Nawerking

Tijdens de realisatie moeten de studenten observeren en ook al reflecteren in hun agenda.

Die reflecties schrijven ze nog diezelfde dag neer, zodat ze er hun conclusies kunnen uit trekken en er de volgende dag(en) rekening kunnen mee houden. Ze zijn de volgende ochtend beschikbaar ter inzage.

De observaties en reflecties moeten dus in ieder geval voldoende grondig gebeuren. Op basis daarvan moet de student namelijk interventies plannen. De student moet proberen zijn kleuters verder te brengen in hun zone van naaste ontwikkeling, maar hij moet ook zelf stappen zetten in zijn ontwikkeling. 

De reflecties zijn opgebouwd volgens GRROW. Klik hier voor meer informatie over GRROW.

De studenten krijgen ook een portfolio. Daarin zitten verschillende opdrachten die de studenten moeten helpen een beter zicht te krijgen op hun eigen groeiproces. Ze starten met een reflectieopdracht voor de stage. Hierop moeten zij diepgaand reflecteren over hun eigen kunnen en hun eventuele werkzorgen. Deze punten dienen mee te worden opgenomen in de dagelijkse reflectie in de agenda. Aan het einde van de stage reflecteren de studenten opnieuw over hun vaardigheden en schuiven ze meteen enkele werkzorgen voor de volgende stage naar voor. Het portfolio in het algemeen en deze beide formulieren in het bijzonder dienen als leidraad voor het reflectie-ondersteunend begeleidingsgesprek. Dat is een gesprek waar de student en de praktijkpedagoog samen het groeiproces van de student bespreken.

In het portfolio zitten volgende documenten:

  • de boom
  • reflectie voor de stage
  • reflectie na de stage