Proces

Het is belangrijk dat de student zich grondig voorbereidt op de stagesituatie. Hij kan dit doen door opzoekwerk te doen, interessante boeken, artikels te lezen, zoveel mogelijk degelijke informatie te verzamelen en te verwerken. Dit dient hij toe te voegen in de stagemap.

Contactdag en observatie:

  • Op deze dagen dient de student zo goed mogelijk het werken in deze stagesituatie in kaart te brengen. Afhankelijk van de gekozen stage, zal de student vooropdrachten moeten uitvoeren.
  • Door overleg met de mentor en de contactpersonen van de opleiding (zie realisatie), dient de student zo goed mogelijk zicht te krijgen op zijn taak voor de komende stage.

 

Differentiatiestage: keuze voor versterken

Observatieschrift

De student voorziet een observatieschrift waarin hij tijdens de observatiedagen de nodige informatie verzamelt over de klaswerking, klasschikking, afspraken,…. Ook de observatiegegevens van de kleuters worden hierin neergeschreven. Door gerichte observatie worden deze gegevens, in de loop van de stage, aangevuld met nieuwe informatie. Hierdoor kan de student gerichte interventies plannen en voldoende differentiatie voorzien om zo de betrokkenheid en het welbevinden van de kleuters te stimuleren.

Participerende observatie

De student observeert gericht en participeert waar mogelijk. Op een actieve manier wordt de beginsituatie van de klasgroep in kaart gebracht. Het is belangrijk dat de student hiertoe de nodige initatieven neemt. 

Keuze BC

In samenspraak met de mentor kiest de student het BC dat uitgewerkt zal worden.

Voorbereidende stappen, stagemap en agenda

Klik hier voor alle informatie!

 

Differentiatiestage: keuze voor verdiepen

Participerende observatie

De student observeert gericht en participeert waar mogelijk. Op een actieve manier wordt de beginsituatie van de klasgroep in kaart gebracht. Het is belangrijk dat de student hiertoe de nodige initatieven neemt. De student dient zich zo goed mogelijk in te werken in de nieuwe stagecontext. Het inschatten van de beginsituatie in deze ongekende stagecontext is cruciaal.

Door overleg met de mentor dient de student zo goed mogelijk zicht te krijgen op de taken en verwachtingen voor de komende stageperiode.

Voorbereiding

De voorbereidingen, stagemap en agenda worden uitgevoerd volgens de richtlijnen van de begeleidende docent.

Het is belangrijk dat de student zich grondig voorbereidt op de stagesituatie. Hij kan dit doen door opzoekwerk te doen, interessante boeken, artikels te lezen, zoveel mogelijk degelijke informatie te verzamelen en te verwerken. Dit dient hij toe te voegen in de stagemap.

Door overleg met de mentor en de begeleidende docent dient de student een zicht te krijgen op wat verwacht wordt m.b.t. stagemap en agenda. 

Klik onderstaand op de keuzemogelijkheid voor de nodige informatie.

De differentiatiestages zorg, natuur en muzo zijn gekoppeld aan een gelijknamig keuzevak. De verantwoordelijke docent van dit keuzevak geeft richtlijnen i.v.m. de opdrachten van de stage in overleg met de stageplaats en student. Het overzicht van de contactpersonen vindt u onderstaand.

Differentiatiestage: keuze voor versterken

De student voert de voorbereiding zo goed mogelijk uit tijdens de realisatie en stuurt bij indien nodig.

Differentiatiestage: keuze voor verdiepen

De student voert de voorbereiding zo goed mogelijk uit tijdens de realisatie en stuurt bij indien nodig.

De differentiatiestage zorg, natuur en muzo zijn gekoppeld aan een gelijknamig keuzevak. De verantwoordelijke docent van dit keuzevak geeft richtlijnen i.v.m. de opdrachten van de stage in overleg met de stageplaats en student.

Contactpersonen

  • Zorg: Michèle De Groote
  • Eerste leerjaar: Dorien Van Rentergem en Dorien Masschelein
  • Natuur: Roos Steeman
  • Snoezelen: Dorien Van Rentergem
  • Muzo: Nele De Cock en Hilde Vanderbiest
  • Andere: de betrokken praktijkpedagoog van de student

Agenda

Vaak zijn hier aanpassingen nodig in functie van de specifieke aard afhankelijk van de keuzemogelijkheid. De student tracht zoveel mogelijk het gebruik van de agenda zoals dit gangbaar is in de stagecontext over te nemen.

De agenda vormt de spil tijdens de stage. Er wordt vertrokken van een doordachte planning. In een dagelijkse grondige nawerking/reflectie volgt de student de ontwikkeling van de kleuters op en reflecteert hij over zijn eigen leerproces en stuurt zichzelf en zijn aanpak bij. De agenda is een handelingsgericht instrument: kleuters worden geobserveerd, de student evalueert zichzelf en vanuit die observaties en reflecties worden verantwoorde wijzigingen getroffen naar de volgende dag(en). Zo wordt het goed doordachte aanbod afgestemd op deze groep en ontwikkelen de kinderen in die omstandigheden optimaal. Per activiteit worden de leerplandoelen vermeld en waar nodig verder geconcretiseerd. Wijzingen aan het programma moeten steeds zinvol kunnen verantwoord worden in de nawerking van de agenda. Aanbod dat zich herhaalt (onthaal, eet- en plasmoment, afsluitronde, een verjaardagsritueel,…) wordt uitgeschreven op een fiche. In de agenda wordt correct verwezen naar die specifieke fiche.

Dagelijks zal de student ook reflecteren over zijn eigen handelen (zie portfolio), betrokkenheid van de kinderen (zie observatieschrift), het aanbod, specifieke zorgnoden bij kleuters. Ook zal hij dagelijks 1 speelwerkplek gericht observeren waarbij hij nagaat of de vooropgestelde doelen hierin bereikt worden. Op basis van deze dagelijkse observaties zal de student bijsturen. De reflecties worden beknopt uitgeschreven met aandacht voor actiegerichtheid. (korte analyse van de situatie of gebeurtenis – formuleren van hypothese i.v.m. oorzaken hiervan – plan van aanpak met gerichte interventies)

 

Portfolio

In het portfolio bepaalt de student zijn startcompetentie, zijn beginsituatie. De bedoeling is dat de student tijdens de stage verder werk maakt van het verwerven van de basiscompetenties. Aansluitend bij de eigen beginsituatie stippelt hij zijn persoonlijke groeilijn uit. Zo zet hij bewust sterktes in en creëert hij oefenkansen op zijn maat om zwaktes in evolutie te krijgen. Daartoe ontwerpt hij voor zichzelf een persoonlijk werkplan.

De bedoeling is dat de student zichzelf (onder begeleiding natuurlijk) doorheen de stages van het derde jaar stuurt naar een voldoende beheersing van alle basiscompetenties, van onze domeinspecifieke leerresultaten (DLR). Vooral de ingroeistage, een langdurige en veelzijdige stage georganiseerd aan het eind van de opleiding, zal daartoe kansen bieden.

Tijdens de drie stages van het derde jaar (stage 1, differentiatiestage en ingroeistage) stellen we alles in het werk om deze basiscompetenties verder te helpen verwerven en te vervolmaken. Om dit proces in goede banen te leiden gebruiken de derdejaarsstudenten een stageportfolio. Hierin screent de student zichzelf op de basiscompetenties. Hij bepaalt zijn startcompetentie, zijn beginsituatie. Aansluitend bij de eigen beginsituatie stippelt hij zijn persoonlijke groeilijn uit. Zo zet hij bewust sterkten in en creëert hij oefenkansen op zijn maat om zwakten in evolutie te krijgen. Daartoe ontwerpt hij voor zichzelf een persoonlijk werkplan.

Tijdens deze differentiatiestage zal de aard van de geoefende basiscompetenties medebepaald worden door de eigenheid van de stageplaats. De bedoeling is dat de student zichzelf (onder begeleiding natuurlijk) doorheen de stages van het derde jaar stuurt naar een voldoende beheersing van alle basiscompetenties.

Het portfolio wil de student stimuleren tot zelfverantwoordelijk leren. ‘Is de stagiair in ontwikkeling en hoe is de stagiair in staat deze ontwikkeling in handen te nemen?’ zijn hierbij cruciale aandachtspunten. We focussen op het leervermogen van de student. Met leervermogen bedoelen we:

  • het vermogen van de stagiair om aan te geven wat goed loopt en wat minder goed;
  • het vermogen van de stagiair om te onderzoeken waar de oorzaak ligt van zijn ‘succes’ of ‘falen’;
  • het vermogen van de stagiair om actief op zoek te gaan naar alternatieven.

We denken dat aanstaande leraren over deze reflectievaardigheden moeten beschikken om, eens ze in het beroep stappen, blijvend te kunnen ontwikkelen (levenslang leren).

We vinden het heel belangrijk dat de mentor deelgenoot wordt van het portfolio van de student. Door gesprek over het portfolio ervaart de mentor of de student een correct beeld heeft over zichzelf en of hij in staat is zijn eigen leerproces in handen te nemen. De mentor kan hier ondersteunen, bevestigen of bijsturen indien nodig. We kunnen het belang van de mentor niet genoeg beklemtonen. Studenten die zich welkom voelen en zich door hun mentor gesteund voelen, leren sneller en effectiever. In die omstandigheden ervaren studenten de stage als een samenwerken aan evolutie.

Meer informatie!

 

Terugkommoment

Na de stage krijgt elke student de gelegenheid zijn stage voor te stellen aan de andere studenten in de praktijkgroep. Daarbij mag hij gebruik maken van didactische hulpmiddelen (video, foto’s, PP, materiaal…) die de inhoud van de stage kunnen verduidelijken.

Richtlijnen:

  • De eigen stagesituatie kunnen voorstellen o.a.: werking, algemeen doel, personeel,…
  • De taak als kleuteronderwijzer in deze stagesituatie kunnen omschrijven, de manier van aanpakken kunnen toelichten
  • Persoonlijke leerervaringen kunnen omschrijven en de gevolgen aangeven voor de verdere kleuterklaspraktijk de eventuele vragen van klasgenoten kunnen beantwoorden.

De opdracht wordt toegevoegd aan de stagemap.