Beoogde competenties

Om de lerarenopleidingen in Vlaanderen te sturen, ontwikkelde de Vlaamse overheid een referentiekader dat de eindcompetenties van de leraar kleuteronderwijs omschrijft, nl. ‘de basiscompetenties van de leraar kleuteronderwijs’.

Dit referentiekader bestaat uit 10 functionele gehelen die men verder onderverdeelt in tal van basiscompetenties en attitudes. We vulden deze basiscompetenties aan met nog enkele attitudes die wij als opleiding ook onmisbaar vinden om een goede leerkracht te zijn.

Gedurende de drie jaren van de opleiding krijgen studenten de kans om via tal van opleidingsonderdelen deze competenties te verwerven. Ook in de stages dienen zich hiervoor natuurlijk mooie oefenkansen aan. Aan het einde van de opleiding kan de student het diploma ‘Educatieve Bachelor in Onderwijs – Kleuteronderwijs (EBA KO)’ verwerven, wanneer hij/zij al deze competenties en attitudes in voldoende mate heeft verworven.

In het tweede jaar van de opleiding onderzoeken en verkennen studenten de eerste vijf functionele gehelen van de basiscompetenties, net als in het eerste jaar maar breder, namelijk in de ruimere klascontext. Daarnaast breiden we hier en daar ook al even uit naar een competentie uit het zesde en zevende functioneel geheel.

Klik hier om een overzicht te krijgen van de basiscompetenties die specifiek in de stage van het tweede jaar worden beoordeeld.

In het tweede jaar moeten de studenten volgende vaardigheden (verder) onder de knie krijgen:

  • Gerichter kunnen observeren, meer oog hebben voor diversiteit en rekening kunnen houden met die observatiegegevens in de praktijk.
  • Een BC kunnen uitwerken, rekening houdend met alle didactische principes.
  • Een agenda kunnen opstellen en gebruiken in de stage.
  • Meer complexe activiteiten kunnen voorbereiden en uitvoeren.
  • Teamteaching met de mentor kunnen voorbereiden en uitvoeren in de stageklas.
  • Differentiatiemogelijkheden kunnen voorbereiden en toepassen.
  • De betrokkenheid van kleuters kunnen observeren en scoren en hier conclusies uit trekken voor de praktijk.
  • Kunnen observeren tijdens de stage en hierover kunnen reflecteren om interventies te plannen voor de volgende dagen.
  • In het portfolio hun eigen groeiproces kunnen opvolgen en in handen kunnen nemen.

Deze vaardigheden worden stap per stap aangebracht doorheen het jaar, zodat de studenten ook tijd krijgen hierin te groeien