Realisatie

  • De student voert de activiteiten zo goed mogelijk uit. Hij houdt zich aan de planning voor zo ver dit wenselijk en mogelijk is voor de kleuters in de klas. Indien hij afwijkt van de planning, kan hij hiervoor een degelijke motivatie geven. De betrokkenheid van de kleuters is hierbij een grote leidraad. De student reflecteert hier ook over in de agenda en stuurt zijn aanbod voor de komende dagen bij indien gewenst.
  • De student mag elke stage 1 aanbod in team-teaching uitvoeren. Hij kiest hiervoor uit de complexere vormen van team-teaching. Hij moet hiervoor duidelijke afspraken maken met zijn mentor en moet dit ook aanduiden in het weekschema, zodat het moment van teamteaching voor alle betrokkenen duidelijk is en er geen bezoeken gepland worden op dat moment.

We willen dat onze studenten een rijk en gevarieerd aanbod aanbieden dat beantwoordt aan de noden van de kleuters. We bieden hen hiervoor een lijst aan met enkele suggesties. 

Een beperkt aantal zaken zijn verplicht, de andere zaken zijn warm aanbevolen als dit aansluit bij de noden van de kleuters en bij de beoogde doelen. We willen dat de student hier eigenaarschap draagt voor zijn eigen leerproces en elke stage ook grenzen probeert te verleggen. 

De student zal in het overzichtsdocument moeten bijhouden welke zaken hij in de eerste, tweede en derde stageperiode uitprobeerde. Zo zien we meteen ook wie zaken uitprobeert en grenzen verlegt. 

Er wordt een agenda opgesteld voor de stage.

De agenda is ‘s morgens meteen beschikbaar. Best wordt hij de avond voor de lesdag opgesteld of op zijn minst herwerkt. Zo worden automatisch de activiteitenfiches nog eens doorgenomen en kunnen eventuele schemawijzigingen nog verwerkt worden. Tevens kan de student rekening houden met de ervaringen van de voorbije dag(en).

De student heeft zich de agenda al wat eigen gemaakt en naar zijn hand gezet. 

Daarnaast neemt hij ook nu weer heel uitdrukkelijk initiatieven op vlak van differentiëren op in zijn agenda. Hij noteert in de kolom werkvormen uitdrukkelijk waar hij zal differentiëren en hoe. Als hij specifieke materialen nodig heeft of andere doelen beoogt, noteert hij die ook in de kolom ‘materialen’ of in de kolom ‘doelstellingen’. Alle differentiatie-initiatieven moeten in gele fluo aangeduid worden, zodat ze in één oogopslag terug te vinden zijn. De student moet elke dag minstens 2 initiatieven ter differentiatie nemen. 

Aangezien de student de kleuters nu beter kent, sluiten die initiatieven nog beter aan op de noden van de kleuters.