contract wordt niet aanvaard.