Begeleiding

Begeleiding door hogeschool

Voor de stage

  • Waar nuttig en nodig worden de studenten op de stage voorbereid. Dit gebeurt o.a. door workshops. De begeleiding verloopt vanaf nu minder gestuurd. Bij vragen of problemen neemt de student zelf initiatief. Zo wordt het weekschema in principe niet meer nagekeken door de praktijkpedagoog.
  • Uitzonderlijk wordt het weekschema van de eerste stageweek wel nog besproken met de praktijkpedagoog indien blijkt dat studenten deze ondersteuning nodig hebben, op basis van de tussentijdse evaluatie van de voorbije stageperiodes (stage 1 en differentiatiestage). De student moet in staat zijn om de gekregen feedback zelf te integreren in de volgende voorbereidingen en weekschema’s. De student heeft de verantwoordelijkheid om aan de mentor te melden wat van toepassing is.
  • De einddoelstelling blijft voor elke student hetzelfde, de student mag niet meer afhankelijk zijn van nauwgezette opvolging en begeleiding.

Tijdens de stage

  • Tijdens de ingroeistage wordt er contact gehouden tussen de praktijkpedagoog en de mentor via mail of telefoon. Elke student krijgt tijdens de ingroeistage bezoek van de praktijkpedagoog (en een vakdocent).
  • Uitzonderlijk wordt een extra stagebezoek gepland indien blijkt dat studenten deze ondersteuning nodig hebben, op basis van de tussentijdse evaluatie van de voorbije stageperiodes (stage 1 en differentiatiestage).
  • Indien de mentor ernstige problemen ervaart met een student, dan is het belangrijk dat de mentor of de directie zo vlug mogelijk rechtstreeks contact opneemt met de praktijkpedagoog. Dit kan via mail of telefoon. De praktijkpedagoog beslist in samenspraak met het opleidingshoofd wat er in deze omstandigheden moet gebeuren. In de meeste gevallen volgt een bezoek met een afstemmingsgesprek tussen mentor, student en praktijkpedagoog.
  • Ook de student kan oproepen tot een bezoek. Hij neemt contact op met de praktijkpedagoog en motiveert zijn aanvraag via mail. De praktijkpedagoog beslist ook hier in samenspraak met het opleidingshoofd of er ingegaan wordt op deze aanvraag. Tijdens de stage kan de student steeds terecht bij de praktijkpedagoog. De betrokkenheid van de opleiding op het leerproces van de student blijft.
  • Wijzigingen aan het planningsrooster worden tijdig doorgegeven via mail.

Naar het einde van de stage

  • De praktijkpedagoog komt langs voor een eindgesprek. Tijdens dit eindgesprek willen we een zicht krijgen op de volledige stage en op de evolutie in basiscompetenties. Er wordt vooral in gesprek getreden met alle betrokkenen (directie, mentor, student, praktijkpedagoog) over het verloop van de stage. De praktijkpedagoog bezorgt aan de student data, de student is verantwoordelijk om deze data te bespreken en vast te leggen met de directie en de mentor.
  • De praktijkpedagoog wil vooral nagaan hoe de student functioneert in de klas en op de school tijdens de ingroeistage en of de student het eigen leerproces zelfstandig kan sturen. De verwachte 10 basiscompetenties zijn hierbij het referentiekader.  

 

Begeleiding door mentor

Voor de stage

  • De mentor en de student bespreken het planningsrooster.
  • De thema’s worden in overleg afgesproken. We verwachten dat de student ook zelf voorstellen doet.
  • De student ontwerpt tijdig een weekschema. Het weekschema wordt vooraf tijdig besproken met de mentor en waar nodig bijgestuurd. Het is hierbij belangrijk geen pasklare antwoorden te geven, maar het probleem samen met de student te analyseren en hem te stimuleren om alternatieven te zoeken.
  • We willen hierbij accentueren dat een stage een grondige voorbereiding (=denkwerk) veronderstelt. Deze grondige voorbereiding heeft tot doel om op het moment van de uitvoering maximaal rendement i.f.v. ontwikkeling van de kleuters te bereiken.
  • De student maakt de mentor deelgenoot van het portfolio. Hij bespreekt zijn sterktes en groeipunten en geeft aan hoe hij van plan is hieraan te werken i.f.v. persoonlijke en professionele groei. Het is belangrijk dat de mentor op de hoogte is van deze informatie. De mentor kan hierbij nog aanvullingen suggereren verbonden aan de concrete klasrealiteit, doelgroep.

Tijdens de stage

  • Het stageschrift is een communicatiemiddel tussen de student en de mentor. We vragen aan de mentor om feedback i.v.m. het functioneren en het leren van de student te noteren. We verwachten niet dat de mentor per activiteit commentaar noteert. Een aantal bedenkingen per dag volstaan.
  • Toch lijkt het ons van groot belang dat deze schriftelijke neerslag gepaard gaat met een gesprek. Indien mogelijk vindt er ook telkens een kort gesprekje op het einde van de dag plaats.
  • In de loop van de stage neemt de studenten het eigen groeiproces in handen d.m.v. het portfolio. De mentor kan de student hierin opvolgen, begeleiden en ondersteunen.
  • We vragen aan de mentor om wekelijks een begeleidingsgesprek te plannen. Het gesprek duurt ongeveer 30 minuten. De bedoeling is om even stil te staan en om samen met de student te reflecteren over het zelfgestuurd leren van de student. De student en de mentor bereiden dit begeleidingsgesprek kort voor door gesprekthema’s te noteren. Het portfolio, vertrekkende vanuit de verwachte 10 basiscompetenties, is hierbij een belangrijk referentiepunt.

Naar het einde van de stage

  • Als de mentor ermee instemt, staat de student over de totale stage minimum 6 halve dagen (niet aaneensluitend) alleen in de klas. Dan is er geen toeschouwer wat door veel studenten als bevrijdend wordt ervaren. Er is ook niemand die kan bijspringen als er iets misloopt. Op dit moment wordt de student geconfronteerd met deze vrijheid maar ook met problemen waar startende leraren tegen aanlopen (vb. klasmanagement). Hij moet hier zijn verantwoordelijkheid nemen en zelf oplossingen zoeken.
  • Op het moment dat de student alleen voor de klas staat, vervalt de directe begeleiding van de mentor (o.a. invullen van het stageschrift). De reflecties in het portfolio en agenda vormen dan het belangrijkste uitgangspunt voor het wekelijkse begeleidingsgesprek. De mentor kan ook nieuwe elementen ter sprake brengen die hij bijvoorbeeld in het team opgevangen heeft.