Verkennen van het werkveld

De student krijgt de opdracht kennis te maken met de verschillende niveaus van het basisonderwijs en gaat gericht op zoek naar de gelijkenissen en verschillen tussen beide onderwijsniveaus.

Dit gebeurt via:

  • Observatie met oog voor het totale klas- en schoolgebeuren in 2 kleuterklassen én 2 klassen van de lagere school.
  • Een gesprek met één leerkracht uit het kleuteronderwijs en één leerkracht uit het lager onderwijs. Zo krijgt de student meer zicht op de werking van de basisschool, groeilijnen, samenwerking tussen leerkrachten

De student maakt een vergelijkend verslag (max. 5 blz) met de gegevens van de observaties en het gesprek als input. In het verslag tracht de student de link te leggen met de eerste vier functionele gehelen van de basiscompetenties.

Eindigen doet hij/zij met een persoonlijke reflectie op ervaringen en bevindingen.

Concrete tips bij deze opdracht vindt de student op Toledo.