Door de hogeschool

  • De studenten krijgen zicht op de taken die ze voor, tijdens en na de stage moeten vervullen in de vakken die ze krijgen.
  • Ook in ‘Didactische Oefeningen 2’ maken de studenten kennis met nieuwe activiteiten die ze in de stage ook in de praktijk zullen moeten uitproberen. 
  • Als het weekschema klaar is, wordt het doorgestuurd naar de praktijkpedagoog die het nakijkt en suggesties geeft ter verbetering. De student is verantwoordelijk voor de aanpassingen en mag het nieuwe schema eventueel nog eens voorleggen aan de praktijkpedagoog. Het verbeterde schema zit achteraan in de stagemap.
  • De studenten kunnen fiches indienen voor nieuwe activiteiten. Voor activiteiten die ze reeds in de loop van het eerste jaar aangeleerd kregen, mogen ze enkel nog advies vragen. De verbeterde fiches zitten achteraan in de stagemap.

Tijdens de stages krijgen de studenten stagebezoeken van de hogeschool. 

  • Eerste stageperiode (5 halve dagen): 1 bezoek van de praktijkpedagoog
  • Tweede stageperiode (5 halve dagen): 1 bezoek van een vakdocent
  • Derde stageperiode (1 week): 1 bezoek van de praktijkpedagoog + 1 bezoek van een vakdocent.

Elke docent bekijkt een aanbod en maakt daarvan een verslag. Na het aanbod bespreken de docent en de student hoe zij het aanbod ervaren hebben en wat voor de betreffende student de positieve punten en de werkpunten zijn. Het is de bedoeling dat de student hier ook iets uit leert voor de komende activiteiten. Tijdens de bespreking vult de student het formulier ‘Reflectie bij het stagebezoek’ in en voegt het toe aan zijn portfolio.

Indien een student of een mentor graag enkele zaken willen bespreken, kunnen zij hiervoor contact opnemen met de betrokken praktijkpedagoog:

  • jan.blancke@odisee.be
  • leen.dezutter@odisee.be

Na de eerste en de tweede stageperiode is een contactmoment georganiseerd waarop de studenten aan de hand van videofragmenten kunnen terugblikken op de voorbije stage en waarop ze van elkaar kunnen leren. Ook de praktijkpedagoog kan hierbij ondersteunen.

De pedagoog kijkt de stagemap ook grondig na en bezorgt de student hier een verslag van. Zo kan de student ook rekening houden met de gekregen tips voor een volgende stageperiode.

Vervolgens worden de evaluatiegegevens van elke student door de praktijkpedagoog gebundeld in een dossier. Dat dossier bevat dan:       

  • Het verslag van het bezoek van de praktijkpedagoog en/of de vakdocent
  • De globale evaluatie van de mentor
  • De evaluatie van de agenda (tweede en derde stageperiode) en de stagemap
  • Het portfolio

Er wordt dan vanuit de opleiding een globale, schriftelijke evaluatie met quotering opgemaakt onder de vorm van een syntheseverslag. De student krijgt een punt aan het einde van het academiejaar.