Realisatie

Wees tijdig aanwezig op jouw stageschool.

Het stageschrift dat je ontvangt, is bestemd voor de mentor. In het schrift kan de mentor per stageactiviteit noteren wat jouw positieve punten zijn en wat jouw werkpunten zijn. Stimuleer de mentor om dit te doen. Het is belangrijk voor jou om feedback te krijgen.

In de loop van het eerste jaar moet je meer en meer zelf verantwoordelijkheid nemen bij het organiseren van het klasgebeuren. Tijdens HAO actieve stage 1 moeten we hierin een evolutie zien.

STAGEPERIODE 1

Morgenritueel:

Je mentor doet het morgenritueel. Jij zit ook in de kring en probeert zoveel mogelijk mee te doen, te zingen of te zeggen, enz. (liedjes, versjes, gebed, enz.).

Gezamenlijk aanbod en aanbod in kleine groep:

We maken onderscheid tussen een gezamenlijk aanbod en aanbod in een (kleine) groep. Van bij het begin ben jij verantwoordelijk voor het gezamenlijk aanbod: het verhaal, een muziekspel, een bewegingsaanbod….

Je bent ook verantwoordelijk voor één aanbod in een groep. De mentor zorgt voor de andere groepen. Opgelet: je bereidt alle speelwerkplekken (SWP) voor en voorziet gepast materiaal voor alle speelwerkplekken. In jouw dagschema duid je duidelijk aan welke speelwerkplek jij zal begeleiden.

Hierbij nog enkele richtlijnen:

  • Neem voldoende kleuters voor de groep die jij begeleidt. Het aantal kleuters in de groep hangt natuurlijk af van de aard van het aanbod, het beschikbare materiaal, de ruimte die ter beschikking is, enz. Doorgaans spreken we over 6 tot 8 kleuters voor bijvoorbeeld een aanbod beeld.
  • Dat je maar 1 groep begeleidt, betekent niet dat je geen interesse mag hebben voor wat in de andere groepen gebeurt. Je mag je eigen groep even alleen laten werken om korte observaties te doen in de andere groepen.
  • Als zich een conflict voordoet en je merkt dit eerder op dan de mentor, dan wordt verwacht dat je ingrijpt.
  • Een kleuter met een snottebel laat je zo niet verder spelen.
  • Let er ook op dat je de mentor niet achterna loopt. Het past niet om te gaan supporteren als je mentor tussenbeide komt in een groep. Ga eerder naar groepen die zonder begeleiding zijn.
  • Vermijd ook gesprekken met je mentor over wat gebeurt, tenzij je een dringende vraag of boodschap hebt die te maken heeft met jouw begeleiding. Alle aandacht moet immers gaan naar de begeleiding van de kleuters.

Koek, drinken, plassen:

Deze blijven de verantwoordelijkheid van de mentor. Het spreekt voor zich dat jij niet afzijdig blijft, maar meehelpt. Het kan natuurlijk zijn dat je nog iets moet opruimen of nog wat materiaal moet klaar zetten. Dit kan alleen in afspraak met je mentor. Je probeert zoveel mogelijk op te ruimen en klaar te zetten voor of na de activiteiten.

Overgangen:

In principe is de mentor verantwoordelijk voor de overgangen tussen de activiteiten. Je kan dit echter benaderen op verschillende manieren. Je doet jouw ding en als je stopt verwijs je naar de mentor. Het getuigt echter van verantwoordelijkheidszin als jij op voorhand met de mentor afspreekt welke speelwerkplekken open zijn. Je kan dit dan evengoed aan de kleuters meedelen. De begeleiding van de speelwerkplekken blijft, zoals hierboven beschreven, een gedeelde verantwoordelijkheid.

De klas aankleden:

Wanneer een bezoeker jouw klas betreedt, moet hij onmiddellijk zien in welk BC je werkt. Dit wil zeggen dat je de klas functioneel moet aankleden met posters, prentenboeken, materialen, foto’s, zelfgemaakte illustraties, enz. Dit is voor kleuters aantrekkelijk. Opgelet: overdaad schaadt. Probeer de aankleding zoveel mogelijk ook samen met de kleuters op te bouwen, te ‘beleven’.